Beschrijf je huis en de inrichting ervan in detail
Praat over voorkeuren voor verschillende decoratiestijlen
Leg uit welke veranderingen je aan je huis hebt aangebracht
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: Het huis inrichten
Grammatica: Voorzetsels van duur in het Duits: während, zwischen, außerhalb, innerhalb
Voorzetsels zoals 'während', 'zwischen', 'außerhalb' en 'innerhalb' geven tijdsbestekken of duur aan.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!