B1.14: Surfen op het web

Navegación por la web

Ontdek in deze les het +pretérito pluscuamperfecto+ van de Spaanse taal, met voorbeelden zoals "había explorado" (ik had verkend) en leer over de digitale wereld en cibercafés in Spanje, van vroeger tot nu.

Luister- en leesmateriaal

Oefen woordenschat in context met echte materialen.

Woordenschat (12)

 Seguro: veilig (Spaans)

Seguro

Show

Veilig Show

 Peligroso: Gevaarlijk (Spaans)

Peligroso

Show

Gevaarlijk Show

 La contraseña: Het wachtwoord (Spaans)

La contraseña

Show

Het wachtwoord Show

 El documento: Het document (Spaans)

El documento

Show

Het document Show

 La imagen: De afbeelding (Spaans)

La imagen

Show

De afbeelding Show

 Tener conexión a: Verbinding hebben met (Spaans)

Tener conexión a

Show

Verbinding hebben met Show

 Intercambiar (uitwisselen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Intercambiar

Show

Uitwisselen Show

 Consultar (raadplegen) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Consultar

Show

Raadplegen Show

 Descargarse (downloaden) - Werkwoordsvervoeging en oefeningen

Descargarse

Show

Downloaden Show

 Portátil: Draagbare (Spaans)

Portátil

Show

Draagbare Show

 Abrirse una cuenta: Een account openen (Spaans)

Abrirse una cuenta

Show

Een account openen Show

 El nombre de usuario: De gebruikersnaam (Spaans)

El nombre de usuario

Show

De gebruikersnaam Show

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Oefening 1: Pretérito pluscuamperfecto de indicativo: morfología y usos

Instructie: Vul het juiste woord in.

Grammatica: Pretérito pluscuamperfecto de indicativo: morfologie en gebruik

Toon vertaling Toon antwoorden

habían puesto, había leído, habías introducido, habían consultado, habíais intercambiado, habíamos guardado, habíais comprobado, me había descargado

1. Descargarse:
Cuando abrí la página web ya ... el documento necesario para completar el registro.
(Toen ik de webpagina opende, had ik het benodigde document al gedownload om de registratie te voltooien.)
2. Consultar:
Antes de abrirse una cuenta en la aplicación ellos ya ... si era seguro intercambiar información personal.
(Voordat ze een account in de app hadden geopend, hadden ze al geïnformeerd of het veilig was om persoonlijke informatie uit te wisselen.)
3. Comprobar:
Cuando yo llegué a la oficina vosotros ya ... la conexión a internet.
(Toen ik op kantoor kwam, hadden jullie de internetverbinding al gecontroleerd.)
4. Introducir:
Tú ... la contraseña antes de acceder al ordenador pero luego la olvidaste.
(Je had het wachtwoord ingevoerd voordat je toegang tot de computer kreeg, maar je was het later vergeten.)
5. Guardar:
Nosotros ... la imagen antes de perder la conexión a internet.
(Wij hadden de afbeelding opgeslagen voordat we de internetverbinding verloren.)
6. Leer:
Él ... una guía sobre los riesgos de intercambiar datos antes de usar el ordenador público.
(Hij had een gids gelezen over de risico's van het uitwisselen van gegevens voordat hij de openbare computer gebruikte.)
7. Poner:
Antes de empezar la reunión ellos ya ... una contraseña fuerte a sus cuentas.
(Voordat de vergadering begon, hadden zij al een sterk wachtwoord op hun accounts gezet.)
8. Intercambiar:
No ... información antes de consultar si la página web es segura.
(Jullie hadden geen informatie uitgewisseld voordat jullie controleerden of de website veilig is.)

Grammatica

We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!

B1.14.3 Gramática

Pretérito pluscuamperfecto de indicativo: morfología y usos

Pretérito pluscuamperfecto de indicativo: morfologie en gebruik


Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les

Tener hebben

Pretérito imperfecto

Spaans Nederlands
(yo) tenía ik had
(tú) tenías jij had
(él/ella) tenía hij/zij had
(nosotros/nosotras) teníamos wij hadden
(vosotros/vosotras) teníais jullie hadden
(ellos/ellas) tenían zij hadden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Consultar raadplegen

Pretérito imperfecto

Spaans Nederlands
(yo) consultaba ik raadpleegde
(tú) consultabas jij raadpleegde
(él/ella) consultaba hij/zij raadpleegde
(nosotros/nosotras) consultábamos wij raadpleegden
(vosotros/vosotras) consultabais jullie raadpleegden
(ellos/ellas) consultaban zij raadpleegden

Oefeningen en voorbeeldzinnen

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Verkennen van de digitale wereld: vroeger en nu

Deze les neemt je mee op een reis door de evolutie van het internetgebruik, met een speciale blik op cibercafés in Spanje, die vroeger een essentiële rol speelden in de toegang tot het digitale leven. Je leert vocabulaire gerelateerd aan het surfen op het web en technologische veranderingen die onze communicatie vormgeven.

Belangrijke woorden en uitdrukkingen

  • cibercafé – internetcafé
  • navegar por internet – surfen op het internet
  • conexión – verbinding
  • sitio web – website
  • correo electrónico – e-mail

Grammatica: Pretérito pluscuamperfecto de indicativo

Het pretérito pluscuamperfecto de indicativo wordt gebruikt om een handeling aan te geven die heeft plaatsgevonden vóór een andere gebeurtenis in het verleden. Deze tijd helpt je om tijdsrelaties in het Spaans duidelijk te maken.

Morfologie

Deze tijd wordt gevormd met de imperfectvorm van haber + het voltooid deelwoord (participio pasado) van het hoofdwerkwoord.

  • voorbeeld: había hablado (ik had gesproken)
  • voorbeeld: habías salido (jij was vertrokken)

Gebruik

  • Duidelijkheid over wat eerst gebeurde in een reeks gebeurtenissen in het verleden.
  • Verklaringen en achtergronden bieden bij eerdere gebeurtenissen.

Praktische voorbeelden

  • Antes de que el internet existiera, muchas personas habían usado cibercafés para conectarse.
  • Cuando llegué, ellos ya habían terminado su trabajo en línea.

Verschillen en vergelijkingen met het Nederlands

In het Nederlands gebruiken we vaak de voltooid verleden tijd (bijvoorbeeld "ik had gesproken") om een voorafgaande actie uit het verleden aan te duiden, wat vergelijkbaar is met het Spaanse pretérito pluscuamperfecto. Echter, Spaans gebruikt vaak expliciet de hulpwerkwoordconstructie met haber, terwijl het Nederlands soms alleen het voltooid deelwoord gebruikt met "had".

Let ook op het gebruik van specifieke Spaanse termen in internetcontexten die in het Nederlands soms anders benoemd worden:

  • navegar betekent letterlijk "surfen" en wordt vaak gebruikt voor internetgebruik; in het Nederlands gebruiken we ook "surfen" op internet.
  • cibercafé is een leenwoord in het Spaans, terwijl het in het Nederlands vooral met "internetcafé" wordt aangeduid.

Door deze lessen leer je niet alleen grammaticale structuren, maar ook culturele en taalkundige nuances die het Spaans rijk is.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏