Vocabulaire (21)

De behandeling Montrer

Le traitement Montrer

De polis Montrer

La police d'assurance Montrer

De premie Montrer

La prime Montrer

De zorgkosten Montrer

Les frais de santé Montrer

De therapie Montrer

La thérapie Montrer

De behoefte Montrer

Le besoin Montrer

De privacy Montrer

La vie privée Montrer

Privé Montrer

Privé Montrer

Allergisch Montrer

Allergique Montrer

Medisch Montrer

Médical Montrer

Noodzakelijk Montrer

Nécessaire Montrer

Psychisch Montrer

Psychique Montrer

Vrezen Montrer

Craindre Montrer

Hangen Montrer

Hangen Montrer

Lijden Montrer

Souffrir Montrer

Bepalen Montrer

Déterminer Montrer

Vergelijken Montrer

Comparer Montrer

Verzekeren Montrer

Assurer Montrer

Vergoeden Montrer

Rembourser Montrer

Beschermen Montrer

Protéger Montrer

Opzeggen Montrer

Résilier Montrer

Spreken (parler)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gesproken
(jij/je) hebt gesproken
(hij/zij/ze/het) heeft gesproken
(wij/we) hebben gesproken
(jullie) hebben gesproken
(zij/ze) hebben gesproken

Opzeggen (résilier)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb opgezegd
(jij/je) hebt opgezegd
(hij/zij/ze/het) heeft opgezegd
(wij/we) hebben opgezegd
(jullie) hebben opgezegd
(zij/ze) hebben opgezegd

Vergelijken (comparer)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb vergeleken
(jij/je) hebt vergeleken
(hij/zij/ze/het) heeft vergeleken
(wij/we) hebben vergeleken
(jullie) hebben vergeleken
(zij/ze) hebben vergeleken