In der Lage sein, sich auszudrücken, wenn man eine neue Wohnung sucht
Die häufigsten monatlichen Rechnungen im Haushalt
Sprich darüber, wie du in deine neue Wohnung ziehst
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: De verhuizing
Grammatica: De tijden van het werkwoord 'werden' (tegenwoordige tijd, onvoltooid verleden tijd, voltooid deelwoord)
Het werkwoord 'werden' wordt in de tegenwoordige tijd, de onvoltooid verleden tijd en het voltooid deelwoord gebruikt om meestal passieve toestanden of handelingen uit te drukken. Voorbeelden: 'ich werde', 'ich wurde', 'ich bin geworden'.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!