De tijdsaanduidingen: hier wordt la veille

Les expressions de temps : hier devient la veille


Au discours indirect au passé, les repères de temps changent : demain, le lendemain, hier, la veille.

(In de indirecte rede in het verleden veranderen de tijdsaanduidingen: demain, le lendemain, hier, la veille.)

Wanneer veranderen tijdsaanduidingen bij discours indirect?

In de indirecte rede (discours indirect) verandert een tijdsaanduiding alleen als het inleidende werkwoord in het verleden staat.

  • Heden als referentie ("nu") → vaak geen aanpassing nodig.
  • Verleden als referentie ("toen") → wel aanpassen (vandaag → die dag, morgen → de volgende dag, …).

Denk in “referentiepunt”: nu of toen?

De tijdsaanduiding in de directe rede is gekoppeld aan het moment waarop de spreker sprak. In indirecte rede verschuift dat referentiepunt soms.

  1. Stap 1: Kijk naar het inleidende werkwoord: a dit / a expliqué / a annoncé… (verleden) of dit / explique… (heden).
  2. Stap 2: Vraag jezelf: gaat het om toen (verleden moment) of is er nog een band met het heden?
  3. Stap 3: Pas de tijdsaanduiding aan alleen als stap 2 “toen” is.

Snelle omzettingen (meest gebruikt)

Directe rede Indirecte rede (verleden referentie)
aujourd’hui ce jour-là
hier la veille
demain le lendemain
en ce moment à ce moment-là
le mois prochain le mois suivant
il y a deux semaines deux semaines plus tôt
dans huit jours huit jours plus tard

Mini-voorbeelden: goed vs. fout (wat gaat er vaak mis?)

  • Direct: Il a dit : « Je pars demain. »

    Indirect (verleden): Il a dit qu’il partait le lendemain.

    Typische fout: Il a dit qu’il partait demain.

  • Direct: Elle a expliqué : « Je suis très occupée en ce moment. »

    Indirect (verleden): Elle a expliqué qu’à ce moment-là elle était très occupée.

    Typische fout: Elle a expliqué qu’en ce moment elle était très occupée.

De uitzondering: geen verandering als het nog “nu” is

Soms rapporteer je iets uit het verleden, maar de tijdsaanduiding verwijst nog steeds naar het heden (situatie geldt nog).

  • Context: je vertelt vandaag wat iemand vanochtend zei, en het is nog steeds dezelfde ochtend.

    Mogelijk: Il a dit ce matin qu’il avait une réunion.

    Hier hoeft “ce matin” niet per se → “ce matin-là”, omdat de referentie nog hetzelfde tijdvak is.

Zelfcheck (2 vragen voor je verdergaat)

  1. Staat mijn inleidend werkwoord in het verleden? Zo ja: grote kans dat tijdsaanduidingen moeten schuiven.
  2. Is de tijdsaanduiding nog gekoppeld aan het heden? Zo ja: vaak laten staan. Zo nee: omzetten volgens de tabel.

Wat moet je vooral onthouden?

  • Niet vertalen, maar heroriënteren: je verplaatst het tijdspunt naar “toen”.
  • Focus op de klassiekers: aujourd’hui/hier/demain/en ce moment/dans X jours.
  • Consistentie: als je “la veille” gebruikt, zit je duidelijk in een verleden referentiepunt; houd dat vol in de zin.
  1. De tijdsaanduidingen veranderen bij de overgang van directe rede naar indirecte rede wanneer het werkwoord dat de indirecte rede inleidt in de verleden tijd staat.
Discours direct (Directe rede)Discours indirect (Indirecte rede)
Aujourd'hui (Vandaag)Ce jour-là (Die dag)
Ce matin / ce soir / cette année (Vanmorgen / vanavond / dit jaar)Ce matin-là / ce soir-là / cette année-là (Die ochtend / die avond / dat jaar)
En ce moment (Op dit moment)A ce moment-là (Op dat moment)
Hier / Avant-hier (Gisteren / eergisteren)La veille / L'avant-veille (De dag ervoor / twee dagen ervoor)
Demain / Après-demain (Morgen / overmorgen)Le lendemain / Le surlendemain (De volgende dag / twee dagen later)
Le mois prochain (Volgende maand)Le mois suivant (De daaropvolgende maand)
L'année dernière (Vorig jaar)L'année précédente (Het jaar ervoor)
Il y a deux semaines (Twee weken geleden)Deux semaines plus tôt (Twee weken eerder)
Dans huit jours (Over acht dagen)Huit jours plus tard (Acht dagen later)

Uitzonderingen!

  1. Tijdsaanduidingen veranderen niet bij de overgang van directe rede naar indirecte rede als er een verband is met het heden.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Elle a expliqué que ___, il avait craqué sur des pâtisseries en rentrant du travail.

Zij legde uit dat ___, toen hij van het werk thuiskwam, had toegegeven aan gebak.

2. Le responsable a précisé que ___, la cantine proposerait un menu végétarien plus riche en fibres.

De verantwoordelijke verduidelijkte dat ___, de kantine een vegetarisch menu zou aanbieden dat rijker is aan vezels.

3. Il m'a dit que ___, il réduisait les glucides parce qu'il se sentait souvent nauséeux après le déjeuner.

Hij zei tegen mij dat ___, hij de koolhydraten verminderde omdat hij zich vaak misselijk voelde na de lunch.

4. Elle a annoncé que ___, elle ferait un bilan nutritionnel pour ajuster son régime équilibré.

Zij kondigde aan dat ___, zij een voedingsbalans zou opmaken om haar evenwichtige dieet aan te passen.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet deze zinnen om in de indirecte rede met een inleidend werkwoord in de verleden tijd; pas de tijdsaanduidingen aan (bijv. «demain» → «le lendemain»).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Le coach m’a dit : « Je te rappellerai demain pour fixer l’horaire. »
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Le coach m’a dit qu’il me rappellerait le lendemain pour fixer l’horaire.
    (De coach zei tegen mij dat hij me de volgende dag zou terugbellen om het tijdstip vast te leggen.)
  2. La diététicienne a expliqué : « Aujourd’hui, je vous envoie le plan alimentaire par e-mail. »
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La diététicienne a expliqué que ce jour-là elle nous envoyait le plan alimentaire par e-mail.
    (De diëtiste legde uit dat zij ons die dag het voedingsplan per e-mail stuurde.)
  3. Il a précisé : « Hier, j’ai déjà lu les étiquettes au supermarché. »
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il a précisé que la veille il avait déjà lu les étiquettes au supermarché.
    (Hij verduidelijkte dat hij de dag ervoor in de supermarkt de etiketten al had gelezen.)
  4. La responsable RH a annoncé : « Le mois prochain, nous lancerons un programme bien-être pour l’équipe. »
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La responsable RH a annoncé que le mois suivant ils lanceraient un programme bien-être pour l’équipe.
    (De HR-verantwoordelijke kondigde aan dat ze de volgende maand een welzijnsprogramma voor het team zouden lanceren.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin in de indirecte rede in het verleden.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Fout: het inleidende werkwoord staat in het verleden, dus « gisteren » moet « de dag ervoor » worden in de indirecte rede.
2.
Fout: het inleidende werkwoord staat in het verleden; je moet « gisteren » vervangen door « de dag ervoor » in de indirecte rede.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Marco De Faria

Master in Vreemde Talen

University of Poitiers

University_Logo

Frankrijk


Laatst bijgewerkt:

dinsdag, 14/07/2026 20:25