Beschrijf verschillende soorten vakanties en reiservaringen
Organiseer een reis met familie of vrienden
Vervoersopties en reisarrangementen
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Grammatica: Relatieve en vragende voornaamwoorden: Que, Quien, Qué, Cuál
We gebruiken que en quien om te spreken over personen of zaken die al genoemd zijn en qué en cuál in directe of indirecte vragen.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal