Vocabulary (12)

De baby

De baby Show

Baby Show

Het koppel

Het koppel Show

Couple Show

De relatie

De relatie Show

Relationship Show

Het huisdier

Het huisdier Show

Pet Show

Een gezin stichten

Een gezin stichten Show

To start a family Show

Een kind krijgen

Een kind krijgen Show

To have a child Show

De tiener

De tiener Show

Teenager Show

De volwassene

De volwassene Show

Adult Show

Samenwonen

Samenwonen Show

To live together Show

Trouwen

Trouwen Show

To get married Show

Scheiden

Scheiden Show

To get divorced Show

Sterven

Sterven Show

To die Show

Leven (to live)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou leven
(jij/je) zou leven
(hij/zij/ze/het) zou leven
(wij/we) zouden leven
(jullie) zouden leven
(zij/ze) zouden leven

Trouwen (to marry)

Conditionele Tegenwoordige Tijd (CTT)


(ik) zou trouwen
(jij/je) zou trouwen
(hij/zij/ze/het) zou trouwen
(wij/we) zouden trouwen
(jullie) zouden trouwen
(zij/ze) zouden trouwen