Reziproke Verben zeigen gegenseitige Handlungen: sich treffen, sich sehen, sich helfen, sich kennen.
(Reziproke werkwoorden tonen wederkerige handelingen:
- Vorm: Onderwerp (meestal in het meervoud) + werkwoord + sich.
- De handeling gebeurt wederzijds tussen personen.
- De vormen zijn: mir, dir, sich, uns, euch, sich.
| Formel (Formule) | Beispiel (Voorbeeld) |
| Subjekt + Verb + uns (Form von sich) (Onderwerp + werkwoord + uns (vorm van sich)) | Wir treffen uns vor dem Kino. (Wij spreken af met elkaar voor de bioscoop.) |
| Subjekt + Verb + sich (Onderwerp + werkwoord + sich) | Anna und Tom sehen sich den Film an. (Anna en Tom kijken naar elkaar de film.) |
| Subjekt + Verb + sich (Onderwerp + werkwoord + sich) | Die Figuren lieben sich im Liebesfilm. (De personages houden van elkaar in de romantische film.) |
| Subjekt + Verb + einander (gegenseitige Handlung) (Onderwerp + werkwoord + eenander (wederzijdse handeling)) | Wir helfen einander beim Filmprojekt. (Wij helpen elkaar bij het filmproject.) |
Uitzonderingen!
- Bij twee personen met een wederzijdse handeling gebruikt men vaak einander: Wir helfen einander.
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Treffen wir ___ um 19 Uhr vor der Kinokasse oder lieber direkt im Foyer?
Spreken we ___ om 19 uur af voor de bioscoopkassa of liever meteen in de foyer?2. Anna und Tom sehen ___ den Film in der Originalfassung mit Untertiteln an.
Anna en Tom kijken ___ de film in de originele versie met ondertitels.3. Nach der Vorstellung haben wir ___ beim Rausgehen noch kurz geholfen, weil es so voll war.
Na de voorstelling hebben we ___ bij het naar buiten gaan nog even geholpen, omdat het zo druk was.4. Wir kennen ___ schon seit dem Filmkurs letztes Jahr.
We kennen ___ al sinds de filmcursus van vorig jaar.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Schrijf de zinnen zo om dat een wederzijdse handeling met een wederkerend werkwoord duidelijk wordt (bijv. elkaar ontmoeten, elkaar zien, elkaar helpen, elkaar kennen).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldWir treffen uns nach der Arbeit vor dem Kino.(Wij ontmoeten elkaar na het werk voor de bioscoop.)
-
⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIhr seht euch am Wochenende im Café.(Jullie zien elkaar in het weekend in het café.)
-
Frau Seidel hilft Herrn Krüger beim Bericht, und Herr Krüger hilft Frau Seidel beim Bericht.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldFrau Seidel und Herr Krüger helfen sich beim Bericht.(Mevrouw Seidel en meneer Krüger helpen elkaar met het verslag.)
-
Meine Nachbarn kennen meine Schwester nicht, und meine Schwester kennt meine Nachbarn nicht.⇒ ____________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMeine Nachbarn und meine Schwester kennen sich nicht.(Mijn buren en mijn zus kennen elkaar niet.)
Oefening 3: Meerkeuze
Instructie: Kies bij de oefening de grammaticaal juiste zin.
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.