El atributo es la parte de la frase que dice qué es o cómo es algo.
(Het naamwoordelijk deel van het gezegde is het zinsdeel dat zegt wat iets is of hoe iets is.)
- Het naamwoordelijk deel van het gezegde combineert met ser of estar.
- Het naamwoordelijk deel van het gezegde kan worden vervangen door lo.
- Lo heeft geen geslacht en geen meervoudsvorm.
| Vorm | Situatie | Voorbeeld |
| Lo + ser | Hablar de una cualidad (Over een eigenschap spreken) | El viaje es largo ⇒ Lo es. (De reis is lang ⇒ Dat is zo.) |
| Lo + estar | Hablar de un estado (Over een toestand spreken) | El vuelo está retrasado ⇒ Lo está. (De vlucht heeft vertraging ⇒ Dat klopt.) |
| Ser + infinitivo | Hablar de una acción (Over een handeling spreken) | Eso es viajar. (Dát noem je reizen.) |
| Ser + quien | Hablar de una persona (Over een persoon spreken) | Él es quien tiene la culpa. (Hij is degene die schuldig is.) |
| Cosa + lo(s) + verbo | Hablar de algo ya mencionado (Over iets al genoemd spreken) | Los libros los tiene Juan. (Juan heeft de boeken.) |
| Verbo solo | Hablar en general, sin repetir la cosa (Algemeen spreken, zonder het ding te herhalen) | — ¿Bebió alcohol? — No, no bebió. (— Heeft hij alcohol gedronken? — Nee, hij heeft niet gedronken.) |
Uitzonderingen!
- Het naamwoordelijk deel van het gezegde kan niet met „lo” worden vervangen na volverse, ponerse, quedarse (Se volvió vegetariano ⇒ *Se lo volvió).
- Wanneer de handeling gericht is op een persoon, gebruik je “le”, niet “lo” (*Lo telefoneé ⇒ Le telefoneé).
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. —Su tren iba a ser directo a Barcelona, pero ahora no ___: tiene que hacer transbordo en Zaragoza.
—Uw trein zou rechtstreeks naar Barcelona gaan, maar nu is dat niet ___: u moet in Zaragoza overstappen.)2. —¿El vuelo a Bilbao sigue retrasado? —Sí, por desgracia todavía ___ .
—Is de vlucht naar Bilbao nog vertraagd? —Ja, helaas is hij nog steeds ___.)3. Conducir tres horas por una carretera secundaria llena de baches ___ muy cansado, por eso prefiero la autopista de peaje.
Drie uur rijden over een secundaire weg vol kuilen ___ erg vermoeiend, daarom geef ik de voorkeur aan de tolweg.)4. ___ quienes decidimos si el camión debe pasar otro control en la frontera.
___ quienes decidimos si el camión debe pasar otro control en la frontera.)Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen door het attribuut of lijdend voorwerp correct te vervangen door «lo / la / los / las» of door de aangegeven constructies te gebruiken (lo + ser/estar, ser + infinitief, ser + quien), afhankelijk van wat van toepassing is.
-
⇒ _______________________________________________ ExamplePara mí, eso es aprender cada día.(Voor mij is dat iedere dag leren.)
-
⇒ _______________________________________________ ExampleMaría es quien organiza siempre los viajes de la empresa.(María is degene die altijd de reizen van het bedrijf organiseert.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Werk per tweetal de beste optie uit door echte keuzes met elkaar te vergelijken.
- Describid cada opción de transporte: ¿qué lo hace buena o mala? (Beschrijf elke vervoersoptie: wat maakt deze goed of slecht?)
- Discutid quién es responsable del retraso y por qué; ¿quién es quien debe asumir los costes? (Bespreek wie verantwoordelijk is voor de vertraging en waarom; wie zou de kosten moeten dragen?)
- El vuelo internacional de IBERIA está retrasado; el tren de RENFE no lo está. (De internationale vlucht van IBERIA is vertraagd; de trein van RENFE is dat niet.)
- Si cruzáis la frontera en coche, eso es conducir por autopista de peaje y carreteras secundarias. (Als je de grens per auto oversteekt, rijd je over tolwegen en secundaire wegen.)
- El vuelo chárter tiene escalas; eso es perder tiempo y quizá conexiones. (De chartervlucht heeft tussenlandingen; dat kost tijd en kan aansluitingen in gevaar brengen.)
- lo + ser/estar (lo + ser/estar)
- ser + quien (ser + quien)
- cosa + lo(s) + verbo (cosa + lo(s) + verbo)