B1.1 - Prendre des appels téléphoniques formels et informels
B1.1 - Prendre des appels téléphoniques formels et informels

B1.1 - Prendre des appels téléphoniques formels et informels - Vocabulaire

Formele en informele telefoongesprekken voeren


Vocabulaire (17)

De receptionist Montrer

Le/la réceptionniste Montrer

Bereikbaar Montrer

Joignable Montrer

Beschikbaar Montrer

Disponible Montrer

Kunnen spreken? Montrer

Puis-je parler ? / Est-ce que je peux parler ? Montrer

Het gesprek doorschakelen Montrer

Transférer l'appel Montrer

In de wacht zetten Montrer

Mettre en attente Montrer

Terugbellen Montrer

Rappeler Montrer

Een bericht achterlaten Montrer

Laisser un message Montrer

Verwittigen van Montrer

Informer de / Prévenir de Montrer

Informeren naar Montrer

Se renseigner sur Montrer

Vragen naar Montrer

Demander à propos de Montrer

Vragen om Montrer

Demander de Montrer

Kunnen spreken? Montrer

Pouvez-vous parler ? Montrer

Beantwoorden Montrer

Répondre Montrer

Antwoorden op Montrer

Répondre à Montrer

Ingaan op Montrer

Revenir sur / Reprendre (un point) Montrer

Verwijzen naar Montrer

Renvoyer à / Référer à Montrer

ingaan (aller)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) ga in
(jij/je) gaat in
(hij/zij/ze/het) gaat in
(wij/we) gaan in
(jullie) gaan in
(zij/ze) gaan in

Verwittigen (prévenir)

Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)


(ik) verwittig
(jij/je) verwittigt
(hij/zij/ze/het) verwittigt
(wij/we) verwittigen
(jullie) verwittigen
(zij/ze) verwittigen