Vocabulaire (20)

De inwoner Montrer

L'habitant Montrer

De notaris Montrer

Le notaire Montrer

De nationale ID-kaart Montrer

La carte d'identité nationale Montrer

Het visum Montrer

Le visa Montrer

De huwelijksakte Montrer

L'acte de mariage Montrer

Het heteroseksuele huwelijk Montrer

Le mariage hétérosexuel Montrer

Het homoseksuele huwelijk Montrer

Le mariage homosexuel Montrer

Het geregistreerd partnerschap Montrer

Le partenariat enregistré Montrer

Getrouwd Montrer

Marié Montrer

De weduwnaar Montrer

Le veuf Montrer

De scheiding Montrer

Le divorce Montrer

Zich scheiden Montrer

Divorcer Montrer

Scheiden van Montrer

Se séparer de Montrer

Trouwen met Montrer

Se marier avec Montrer

Het verleden Montrer

Le passé Montrer

Opgroeien Montrer

Grandir Montrer

Ontgroeien aan Montrer

Se défaire de Montrer

Lijken op Montrer

Ressembler à Montrer

Wettelijk samenwonen Montrer

Cohabitation légale Montrer

Opgroeien (grandir)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben opgegroeid
(jij/je) bent opgegroeid
(hij/zij/ze/het) is opgegroeid
(wij/we) zijn opgegroeid
(jullie) zijn opgegroeid
(zij/ze) zijn opgegroeid

Scheiden van (se séparer de)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben van elkaar gescheiden
(jij/je) bent van elkaar gescheiden
(hij/zij/ze/het) is van elkaar gescheiden
(wij/we) zijn van elkaar gescheiden
(jullie) zijn van elkaar gescheiden
(zij/ze) zijn van elkaar gescheiden