A2.32 - Planos familiares
A2.32 - Planos familiares

A2.32 - Planos familiares - Vocabulário

Gezinsplannen


Vocabulário (12)

De baby

De baby Mostrar

O bebê Mostrar

De tiener

De tiener Mostrar

O adolescente Mostrar

De volwassene

De volwassene Mostrar

O adulto Mostrar

Het huisdier

Het huisdier Mostrar

O animal de estimação Mostrar

Het koppel

Het koppel Mostrar

O casal Mostrar

De relatie

De relatie Mostrar

O relacionamento Mostrar

Een gezin stichten

Een gezin stichten Mostrar

Formar uma família Mostrar

Een kind krijgen

Een kind krijgen Mostrar

Ter um filho Mostrar

Samenwonen

Samenwonen Mostrar

Morar junto Mostrar

Trouwen

Trouwen Mostrar

Casar Mostrar

Scheiden

Scheiden Mostrar

Divorciar-se Mostrar

Sterven

Sterven Mostrar

Morrer Mostrar

Leven (viver)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou leven
(jij/je) zou leven
(hij/zij/ze/het) zou leven
(wij/we) zouden leven
(jullie) zouden leven
(zij/ze) zouden leven

Trouwen (casar)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou trouwen
(jij/je) zou trouwen
(hij/zij/ze/het) zou trouwen
(wij/we) zouden trouwen
(jullie) zouden trouwen
(zij/ze) zouden trouwen