El estilo indirecto reproduce preguntas y frases con cambios de tiempo, persona y lugar.

(Indirecte rede geeft vragen en zinnen weer met veranderingen in tijd, persoon en plaats.)

Wat gebeurt er in stijl indirecto (gerapporteerde rede)?

Je vertelt achteraf wat iemand zei. Daardoor verschuift het perspectief:

  • Tijd schuift vaak één stap terug (presente → imperfecto).
  • Toekomst wordt vaak condicional (neutrale rapportage), of blijft futuro (als de spreker verantwoordelijkheid/zekerheid benadrukt).
  • Plaats en tijdswoorden passen zich aan: aquí→allí, ahora→entonces, mañana→al día siguiente, este/ese→aquel.

Stap 1 — Kies: neutraal rapporteren of verantwoordelijkheid benadrukken?

  • Neutraal (meest voorkomend): futuro → condicional.

    Dijo: «Iré mañana»Dijo que vendría al día siguiente.

  • Verantwoordelijkheid/zekerheid (spreker staat nog steeds achter wat hij zegt): futuro blijft futuro.

    Dijo: «Iré mañana»Dijo que vendrá al día siguiente.

Checkvraag: rapporteer je gewoon, of wil je laten horen dat hij het (nog) zeker weet/garandeert?

Stap 2 — De “tijd-terugzet”: presente → imperfecto

Als je vanuit een verleden rapporteert (dijo/explicó/comentó…), wordt het Spaans vaak “één stap verleden”.

Direct Indirect (na dijo/explicó…)
«El albornoz queda amplio.» Dijo que el albornoz quedaba amplio.
«Trabajo aquí Dijo que trabajaba allí.
  • Let op: het gaat om het standpunt van de reporter, niet om “verleden” in de werkelijkheid.

Stap 3 — Deictische woorden: hier/nu/morgen → daar/toen/volgende dag

Je past woorden aan die afhankelijk zijn van de spreeksituatie.

Direct Indirect Waarom?
aquí allí niet meer “hier bij mij”, maar “daar”
ahora entonces / en aquel momento “nu” wordt “toen”
mañana al día siguiente relatief t.o.v. het vertelmoment
este / ese aquel meer afstand in tijd/ruimte

Snelle zelfcheck: als je het in het Nederlands zou omzetten, zou je dan ook “hier→daar”, “nu→toen” zeggen?

Indirecte vragen: géén “que” vóór het vraagwoord

Bij indirecte vragen gebruik je het vraagwoord meteen.

  • Correct: Preguntó cuándo estaría listo.
  • Fout: Preguntó que cuándo estaría listo.

Waarom belangrijk? Dit is een veelgemaakte fout door letterlijke vertaling (“hij vroeg dat…”).

Uitzondering die je móét onthouden: vraagwoorden houden hun accent

In indirecte stijl blijft de tilde staan op vragende woorden:

  • cuándo, dónde, cuánto, cómo (ook: qué, quién, cuál).

Voorbeeld:

  • «¿Cuánto cuesta?» → Preguntó cuánto costaba.

Mini-checklist (voor je antwoord nakijken)

  1. Inleidend werkwoord staat in verleden? (dijo, explicó, comentó, preguntó…)
  2. Presente → imperfecto waar nodig?
  3. Futuro: kies bewust condicional (neutraal) of futuro (zekerheid/verantwoordelijkheid).
  4. Deictische woorden aangepast? aquí/ahora/mañana/este…
  5. Indirecte vraag: géén que vóór het vraagwoord en accent blijft.

Wat moet je vooral kunnen (B2-doel)

  • Snel schakelen tussen wat iemand letterlijk zei en wat jij erover rapporteert.
  • Correcte keuze maken tussen vendrá en vendría (betekenisnuance).
  • Automatisch “meeschuiven” van hier/nu/morgen naar daar/toen/volgende dag.
FormaForma directaEstilo indirecto
Presenteimperfecto"El albornoz queda amplio." ("De badjas zit ruim.")Él dijo que el albornoz quedaba amplio. (Hij zei dat de badjas ruim zat.)

Futurofuturo (Responsabilidad por lo dicho)

Futurocondicional (neutro)

 

Dijo: «Iré mañana» (Hij zei: «Ik ga morgen»)

Dijo que vendrá al día siguiente. (Hij zei dat hij de volgende dag zal komen.)

Dijo que vendría al día siguiente. (Hij zei dat hij de volgende dag zou komen.)

Aquíallí

Este, eseaquel

"Trabajo aquí." ("Ik werk hier.")

"Prefiero este conjunto" ("Ik verkies deze outfit")

La modista dijo que trabajaba allí. (De kleermaker zei dat hij/zij daar werkte.)

La mujer dijo que prefería aquel conjunto. (De vrouw zei dat ze die outfit verkoos.)

Ahoraentonces/ en aquel momento/ en aquel entonces"Ahora coso la bata." ("Nu naai ik de badjas.")Ella dijo que entonces cosía la bata. (Zij zei dat ze toen de badjas naaide.)
Mañanaal día siguiente"Mañana lo recojo." ("Morgen haal ik het op.")Él dijo que lo recogería al día siguiente. (Hij zei dat hij het de volgende dag zou ophalen.)

Uitzonderingen!

  1. De vraagwoorden cuándo, dónde, cuánto, cómo behouden ook in de indirecte rede het accent.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. La dependienta me explicó que el traje me ______ flojo de hombros.

De verkoopster legde me uit dat het pak me ______ los zat bij de schouders.

2. El sastre dijo que podría estrechar la cintura, pero que no lo ______ hoy.

De kleermaker zei dat hij de taille kon innemen, maar dat hij dat vandaag niet ______.

3. En la tintorería me aseguraron que mi conjunto estaría listo ______.

Bij de stomerij verzekerden ze me dat mijn outfit klaar zou zijn ______.

4. La modista comentó que trabajaba ______ y que en aquel momento estaba cosiendo la cremallera.

De naaister merkte op dat ze ______ werkte en dat ze op dat moment de rits aan het naaien was.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zinnen van directe rede om in indirecte rede (weergave van iemands woorden), waarbij je de werkwoordstijden en de aanwijzingen voor plaats en tijd aanpast: aquí→allí, ahora→entonces, mañana→al día siguiente, este/ese→aquel. Behoud de vraagwoorden met accent.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. La modista dijo: «Ahora ajusto el pantalón, porque queda ancho».
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La modista dijo que entonces ajustaba el pantalón porque quedaba ancho.
    (De naaister zei dat ze toen de broek aanpaste omdat hij te wijd zat.)
  2. El encargado explicó: «Trabajo aquí, pero mañana estaré en otra tienda».
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El encargado explicó que trabajaba allí, pero que al día siguiente estaría en otra tienda.
    (De verantwoordelijke legde uit dat hij daar werkte, maar dat hij de volgende dag in een andere winkel zou zijn.)
  3. Ella comentó: «Prefiero este vestido; me queda mejor».
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ella comentó que prefería aquel vestido y que le quedaba mejor.
    (Zij merkte op dat ze de voorkeur gaf aan die jurk en dat hij haar beter stond.)
  4. El cliente preguntó: «¿Cuánto cuesta arreglar la cremallera y cuándo estará listo?».
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El cliente preguntó cuánto costaba arreglar la cremallera y cuándo estaría listo.
    (De klant vroeg hoeveel het kostte om de rits te repareren en wanneer het klaar zou zijn.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste optie in indirecte stijl.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Onjuist: het is niet natuurlijk om «preguntó que cuándo» te zeggen; in de indirecte stijl van vragen laat je «que» weg vóór het vraagwoord.
2.
Onjuist: de verandering van tijd en deiktische elementen ontbreekt — in indirecte stijl moet «recogeré» veranderen in «recogería» en «mañana» in «al día siguiente».

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

maandag, 25/05/2026 13:16