B1.22 - Aller aux urgences
B1.22 - Aller aux urgences

B1.22 - Aller aux urgences - Vocabulaire

Naar de eerste hulp


Vocabulaire (20)

De opname Montrer

L'admission Montrer

De ziekenwagen Montrer

L'ambulance Montrer

Het noodgeval Montrer

L'urgence Montrer

Het medisch dossier Montrer

Le dossier médical Montrer

De wonde Montrer

La blessure Montrer

De injectie Montrer

L'injection Montrer

De allergische reactie Montrer

La réaction allergique Montrer

Hulp zoeken Montrer

Chercher de l'aide Montrer

Bevrijden van Montrer

Délivrer de Montrer

Redden uit Montrer

Sauver de Montrer

Redden van Montrer

Sauver de/contre Montrer

Bezwijken aan Montrer

Succomber à Montrer

Doodgaan Montrer

Mourir Montrer

Flauwvallen Montrer

S'évanouir Montrer

Breken Montrer

Se casser Montrer

Zich duizelig voelen Montrer

Se sentir étourdi Montrer

Zich verbranden (aan) Montrer

Se brûler (à) Montrer

Gewond geraken Montrer

Être blessé Montrer

Geblesseerd geraken Montrer

Être blessé Montrer

Zich snijden aan Montrer

Se couper à Montrer

Komen (venir)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben gekomen
(jij/je) bent gekomen
(hij/zij/ze/het) is gekomen
(wij/we) zijn gekomen
(jullie) zijn gekomen
(zij/ze) zijn gekomen

Flauwvallen (s'évanouir)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben flauwgevallen
(jij/je) bent flauwgevallen
(hij/zij/ze/het) is flauwgevallen
(wij/we) zijn flauwgevallen
(jullie) zijn flauwgevallen
(zij/ze) zijn flauwgevallen

Zich verbranden (se brûler)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb me verbrand
(jij/je) hebt je verbrand
(hij/zij/ze/het) heeft zich verbrand
(wij/we) hebben ons verbrand
(jullie) hebben je verbrand
(zij/ze) hebben zich verbrand