Los pronombres combinados se usan cuando en el imperativo aparecen dos pronombres: uno de persona (indirecto) y uno de cosa (directo), unidos al verbo.
(Gecombineerde voornaamwoorden worden gebruikt wanneer er in de gebiedende wijs twee voornaamwoorden voorkomen: één voor een persoon (indirect) en één voor een ding (direct), die samen aan het werkwoord worden vastgemaakt.)
- Vaste volgorde: werkwoord in de gebiedende wijs + persoon + ding.
- Indirect object (persoon): me, te, le, nos, os, les.
- Direct object (ding): lo, la, los, las.
| Vorm | Vorm zonder voornaamwoorden | Voorbeeld |
| Comprar + me + la | Compra la entrada para mí hoy. (Koop vandaag het kaartje voor mij.) | Cómpramela hoy. (Koop het vandaag voor mij.) |
| Reservar + te + lo | Reserva el curso para ti esta semana. (Reserveer de cursus deze week voor jezelf.) | Resérvatelo esta semana. (Reserveer het deze week voor jezelf.) |
| Organizar + nos + lo | Organiza el picnic para nosotros mañana. (Organiseer morgen de picknick voor ons.) | Orgánizanoslo mañana. (Organiseer het morgen voor ons.) |
| Preparar + os + la | Prepara la comida para vosotros antes de salir. (Maak het eten voor jullie klaar voordat jullie vertrekken.) | Preparáosla antes de salir. (Maak het daarvoor voor jullie klaar voordat jullie vertrekken.) |
| Entregar + le + la | Entreguen la información a él hoy. (Geef hem vandaag de informatie.) | Entréguensela hoy. (Geef het hem vandaag.) |
Uitzonderingen!
- Wanneer beide voornaamwoorden in de derde persoon staan, verandert het indirecte voornaamwoord in se, zowel in het enkelvoud als in het meervoud ( regálalelo ⭢ regálaselo).
- Het accent van het oorspronkelijke werkwoord blijft behouden en er komt een tilde bij als dat nodig is (entreguen ⭢ entréguenselo).
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Chicos, este fin de semana tenemos una excursión larga: ______ con calma y revisad bien el material.
Jongens, dit weekend hebben we een lange tocht: ______ rustig voor en controleer het materiaal goed.)2. Por favor, ______ tú, que siempre te acuerdas de las bebidas.
Breng ze alsjeblieft ______, want jij onthoudt altijd de drankjes.)3. Si queréis apuntaros al taller este sábado, ______ al coordinador antes de mañana.
Als jullie je voor de workshop van deze zaterdag willen inschrijven, ______ aan de coördinator vóór morgen.)4. Antes de salir esta noche, ______ ya y así no haces cola en la taquilla.
Voordat je vanavond weggaat, ______ alvast zodat je niet in de rij bij de kassa hoeft te staan.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door de onderstreepte zinsdelen te vervangen door gecombineerde voornaamwoorden (meewerkend voorwerp + lijdend voorwerp) die achter het werkwoord in de bevestigende gebiedende wijs geplaatst worden. Voorbeeld: Compra la entrada para mí → Cómpramela.
-
Compra el billete de tren para mí esta tarde.⇒ _______________________________________________ ExampleCómpramelo esta tarde.(Cómpramelo esta tarde.)
-
Reserva la mesa para ti en ese restaurante italiano.⇒ _______________________________________________ ExampleResérvatela en ese restaurante italiano.(Resérvatela en ese restaurante italiano.)
-
Organiza la reunión para nosotros mañana por la mañana.⇒ _______________________________________________ ExampleOrgánizanosla mañana por la mañana.(Organízanosla mañana por la mañana.)
-
Preparad la presentación para vosotros antes de la videollamada.⇒ _______________________________________________ ExamplePreparáosla antes de la videollamada.(Preparáosla voordat de videovergadering.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Onderhandel telefonisch over de activiteiten en geef opdrachten met voornaamwoorden.
- ¿Qué aficiones tenéis y cuánto tiempo libre tenéis cada uno? (Welke hobby's hebben jullie en hoeveel vrije tijd heeft ieder van jullie?)
- Proponed actividades y pedid al otro que las organice para todos; ¿qué aceptáis y qué rechazáis? (usad pronombres combinados) (Doe voorstellen voor activiteiten en vraag de ander ze voor iedereen te regelen; wat accepteren jullie en wat wijzen jullie af? (gebruik gecombineerde voornaamwoorden))
- Inscríbete en el club de senderismo y cuéntanoslo después. (Schrijf je in bij de wandelclub en vertel het ons daarna.)
- Resérvanoslo para el sábado: curso de cocina de tapas. (Reserveer het voor ons voor zaterdag: een cursus tapas maken.)
- Cómprame las entradas para el concierto y mándamelas hoy. (Koop de kaartjes voor het concert voor me en stuur ze vandaag nog op.)
- Cómpramela / Cómpramelas (Koop het voor me / Koop ze voor me)
- Resérvatelo / Resérvenlo (Reserveer het voor jezelf / Reserveer het voor ons)