Werkwoorden van mening en hoop: je crois que

Verbes d'opinions et espoir : je crois que


Choisissez l’indicatif ou le subjonctif après croire, penser, espérer selon la forme de la phrase.

(Kies de indicatif of de subjonctif na croire, penser, espérer afhankelijk van de vorm van de zin.)

Wanneer gebruik je indicatif of subjonctif na croire / penser / espérer?

Deze werkwoorden gaan over mening, inschatting of verwachting. Het gekozen werkwoordsmode laat zien of jij iets als feit presenteert (indicatif) of als onzeker / betwijfeld (subjonctif).

Vorm Wat bedoel je? Mode
Bevestigend Je zet het neer als waarschijnlijk / realistisch Indicatif
Ontkennend Je twijfelt, gelooft het niet, houdt het open Subjonctif
Vraag met inversie Je zet de uitspraak “op losse schroeven” Subjonctif

De snelle beslisregel (zelf-check)

  1. Zie je ne … pas (of een andere ontkenning)? → subjonctif
  2. Is het een vraag met inversie (werkwoord vóór onderwerp)? → subjonctif
  3. Anders (gewoon bevestigend) → indicatif

Mini-check: staat het onderwerp achter het werkwoord, zoals crois-tu, pensez-vous? Dan zit je in de “inversie-zone”.

Indicatif: je presenteert het als (bijna) een feit

  • Je crois que le massage est efficace.
  • Nous espérons que vous serez satisfait.
  • Est-ce que tu crois que il est disponible ?

Let op: een vraag met est-ce que is géén inversie. Daarom blijft het hier meestal indicatif.

Subjonctif: twijfel, ontkenning of inversie

  • Je ne crois pas que il soit disponible. (twijfel)
  • Crois-tu que il soit disponible ? (inversie)
  • Je n’espère pas que il puisse commencer trop tard. (ontkenning)
  • Espérez-vous que ils aillent au spa ? (inversie)

Handig om te onthouden: bij subjonctif gaat het vaak om niet 100% bevestigd.

Speciaal geval: espérer werkt “zoals een meningwerkwoord”

Constructie Mode Voorbeeld
J’espère que Indicatif J’espère que vous êtes prêt.
Je n’espère pas que Subjonctif Je n’espère pas qu’il puisse venir.
Espérez-vous que … (inversie) Subjonctif Espérez-vous qu’ils soient à l’heure ?

Verleden tijd in de hoofdzin: welke subjonctif gebruik je?

Als de hoofdzin in het verleden staat, blijft de subjonctif in de bijzin hier meestal gewoon de subjonctif présent (niet “imparfait du subjonctif”).

  • Il ne pensait pas que l’huile essentielle puisse provoquer une réaction.
  • Il ne pensait pas que l’huile essentielle pût provoquer une réaction. (te literair / niet nodig voor dit niveau)

Als er een infinitief volgt: geen voorzetsel

Na penser (en vaak ook na andere meningwerkwoorden) kun je rechtstreeks een infinitief gebruiken. Zonder voorzetsel.

  • Je pense réserver un soin demain. (= ik denk dat ik ga reserveren)
  • Je pense de réserver

Praktische tip: als het onderwerp in beide delen hetzelfde is (jeje), dan is de infinitief vaak de meest natuurlijke keuze.

Veelgemaakte fouten (snelle correctie)

  • Ontkenning: Je ne crois pas que + subjonctif
    • ✅ Je ne crois pas qu’il soit prêt.
    • Je ne crois pas qu’il est prêt.
  • Inversie-vraag: Crois-tu que + subjonctif
    • ✅ Crois-tu qu’il soit disponible ?
    • Crois-tu qu’il est disponible ?
  • Infinitief: geen voorzetsel
    • ✅ Je pense partir demain.
    • Je pense de partir demain.
  1. Wanneer een werkwoord van mening in de verleden tijd gevolgd moet worden door de subjonctif, gebruikt men de subjonctif présent in plaats van de imparfait: "Il ne pensait pas qu'il puisse faire ce travail."
  2. Werkwoorden van mening die gevolgd worden door een infinitief, worden zonder voorzetsel gebruikt: "je pense partir demain".
  3. Het werkwoord espérer gedraagt zich als een werkwoord van mening: in de bevestigende vorm leidt het een werkwoord in de indicatif in; in de ontkennende en vragende vorm met inversie van het onderwerp leidt het een werkwoord in de subjonctif in.
Verbe (Werkwoord)TempsExemple (Voorbeeld)
Croire queIndicatifJe crois que le massage est efficace. (Ik geloof dat de massage effectief is.)
Espérer queIndicatifNous espérons que vous serez satisfait. (Wij hopen dat u tevreden zult zijn.)
Ne pas croire queIndicatifNe crois-tu pas qu'il est compétent ? (Geloof je niet dat hij bekwaam is?)
Croire queIndicatifEst-ce que tu crois qu'il est disponible ? (Denk jij dat hij beschikbaar is?)
Ne pas croire queSubjonctifJe ne crois pas qu'il soit disponible. (Ik geloof niet dat hij beschikbaar is.)
Crois-tu queSubjonctifCrois-tu qu'il soit disponible ? (Geloof jij dat hij beschikbaar is?)
Ne pas espérer queSubjonctifJe n'espère pas qu'il puisse commencer la formation trop tard. (Ik hoop niet dat hij te laat met de opleiding kan beginnen.)
Espérez-vous queSubjonctifEspérez-vous qu'ils aillent au spa ? (Hoopt u dat zij naar de spa gaan?)
Pensait queSubjonctif Il ne pensait pas qu'il puisse venir. (Hij dacht niet dat hij kon komen.)
PenserInfinitifJe pense réserver un soin demain. (Ik denk morgen een behandeling te reserveren.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Je crois que ce soin du visage ______ votre peau sensible après le sauna.

Ik denk dat deze gezichtsbehandeling je gevoelige huid ______ na de sauna.

2. Je ne crois pas que ce massage ______ adapté si vous avez des douleurs au dos.

Ik geloof niet dat deze massage ______ geschikt is als u rugpijn heeft.

3. Croyez-vous que la cabine ______ disponible sur réservation pour 18 h ?

Denkt u dat de cabine ______ op reservering beschikbaar is voor 18.00 uur?

4. Il ne pensait pas que l'huile essentielle ______ provoquer une réaction, mais il préfère vous informer.

Hij dacht niet dat de essentiële olie ______ een reactie veroorzaken, maar hij geeft er de voorkeur aan u te informeren.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen en gebruik daarbij de juiste wijs na croire/penser/espérer (indicatif in bevestigende zinnen; subjonctif in ontkennende vormen en in vragen met inversie), waarbij de betekenis behouden blijft.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (Je ne crois pas que) Je crois que le soin est adapté à ma peau sensible.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Je ne crois pas que le soin soit adapté à ma peau sensible.
    (Ik geloof niet dat de verzorging geschikt is voor mijn gevoelige huid.)
  2. Hint Hint (N’espérez-vous pas que) Nous espérons que vous serez satisfait du programme de formation.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    N’espérez-vous pas que vous soyez satisfait du programme de formation ?
    (Hoopt u niet dat u tevreden bent met het opleidingsprogramma?)
  3. Hint Hint (Crois-tu que) Tu crois qu’il est disponible vendredi pour une consultation ?
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Crois-tu qu’il soit disponible vendredi pour une consultation ?
    (Geloof jij dat hij vrijdag beschikbaar is voor een consultatie?)
  4. Hint Hint (Il ne pensait pas que) Il pensait que l’équipe pouvait finir le dossier avant mardi.
    ⇒ ____________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Il ne pensait pas que l’équipe puisse finir le dossier avant mardi.
    (Hij dacht niet dat het team het dossier vóór dinsdag kon afronden.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de correcte zin: indicatief of subjonctif na croire, penser, espérer.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Na « je ne crois pas que » moet je de subjonctif gebruiken, niet de indicatif; in dit geval zeg je niet « est ».
2.
« Espérer » in de bevestigende vorm leidt niet tot de subjonctif; « convienne » zou hier onjuist zijn, behalve bij ontkenning of vraagvorm.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Marco De Faria

Master in Vreemde Talen

University of Poitiers

University_Logo

Frankrijk


Laatst bijgewerkt:

vrijdag, 10/07/2026 09:17