B2.6: Alle soorten gezinnen

Todos los tipos de familias

Ontdek in deze les Spaanse woorden voor verschillende gezinstypen zoals 'familia nuclear' (kerngezin) en 'familia monoparental' (éénoudergezin), en leer hoe je relaties en familieverbanden beschrijft.

Oefeningen

Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.

Binnenkort beschikbaar...

Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!

Wil je vandaag Spaans oefenen? Dat is mogelijk! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.

Schrijf je nu in!

Overzicht van de les: Alle soorten families

In deze les verkennen we het rijke vocabulaire en de uitdrukkingen rondom familienormen en -structuren in het Spaans. Je leert over verschillende soorten gezinnen, van traditionele kerngezinnen tot samengestelde en uitgebreide families. De les is ontworpen voor B2-niveau, waarbij de nadruk ligt op het uitbreiden van je woordenschat en het verbeteren van je spreek- en schrijfvaardigheid in context.

Belangrijke thema's en inhoud

  • Familietypes: woorden zoals la familia nuclear (het kerngezin), la familia monoparental (eenoudergezin), la familia extensa (uitgebreide familie) en la familia reconstituida (samengesteld gezin).
  • Relaties binnen het gezin: termen zoals el/la cónyuge (echtgenoot/echtgenote), el yerno/la nuera (schoonzoon/schoondochter) en los suegros (schoonouders).
  • Woorden rondom gezinsleven: uitdrukkingen over samenleven, zorg en tradities, bijvoorbeeld convivir (samenwonen), el vínculo familiar (familieband), la herencia (erfenis).

Voorbeeldzinnen

  • Mi familia nuclear consiste en mis padres y mis dos hermanos. (Mijn kerngezin bestaat uit mijn ouders en mijn twee broers.)
  • En una familia monoparental, el padre o la madre cría a los hijos solo. (In een eenoudergezin verzorgt de vader of moeder de kinderen alleen.)
  • Las familias extendidas suelen vivir cerca unas de otras en España. (Uitgebreide families wonen vaak dicht bij elkaar in Spanje.)

Belangrijke verschillen en tips voor Nederlandssprekenden

In het Spaans is de term familia vergelijkbaar met het Nederlandse 'familie', maar het gebruik van specifieke termen zoals la familia reconstituida (samengesteld gezin) is formeler en wordt vaker gebruikt dan in het Nederlands. Ook kent het Spaans aparte woorden voor schoonfamilie zoals suegros (schoonouders), die in het Nederlands minder specifiek benoemd worden. Verder wordt vaak onderscheid gemaakt tussen hermanos (zussen en broers) en primos (neven en nichten), wat je in het Nederlands ook kent, maar de context en nuances kunnen verschillen.

Handige uitdrukkingen om te oefenen zijn onder meer:
"Tener buena relación con la familia" (een goede relatie hebben met de familie)
"Los lazos familiares son muy fuertes en nuestra cultura" (Familiebanden zijn erg sterk in onze cultuur)
"Cuidar a los hijos" (voor de kinderen zorgen)

Door deze les te bestuderen, bouw je een stevige basis om over uiteenlopende gezinsvormen te praten en je mening te geven, essentieel op B2-niveau.

Deze lessen zouden niet mogelijk zijn zonder onze geweldige partners🙏