De 'zullen' vorm wordt gebruikt om de toekomst uit te drukken, vaak gecombineerd met een werkwoord in de infinitief.
(La forme
| Verbe | Futur | Exemple |
|---|---|---|
| zullen | Zullen est utilisé pour exprimer le futur. | Zou je met me naar de film willen gaan? |
Des exceptions !
- La forme 'zal' est utilisée pour exprimer des attentes, faire des projets ou des prédictions.
Exercice 1: Choix multiple
Instruction: Choisissez la bonne réponse
1. ___ ik vanmiddag de kaartjes voor de première online reserveren?
___ je réserver en ligne les billets pour la première cet après‑midi ?2. Ik denk dat de trailer je wel ___ overtuigen om mee te gaan.
Je pense que la bande‑annonce te ___ convaincre d'y aller.3. ___ je met me naar de film willen gaan, of heb je al andere plannen?
___ tu aller au cinéma avec moi, ou as‑tu déjà d'autres projets ?4. We ___ na de film nog even napraten over het plot en de verhaallijn.
Nous ___ un peu de l'intrigue et du déroulement après le film.Exercice 2: Réécrivez les phrases
Instruction: Réécrivez les phrases avec « zullen » pour exprimer une attente, un projet ou une prédiction concernant l’avenir (exemple : Ik ga morgen bellen. → Ik zal morgen bellen.).
-
Ik kom volgende week later naar kantoor.⇒ ______________________________________________ ExampleIk zal volgende week later naar kantoor komen.(Ik zal volgende week later naar kantoor komen.)
-
We hebben morgen een afspraak met de klant.⇒ __________________________________________________ ExampleWe zullen morgen een afspraak met de klant hebben.(We zullen morgen een afspraak met de klant hebben.)
-
Het wordt vanmiddag druk in de stad.⇒ _______________________________________ ExampleHet zal vanmiddag druk zijn in de stad.(Het zal vanmiddag druk zijn in de stad.)
-
Je bent over tien minuten klaar met de presentatie.⇒ ________________________________________________________ ExampleJe zult over tien minuten klaar zijn met de presentatie.(Je zult over tien minuten klaar zijn met de presentatie.)
Exercice 3: Grammaire en action
Instruction: Ayez une brève conversation et prenez rendez-vous ensemble pour vendredi soir.
- Welke film zullen jullie kiezen en waarom past dat genre bij jullie? (Quel film choisirez‑vous et pourquoi ce genre vous convient‑il ?)
- Wat verwachten jullie van het plot en de spanning na het zien van de trailer?','Wie uit de cast vinden jullie interessant en hoe zal het acteren waarschijnlijk zijn?','Zullen jullie kaartjes reserveren en hoe laat zullen jullie vertrekken? (Qu'attendez‑vous de l'intrigue et du suspense après avoir vu la bande‑annonce ?)
- Zou je met me naar de première willen gaan? (Voudrais‑tu m'accompagner à la première ?)
- Zullen we eerst de trailer kijken? (Regardons d'abord la bande‑annonce.)
- Ik zal de kaartjes reserveren en de afspraak maken. (Je réserverai les places et fixerai le rendez‑vous.)
- Zullen we ...? (On y va ... ?)
- Ik zal ... (Je vais ...)
- Zou je ... willen ...? (Voudrais‑tu ... ?)