Usamos dos pronombres átonos juntos cuando en la frase hay una persona y una cosa.
(We gebruiken twee onbeklemtoonde voornaamwoorden samen wanneer er in de zin een persoon en een ding zijn.)
- De vaste volgorde is: persoon (indirect object) + ding (direct object).
- Ding → antwoordt op ¿qué?; Persoon → antwoordt op ¿a quién? / ¿para quién?
- Persoon ⭢ me, te, le, nos, os, les; Ding ⭢ lo, la, los, las
| Situación (Situatie) | Frase original (Oorspronkelijke zin) | Frase con pronombres (Zin met voornaamwoorden) |
| Persona + Cosa (Persoon + ding) | El médico explica la dieta a mí. | Me la explica. |
| Con el infinitivo, los dos pronombres van al final del verbo (Met de infinitief komen de twee voornaamwoorden aan het einde van het werkwoord) | Va a explicar la dieta a mí. | Va a explicármela. |
| Con el verbo conjugado, los dos pronombres van antes del verbo (Met een vervoegd werkwoord komen de twee voornaamwoorden vóór het werkwoord) | Explica el régimen a ti. | Te lo explica. |
Uitzonderingen!
- Wanneer beide voornaamwoorden in de derde persoon staan, verandert het indirecte voornaamwoord in se, zowel in het enkelvoud als in het meervoud ( explícalela ⭢ explícasela).
- Met entre, hasta, según worden beklemtoonde voornaamwoorden gebruikt (según tú en niet según ti).
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Si el menú tiene demasiadas calorías, ____ cambio sin problema.
Si el menú tiene demasiadas calorías, ____ cambio sin problema.)2. Las nuevas recetas vegetarianas ____ mando esta tarde por correo.
Las nuevas recetas vegetarianas ____ mando esta tarde por correo.)3. Los suplementos de hierro ____ explica siempre el dietista a los pacientes diabéticos.
Los suplementos de hierro ____ explica siempre el dietista a los pacientes diabéticos.)4. Antes de pedir la chuleta de cerdo, el camarero va a ______, pero yo prefiero las lentejas.
Antes de pedir la chuleta de cerdo, el camarero va a ______, pero yo prefiero las lentejas.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door het indirecte voorwerp (persoon) en het directe voorwerp (ding) te vervangen door twee onbeklemtoonde voornaamwoorden (me/te/se/nos/os + lo/la/los/las). Plaats ze op de juiste positie (voor het vervoegde werkwoord of vast aan het infinitief). Voorbeeld: El médico explica la dieta a mí → Me la explica.
-
El médico explica la dieta a mí.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleVoy a enviárselo esta tarde.(Voy a enviárselo esta tarde.)
-
El nutricionista recomienda estas verduras a nosotros.⇒ _______________________________________________ ExampleEl nutricionista nos las recomienda.(El nutricionista nos las recomienda.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLa entrenadora va a preparártelo.(La entrenadora va a preparártelo.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Werk in tweetallen, ontwerp een weekdieet en presenteer het met gecombineerde atone voornaamwoorden.
- ¿Qué cambios le recomendarías a un compañero con mucho estrés para comer mejor? (Welke veranderingen zou je een klasgenoot met veel stress aanraden om beter te eten?)
- Si tu jefe quiere reducir calorías, ¿qué le cambiarías del menú diario? Explica comidas y horarios prácticos para su jornada laboral. (Als je baas minder calorieën wil, wat zou je dan aan het dagelijkse menu veranderen? Leg praktische maaltijden en tijdstippen uit voor zijn werkdag.)
- reducir las grasas y sustituirlas por verduras (verminder vetten en vervang ze door groenten)
- aumentar las proteínas y la fibra por la mañana (verhoog eiwitten en vezels in de ochtend)
- planificar comidas para diabéticos y vegetarianos (plan maaltijden voor diabetici en vegetariërs)
- se lo explicas / se lo cambias / se lo preparas (je legt het hem/haar uit / je verandert het voor hem/haar / je maakt het voor hem/haar klaar)
- te lo recomiendo / te lo preparo / nos lo organizan (ik raad het je aan / ik maak het voor je klaar / zij/zij/ons/ons regelen het voor ons)