Este uso del estilo indirecto sirve para transmitir órdenes, instrucciones o peticiones de otra persona.

(Dit gebruik van de indirecte rede wordt gebruikt om bevelen, instructies of verzoeken van iemand anders over te brengen.)

Wat gebeurt er in het Spaans bij indirecte stijl van bevelen?

In het Spaans verandert een bevel (imperativo) in de indirecte stijl altijd.

  • Je gebruikt een werkwoord van spreken: decir, pedir, ordenar, recordar…
  • Daarna komt altijd que.
  • Het werkwoord van de opdracht komt in de aanvoegende wijs (subjuntivo).
  • De opdracht staat in de 3e persoon (hij/zij/zij meervoud).

Schema:

  • Estilo directo: Imperativo → "Sirve el café."
  • Estilo indirecto: Verbo de habla + que + subjuntivo → Dice que sirva el café.

Stap 1 – Kies het goede onderwerp: van jij/jullie naar hij/zij/zij

In de indirecte stijl geef je de opdracht niet meer direct aan de persoon.

  • in de directe zin wordt in de indirecte zin meestal él / ella / usted.
  • vosotros wordt ellos / ellas / ustedes.
Direct Betekenis Indirect
— «Haz la reserva.» (tú) Jij moet de reservering maken. Dice que haga la reserva. (él/ella/usted)
— «Mandad el presupuesto.» (vosotros) Jullie moeten de offerte sturen. Dice que manden el presupuesto. (ellos/ellas/ustedes)

Tip: stel jezelf altijd de vraag: “Over wie gaat de opdracht nu?” en kies daarna de 3e persoon enkelvoud of meervoud.

Stap 2 – Kies een goed “verbo de habla”

Het werkwoord van spreken bepaalt de toon (neutraal, vriendelijk, strikt).

  • decir que – zeggen dat (neutraal: doorgeven)
  • pedir que – vragen dat (beleefd verzoek)
  • ordenar que – bevelen dat (streng)
  • recordar que – eraan herinneren dat

Voorbeelden:

  • «Entra en la sala.» → Pide que entre en la sala.
  • «Apagad los ordenadores.» → La jefa recuerda que apaguen los ordenadores.

Let op: na deze werkwoorden komt in deze constructie altijd que + subjuntivo.

Stap 3 – Imperativo → Subjuntivo: zelfde stam, andere uitgang

De vorm lijkt vaak op de imperativo, maar is toch anders. Focus niet op het gevoel, maar op de vorm.

Regelmatig -ar werkwoord (hablar)

Imperativo Subjuntivo
3e persoon ev. hable hable
3e persoon mv. hablen hablen

Bij veel werkwoorden is de vorm voor usted/ustedes in imperativo en de subjuntivo gelijk. Dat maakt het makkelijker.

Regelmatig -er werkwoord (comer)

Imperativo tú Subjuntivo él/ella/usted
vorm come coma

Belangrijk: in de indirecte stijl gebruik je niet de tú-vorm van het imperativo, maar de 3e persoon subjuntivo:

  • Dice que come más.Dice que coma más.

Stap 4 – Bevelen met “no”: hoe maak je ze negatief?

Negatieve bevelen worden in de indirecte stijl ook met de subjuntivo gemaakt.

  • Zet no vóór het werkwoord in de subjuntivo.
Direct Indirect
«No habléis tan alto en la oficina.» El director pide que no hablen tan alto en la oficina.
«No llegues tarde.» La jefa dice que no llegue tarde.

Veelgemaakte fout:

  • Dice que no llega tarde.Dice que no llegue tarde.

In de indirecte stijl gaat het niet over feitelijke tijd, maar over de wens / opdracht → daarom subjuntivo.

Stap 5 – Meerdere opdrachten in één zin

Bij twee bevelen in één directe zin heb je in de indirecte stijl ook twee werkwoorden in de subjuntivo.

Direct Indirect
«Entra en la sala de reuniones y cierra la puerta.» Pide que entre en la sala de reuniones y (que) cierre la puerta.
  • Je kunt que herhalen (que entre… y que cierre…) of maar één keer zeggen.
  • In alle gevallen: elk werkwoord blijft in de subjuntivo.

Voorzichtig met de aanspreekvorm: tú → usted, vosotros → ustedes

In een professionele context komt er vaak een extra stap bij:

  • De chef spreekt direct misschien met tú/vosotros.
  • Jij wilt beleefd doorgeven met usted/ustedes.
Direct bevel Formele indirecte stijl
«Sirve la bebida.» (tú) Dice que sirva la bebida. (usted)
«Traed el segundo plato.» (vosotros) Pide que traigan el segundo plato. (ustedes)

Zelfcheck: Kun jij bij elk bevel zeggen wie het in de indirecte zin gaat doen? Dan kies je makkelijker tussen sirva (hij/zij/usted) en sirvan (zij/ustedes).

Veelvoorkomende fouten en hoe je ze vermijdt

  • 1. De indicativo gebruiken in plaats van de subjuntivo
    • El jefe dice que envía el informe.
    • Goed: El jefe dice que envíe el informe.
  • 2. Tú-vorm houden
    • Dice que envía / envía tú el informe.
    • Goed: Dice que envíe el informe.
  • 3. “que” vergeten
    • El director pide no hablen tan alto.
    • Goed: El director pide que no hablen tan alto.

Stap-voor-stap checklijst: kan ik de zin al omzetten?

  1. Lees de directe zin en bepaal: is het een bevel/verzoek?
  2. Wie moet de actie doen? (tú, vosotros → hij/zij/zij / usted/ustedes)
  3. Kies een passend verbo de habla: dice que / pide que / recuerda que…
  4. Zet het hoofdwerkwoord in de 3e persoon subjuntivo (ev. of mv.).
  5. Is het negatief? Zet no vóór de subjuntivo.
  6. Zijn er twee werkwoorden? Beide in de subjuntivo zetten.

Als je alle stappen kunt afvinken, beheers je deze structuur.

Wat moet je nu echt onthouden?

  • Indirecte bevelen in het Spaans: verbo de habla + que + subjuntivo.
  • De actie staat altijd in de 3e persoon (enkelvoud of meervoud).
  • Je past de aanspreekvorm aan: tú → usted, vosotros → ustedes (in een formele context).
  • Zowel positieve als negatieve bevelen gebruiken de subjuntivo.

Als je dit kunt toepassen, kun je in een professionele setting in het Spaans beleefd en precies doorgeven wat anderen moeten doen.

  1. Indirecte rede ⭢ werkwoord van spreken + que + aanvoegende wijs (subjuntivo).
  2. Bevelen worden uitgedrukt in de derde persoon.
  3. De gebiedende wijs blijft niet behouden in de indirecte rede; bevelen worden uitgedrukt met de subjuntivo.
Persoonlijke voornaamwoordenDirecte redeIndirecte rede
Tú ⭢ Usted"Sirve la bebida". ("Schenk het drankje in." / "Schenk de drank in.")Dice que sirva la bebida. (Hij/Zij zegt dat hij/zij het drankje moet inschenken.)
Vosotros ⭢ Ustedes"Traed el segundo plato". ("Breng het hoofdgerecht." / "Breng het tweede gerecht.")Pide que traigan el segundo plato. (Hij/Zij vraagt dat ze het hoofdgerecht brengen.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. El jefe de sala me dice: «Ofrezca siempre el vino de la casa primero», así que me dice que ______ siempre el vino de la casa primero.

De maître zegt tegen mij: «Bied altijd eerst het huiswijn aan», dus hij zegt dat ik altijd ______ eerst het huiswijn moet aanbieden.)

2. El camarero nos dice: «No entren en la cocina», es decir, nos dice que no ______ en la cocina.

De ober zegt tegen ons: «Kom niet in de keuken», dat wil zeggen, hij zegt dat wij niet ______ in de keuken mogen komen.)

3. En la formación el director dice a los camareros: «Llevad siempre la copa por el tallo», es decir, el director dice que ______ siempre la copa por el tallo.

Tijdens de training zegt de directeur tegen de obers: «Houd het glas altijd bij de steel vast», dat wil zeggen, de directeur zegt dat zij ______ altijd het glas bij de steel moeten vasthouden.)

4. El chef nos pide: «Probad la salsa antes de servir», así que nos pide que ______ la salsa antes de servir.

De chef vraagt ons: «Proef de saus voordat je serveert», dus hij vraagt ons dat wij ______ de saus voordat we serveren.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen door van de directe stijl (imperatief) naar de indirecte stijl met conjunctief, waarbij de formele aanspreekvorm wordt behouden (tú → usted, vosotros → ustedes). Voorbeeld: «Haz la reserva» → Hij zegt dat u de reservering moet maken.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. «Entra en la sala de reuniones y cierra la puerta.»
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Pide que entre en la sala de reuniones y que cierre la puerta.
    (Vraagt dat hij/zij de vergaderruimte binnenkomt en de deur sluit.)
  2. «Envía el informe hoy mismo, por favor.»
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Le pide que envíe el informe hoy mismo.
    (Vraagt hem/haar het rapport vandaag nog te sturen.)
  3. «Apagad los ordenadores antes de salir.»
    ⇒ _______________________________________________ Example
    La jefa recuerda que apaguen los ordenadores antes de salir.
    (Herinnert hen eraan de computers uit te schakelen voordat ze vertrekken.)
  4. «No habléis tan alto en la oficina.»
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El director pide que no hablen tan alto en la oficina.
    (De directeur vraagt dat ze niet zo hard in het kantoor praten.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen, geef de opdrachten van de chef door in indirecte rede.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
Eres jefe de sala en un restaurante de lujo y debes transmitir instrucciones al equipo.
(Je bent maître in een chique restaurant en moet instructies aan het team doorgeven.)

Bespreek
  • ¿Qué órdenes dará normalmente un chef en un servicio exigente? (Welke opdrachten zal een chef gewoonlijk geven tijdens een veeleisende service?)
  • ¿Cómo explicarías a un camarero la petición de un cliente exigente? (Hoe zou je een ober uitleggen wat een veeleisende klant vraagt?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • El chef dice que sirvan la bebida y traigan el primer plato. (De chef zegt dat ze de drank moeten serveren en het eerste gerecht moeten brengen.)
  • La encargada pide que abran la botella de vino de la casa. (De verantwoordelijke vraagt om de fles huiswijn te openen.)
  • Un cliente pide que le sirvan la carne poco hecha, no muy hecha. (Een klant vraagt om het vlees rosé te serveren, niet te doorbakken.)

Gebruik in gesprek
  • Dice que + subjuntivo (Zegt dat + subjuntivo)
  • Pide que + subjuntivo (Vraagt dat + subjuntivo)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:47