Las metáforas usan expresiones figuradas para describir carácter, estado o reacción de manera no literal.

(Metaforen gebruiken figuurlijke uitdrukkingen om karakter, toestand of reactie op een niet-letterlijke manier te beschrijven.)

1. Wat leer je hier precies?

  • Hoe je in het Spaans metaforen gebruikt om gevoelens en eigenschappen uit te drukken.
  • Welke werkwoorden je nodig hebt: ser, estar, ponerse, quedarse, volverse.
  • Wanneer je como en wanneer je de gebruikt.
  • Waar je in het dagelijks taalgebruik op moet letten (natuurlijk vs. vreemd Spaans).

Denk steeds: wat verandert er? Een vaste eigenschap, een tijdelijke toestand, of een plotselinge reactie?

2. Basispatroon van deze uitdrukkingen

De meeste uitdrukkingen volgen dit schema:

  • ser / estar / ponerse / quedarse / volverse + como / de + metafoor
Ser + como vaste eigenschap vergelijken
Ej.: Es fuerte como un toro.
Estar + como tijdelijke toestand vergelijken
Ej.: Está como una cabra.
Ponerse + como / de plotselinge verandering (vooral emoties, kleur)
Ej.: Se pone como un tomate.
Quedarse + como / de resultaat van een schok of verrassing
Ej.: Se quedó de piedra.
Volverse + adj. geleidelijke verandering in karakter
Ej.: Se ha vuelto loco.

3. Ser, estar, ponerse, quedarse, volverse: waar let je op?

Denk in drie stappen: eigenschap – toestand – verandering.

  1. Ser – vaste kenmerken of herhaalde patronen
    • Metaforen met ser gaan vaak over karakter of fysieke kracht.
    • Ej.: Es fuerte como un toro. (hij is altijd heel sterk)
  2. Estar – tijdelijke of subjectieve toestand
    • Vaak met een evaluatie: vandaag doet iemand raar, anders dan normaal.
    • Ej.: Hoy estás como una cabra. (vandaag doe je gek)
  3. Ponerse – je wordt iets (snel, vaak uiterlijk of emotie)
  • "Worden" in de zin van: je verandert en het is zichtbaar.
  • Vaak met kleuren of emoties.
    • Ej.: Se pone como un tomate. (ze wordt rood van schaamte)
  1. Quedarse – je blijft achter in een bepaalde staat
    • Er gebeurt iets → je "blijft" zo, meestal door schrik of verbazing.
    • Ej.: Se quedó de piedra. (hij was compleet verstijfd van verbazing)
  2. Volverse – je wordt anders qua karakter (vaak negatief of extreem)
  • Niet een korte reactie, maar een verandering in de persoon.
  • In deze context meestal met een bijvoeglijk naamwoord, geen vergelijking.
    • Ej.: Se ha vuelto loco. (hij is gek geworden)

4. Como of de? Wanneer gebruik je wat?

Er is geen één simpele regel, maar er zijn patronen die vaak terugkomen.

como Vergelijking met een levend wezen of concreet beeld
Ej.: fuerte como un toro, lento como una tortuga, como un tomate
de Vaste beeldspraak met een ding / materiaal
Ej.: quedarse de piedra, tener nervios de acero

Belangrijk:

  • Er bestaan veel vaste combinaties die je gewoon zo moet leren.
  • Bij twijfel: zoek de uitdrukking op, niet alleen het losse woord.

5. Typische vaste uitdrukkingen uit deze les

Ser fuerte como un toro ⇒ heel sterk zijn (fysiek)
Ser lento como una tortuga ⇒ heel traag zijn
Estar como una cabra ⇒ zich (een beetje) gek gedragen
Volverse loco ⇒ de controle verliezen / gek worden
Ponerse como un tomate ⇒ heel rood worden (schaamte)
Quedarse de piedra ⇒ compleet versteld staan

Let op dat sommige metaforen cultureel zijn:

  • Nederlands: “gek als een deur” → Spaans: estar como una cabra, niet *estar como una puerta.

6. Veelgemaakte fouten (en snelle checks)

  • 1. Ser vs. estar door elkaar halen
    • Es fuerte como un toro. (algemene eigenschap)
    • Hoy estás como una cabra. (vandaag gedraag je je zo)
    • Check: gaat het over iemand "in het algemeen"? → vaak ser.
  • 2. Volverse + vergelijking gebruiken
    • Goed: Se ha vuelto loco.
    • Vreemd: Se ha vuelto como una cabra. (niet normaal in het Spaans)
    • Check: na volverse meestal een bijvoeglijk naamwoord, geen como + …
  • 3. Como / de door elkaar
    • Goed: quedarse de piedra, ponerse como un tomate.
    • Check: is het een bekende vaste uitdrukking? → neem die letterlijk over.
  • 4. Te letterlijk uit het Nederlands vertalen
    • Nederlands: “versteend staan” → Spaans: quedarse de piedra, niet *estar de piedra.
    • Check: staat er in het Spaans een werkwoord van verandering (quedarse, ponerse)? Gebruik dat dan ook.

7. Zelftest: begrijp je het systeem?

Beantwoord deze vragen in je hoofd (of hardop):

  1. Je vriend is altijd heel traag in de ochtend. Zeg je:
    • a) Está lento como una tortuga.
    • b) Es lento como una tortuga.

    Antwoord: b) – het gaat om een vaste eigenschap → ser.

  2. Iemand hoort heel slecht nieuws en zegt niets meer, kijkt alleen maar. Wat past beter?
    • a) Se quedó de piedra.
    • b) Está de piedra.

    Antwoord: a) – het gaat om een reactie op een gebeurtenis → quedarse.

  3. Iemand verliest geleidelijk de controle in zijn leven. Wat is natuurlijk Spaans?
    • a) Se ha vuelto loco.
    • b) Se ha puesto loco.

    Antwoord: a) – verandering van karakter → volverse + adj.

8. Hoe kun je zelf nieuwe metaforen maken?

De meest gebruikte patronen:

  • Ser + adj. + como + dier / ding
    • Es terco como una mula. (koppig als een ezel)
    • Es callado como un muerto. (stil als een dode – erg sterk, gebruik voorzichtig)
  • Estar + como + dier (gek gedrag, informeler)
    • Está como una moto. (hyperactief)
  • Tener + zelfstandig naamwoord + de + materiaal / ding
    • Tiene nervios de acero. (stalen zenuwen hebben)

Tip: vergroot je repertoire stap voor stap. Leer liever een paar veelgebruikte uitdrukkingen echt goed, dan heel veel halve.

UitdrukkingenBetekenissen
Ser fuerte como un toro. (Heel sterk zijn.)⇒ Muy fuerte. (⇒ Heel sterk.)
Ser lento como una tortuga. (Heel langzaam zijn.)⇒ Muy lento. (⇒ Heel langzaam.)
Estar como una cabra. (Niet goed bij je hoofd zijn.)⇒ Estar loco. (⇒ Gek zijn.)
Volverse loco. (Gek worden.)⇒ Perder el control. (⇒ De controle verliezen.)
Ponerse como un tomate. (Heel rood worden.)⇒ Ponerse muy rojo. (⇒ Heel rood worden.)
Quedarse de piedra. (Versteld staan.)⇒ Sorprenderse mucho. (⇒ Heel erg verbaasd zijn.)

Uitzonderingen!

  1. Het meest gebruikelijk is om diernamen te gebruiken, maar je kunt ook andere zelfstandige naamwoorden gebruiken. ⇒ Es fuerte como un toro / Es fuerte como una roca.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Cuando mi viejo amigo me contó que se divorciaba, me ___ y no supe qué decir.

Cuando mi viejo amigo me contó que se divorciaba, me ___ y no supe qué decir.)

2. En la reunión familiar, Marta ___ cuando su madre mencionó su antiguo ligue delante de todos.

En la reunión familiar, Marta ___ cuando su madre mencionó su antiguo ligue delante de todos.)

3. Desde que lo despidieron, ___ y cambia de planes cada cinco minutos.

Desde que lo despidieron, ___ y cambia de planes cada cinco minutos.)

4. Aunque es ___ contestando mensajes, siempre aparece puntual cuando organizamos una cena entre amigos.

Aunque es ___ contestando mensajes, siempre aparece puntual cuando organizamos una cena entre amigos.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Schrijf de zinnen opnieuw door de letterlijke beschrijving te vervangen door de juiste metafoor (gebruik ser/estar/ponerse/quedarse/volverse + como/de + metafoor), waarbij de oorspronkelijke betekenis behouden blijft.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (fuerte) Cuando mi hermano va al gimnasio, es muy fuerte.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Cuando mi hermano va al gimnasio, es fuerte como un toro.
    (Cuando mi hermano va al gimnasio, es fuerte como un toro.)
  2. Hint Hint (lenta) Laura es muy lenta cuando se prepara para salir de casa.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Laura es lenta como una tortuga cuando se prepara para salir de casa.
    (Laura es lenta como una tortuga cuando se prepara para salir de casa.)
  3. Hint Hint (volverse) Desde que trabaja tantas horas, él ha perdido el control.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Desde que trabaja tantas horas, él se ha vuelto loco.
    (Desde que trabaja tantas horas, él se ha vuelto loco.)
  4. Hint Hint (quedarse) Cuando le dijeron el precio de la casa, se sorprendió muchísimo.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Cuando le dijeron el precio de la casa, se quedó de piedra.
    (Cuando le dijeron el precio de la casa, se quedó de piedra.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen, beschrijf familieleden en vrienden met metaforen en vergelijk ze.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En una reunión de antiguos alumnos presentas a tu pareja y amigos cercanos.
(Tijdens een reünie van oud-studenten stel je je partner en naaste vrienden voor.)

Bespreek
  • ¿Qué familiar o amigo es fuerte como un toro? Describe una situación concreta. (Welk familielid of welke vriend is sterk als een stier? Beschrijf een concrete situatie.)
  • Describe a un amigo íntimo: ¿cuándo se queda de piedra o se pone como un tomate? ¿Por qué?","En la reunión, ¿quién está como una cabra o es lento como una tortuga? Da ejemplos respetuosos y divertidos. (Beschrijf een goede vriend: wanneer staat hij als versteend of wordt hij rood als een tomaat? Waarom?)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • amigo de toda la vida (vriend van jongs af aan)
  • reunión de antiguos alumnos (reünie van oud-studenten)
  • relación amistosa o profesional (vriendschappelijke of professionele relatie)

Gebruik in gesprek
  • Ser fuerte como un toro (Sterk zijn als een stier)
  • Quedarse de piedra (Versteend staan)
  • Ponerse como un tomate (Rood worden als een tomaat)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 18:47