A2.28 - Exercício e estilo de vida
A2.28 - Exercício e estilo de vida

A2.28 - Exercício e estilo de vida - Vocabulário

Beweging en levensstijl


Vocabulário (15)

De routine

De routine Mostrar

A rotina Mostrar

De conditie

De conditie Mostrar

A condição física Mostrar

De beweging

De beweging Mostrar

O movimento Mostrar

De gewichten

De gewichten Mostrar

Os pesos Mostrar

De kracht

De kracht Mostrar

A força Mostrar

De krachttraining

De krachttraining Mostrar

O treino de força Mostrar

De training

De training Mostrar

O treino Mostrar

De oefeningen

De oefeningen Mostrar

Os exercícios Mostrar

De yoga

De yoga Mostrar

O yoga Mostrar

Het zwembad

Het zwembad Mostrar

A piscina Mostrar

Een gezond leven leiden

Een gezond leven leiden Mostrar

Levar uma vida saudável Mostrar

Trainen

Trainen Mostrar

Treinar Mostrar

Optillen

Optillen Mostrar

Levantar Mostrar

Rennen

Rennen Mostrar

Correr Mostrar

Kunnen (poder)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) kon
(jij/je) kon
(hij/zij/ze/het) kon
(wij/we) konden
(jullie) konden
(zij/ze) konden

Trainen (treinar)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) trainde
(jij/je) trainde
(hij/zij/ze/het) trainde
(wij/we) trainden
(jullie) trainden
(zij/ze) trainden

Rennen (correr)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gerend
(jij/je) hebt gerend
(hij/zij/ze/het) heeft gerend
(wij/we) hebben gerend
(jullie) hebben gerend
(zij/ze) hebben gerend