Un adjetivo relacional indica el ámbito o sector de algo y deriva normalmente de sustantivos.
(Een relationeel bijvoeglijk naamwoord geeft het domein of de sector van iets aan en is meestal afgeleid van zelfstandige naamwoorden.)
- Deze bijvoeglijke naamwoorden staan na het zelfstandig naamwoord.
- Niet te gebruiken met muy, más, menos.
| Correcto | Incorrecto |
| Recibimos la revista mensual en la oficina. (We ontvangen het maandelijkse tijdschrift op kantoor.) | Recibimos la revista muy mensual en la oficina. (We ontvangen het tijdschrift heel maandelijks op kantoor.) |
| Informaron sobre un ataque terrorista. (Ze berichtten over een terroristische aanslag.) | Informaron sobre un ataque muy terrorista. (Ze berichtten over een heel terroristische aanslag.) |
| La empresa trabaja en construcción naval. (Het bedrijf werkt in de scheepsbouw.) | La empresa trabaja en naval construcción. (Het bedrijf werkt in scheeps-bouw.) |
| Fue un fracaso económico importante. (Het was een belangrijk economisch fiasco.) | Fue un económico fracaso importante. (Het was een economisch belangrijk fiasco.) |
Uitzonderingen!
- Deze bijvoeglijke naamwoorden classificeren, ze beschrijven geen eigenschappen (bonito, grande, interesante...).
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Para la licencia de obras necesitamos un informe técnico y otro ___ para la certificación de la vivienda.
Voor de bouwvergunning hebben we een technisch rapport en een ander ___ nodig voor de certificering van de woning.)2. Preferimos instalar calefacción ___ porque resulta más eficiente en este tipo de edificio residencial.
We geven de voorkeur aan het installeren van ___ omdat dat efficiënter is in dit soort woongebouwen.)3. Para lograr un ambiente cálido recomiendo una iluminación ___ y una decoración minimalista.
Om een warme sfeer te bereiken raad ik ___ en een minimalistische inrichting aan.)4. La empresa está especializada en la reforma ___ de viviendas antiguas en el casco histórico.
Het bedrijf is gespecialiseerd in de ___ van oude woningen in het historische centrum.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen en verbeter het gebruik van relationele bijvoeglijke naamwoorden: plaats ze achter het zelfstandig naamwoord, gebruik geen zeer/meer/minder met deze bijvoeglijke naamwoorden en vervang naamwoordgroepen zoals “de la economía” door het juiste relationele bijvoeglijk naamwoord (bijv. de la economía → económico).
-
⇒ _______________________________________________ ExampleFue una crisis económica muy grave para el país.(Fue una crisis económica muy grave para el país.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleLa compañía tiene una estrategia comercial muy agresiva.(La compañía tiene una estrategia comercial muy agresiva.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleEstán construyendo un puerto comercial muy grande en la costa.(Están construyendo un gran puerto comercial en la costa.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleHemos aprobado un plan energético bastante ambicioso para la ciudad.(Hemos aprobado un plan energético bastante ambicioso para la ciudad.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Werk per tweetal samen, onderhandel en verdedig je over de volledige renovatie van het huis.
- ¿Qué reforma estructural propones para mejorar la distribución y la iluminación natural? (Welke structurele wijziging stel je voor om de indeling en de natuurlijke lichtinval te verbeteren?)
- ¿Qué soluciones de aislamiento térmico y acústico solicitarías al arquitecto y por qué? (Welke oplossingen voor thermische en geluidsisolatie zou je aan de architect voorstellen en waarom?)
- hacer una reforma integral (een volledige renovatie uitvoeren)
- instalación eléctrica y fontanería del ático (elektrische installatie en sanitair van het penthouse)
- material de construcción ecológico y aislamiento térmico (ecologisch bouwmateriaal en thermische isolatie)
- reforma mensual / servicio académico (maandelijkse renovatie / academische dienst)