Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo.

(Bijvoeglijke bijzinnen voegen informatie toe over een zelfstandig naamwoord.)

Kernidee: je kiest het betrekkelijk voornaamwoord op basis van (1) persoon/zaak en (2) of het antecedent expliciet is

Stap 1: gaat het over een persoon of een zaak/idee?

  • Persoon → vaak quien/quienes (zeker na een voorzetsel) óf el que/la que/…
  • Zaak/ideeel que/la que/… of simpel que; voor “wat” → lo que

Stap 2: staat het antecedent (het woord waar je naar verwijst) er echt?

  • Ja, expliciet ("de sensor…") → el que/la que/… of quien/quienes
  • Nee, impliciet ("Wat me verbaast is…") → lo que of quien/quienes

El que / la que / los que / las que: altijd laten “meeliften” met het antecedent

Deze reeks werkt als “degene die / datgene dat”, en past zich aan aan het antecedent:

Antecedent Relatief Voorbeeld
el informe (m. ev.) el que El informe del que hablamos es confidencial.
la prueba (v. ev.) la que La prueba en la que se basa el estudio es sólida.
los datos (m. mv.) los que Los datos con los que trabajamos están anonimizados.
las muestras (v. mv.) las que Las muestras de las que obtuvimos ADN se conservaron a -80°C.

Let op: heel vaak staat er ook een voorzetsel vóór: de la que, en los que, con el que

Lo que: “wat / datgene wat” zonder antecedent

Gebruik lo que als je niet terugverwijst naar één zelfstandig naamwoord, maar naar een hele situatie/zin.

  • Lo que observamos en el microscopio es sorprendente. (Wat we zien…)
  • No entiendo lo que implica este resultado. (…wat dit resultaat inhoudt)

Veelgemaakte fout:

  • El informe, lo que revisé ayer, incluye tres gráficos.El informe que revisé ayer…

Quien / quienes: voor mensen (en vaak extra netjes na een voorzetsel)

quien/quienes gebruik je voor personen, vooral in formeler Spaans en na een voorzetsel.

  • El investigador, de quien aprendimos mucho, trabaja con virus.
  • La ingeniera a quien llamaste ya respondió.

Zonder antecedent werkt het als “wie(ook maar)” / “degene die”:

  • Quien analice estos datos debe documentarlo todo.
  • Quienes trabajan con IA necesitan criterios éticos claros.

“A + relativo” bij personen als lijdend voorwerp (persoonlijk a)

Is de persoon direct object (“iemand interviewen/zoeken/kennen”)? Dan staat vaak a:

  • El investigador a quien entrevistaron…
  • El investigador al que entrevistaron… (a + el = al)

Zelfcheck: kun je in het Nederlands zeggen “iemand interviewen/kennen/zoeken”? Dan is a zeer waarschijnlijk nodig.

Indicativo of subjuntivo in de bijzin: gaat het om iets bestaands of iets gezochts?

Het betrekkelijk voornaamwoord verandert niet, maar de wijs in de bijzin vaak wel.

Situatie Wijs Signaalwoorden Voorbeeld
Bekend/specifiek/bestaand antecedent Indicativo el/este, “ik ken…”, “dat is…” Conozco al científico a quien entrevistaron.
Onbekend/niet-bestaand/hypothetisch Subjuntivo buscamos, necesitamos, no hay, cualquiera Buscamos una molécula de la que se pueda extraer información genética.

Mini-test: kun je in het Nederlands “die (nog) niet bekend is” toevoegen? → dan vaak subjuntivo.

Snelle beslisroute (30 seconden) + valkuilen

  1. Is het een persoon? Ja → quien/quienes (zeker na voorzetsel) of el que/…. Nee → el que/… of lo que (zonder antecedent).
  2. Is er een zelfstandig naamwoord als antecedent? Nee → lo que / quien(es).
  3. Moet er een voorzetsel staan? Neem het voorzetsel mee: de / en / con / para / a + …
  4. Gaat het om iets specifieks of iets gezochts? Specifiek → indicativo. Gezocht/hypothetisch → subjuntivo.
  • Valkuil 1: quien voor dingen → fout. Voor dingen: que / el que.
  • Valkuil 2: lo que gebruiken terwijl er wél een antecedent is → meestal fout.
  • Valkuil 3: de a vergeten bij personen als lijdend voorwerp → a quien / al que.
  1. El que / la que / los que / las que / lo que ⇒ komen in geslacht en getal overeen met het antecedent
  2. Quien / quienes ⇒ worden gebruikt voor personen
Estructura (Structuur)Uso (Gebruik)Ejemplos (Voorbeelden)
El que / la que / los que / las que / lo que Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent)La molécula de la que hablamos contiene oxígeno. (Het molecuul waarover we het hebben, bevat zuurstof.)
Con antecedente no expreso (Met een niet-expliciet antecedent)Lo que observamos en el microscopio es sorprendente. (Wat we onder de microscoop waarnemen, is verrassend.)
Información extra (entre comas)  (Extra informatie (tussen komma’s))El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología. (Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in technologie gebruikt.)
Objeto directo de persona (con “a”) (Lijdend voorwerp: persoon (met “a”))El investigador al que entrevistaron trabaja con virus. (De onderzoeker die ze hebben geïnterviewd, werkt met virussen.)
Quien / quienes

Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent)

El astrónomo, de quien aprendimos mucho, estudia nuevas especies. (De astronoom, van wie we veel hebben geleerd, bestudeert nieuwe soorten.)
Sin antecedente expreso (Zonder expliciet antecedent)

Quien investiga el nitrógeno debe calcular con precisión. (Wie stikstof onderzoekt, moet nauwkeurig rekenen.)

Quienes trabajan con nuevas tecnologías desarrollan avances importantes. (Wie met nieuwe technologieën werkt, ontwikkelt belangrijke vooruitgang.)

Uitzonderingen!

  1. De indicativo wordt gebruikt wanneer het antecedent bekend, specifiek en bestaand is. ⇒ Conozco al científico a quien entrevistaron sobre el virus.
  2. De subjuntivo wordt gebruikt wanneer het antecedent onbekend, niet-bestaand of hypothetisch is. ⇒ Buscamos una molécula de la que se pueda extraer información genética.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. El informe resume las pruebas de laboratorio ___ obtuvimos los datos sobre el virus.

Het verslag vat de laboratoriumtests samen ___ we de gegevens over het virus hebben verkregen.

2. Buscamos una molécula ___ se pueda extraer información genética sin destruir la muestra.

We zoeken een molecuul ___ genetische informatie kan worden gehaald zonder het monster te vernietigen.

3. El investigador ___ entrevistaron para el reportaje trabaja con células y neuronas.

De onderzoeker ___ ze voor de reportage hebben geïnterviewd, werkt met cellen en neuronen.

4. ___ más me impresionó del artículo fue cómo calcularon con precisión el nitrógeno en la muestra.

___ mij het meest indruk maakte van het artikel, was hoe ze met precisie de stikstof in het monster berekenden.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin door de informatie samen te voegen met een betrekkelijke bijzin en gebruik het geschikte betrekkelijk voornaamwoord (die/dat/degene die/hetgene dat, wie/wie). Pas ook de wijs (aantonend of aanvoegend) aan wanneer dat nodig is.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. La investigadora publicó un artículo. Hablamos de ese artículo en la reunión.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La investigadora publicó un artículo del que hablamos en la reunión.
    (De onderzoekster publiceerde een artikel waarover we tijdens de vergadering spraken.)
  2. En el informe aparece un dato. Ese dato me preocupa más.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Lo que más me preocupa es el dato que aparece en el informe.
    (Wat me het meest zorgen baart, is het gegeven dat in het rapport staat.)
  3. Conozco al técnico. Lo contrataron para calibrar el microscopio.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Conozco al técnico al que contrataron para calibrar el microscopio.
    (Ik ken de technicus die ze hebben ingehuurd om de microscoop te kalibreren.)
  4. El aluminio es un material muy ligero. Se utiliza en muchos dispositivos.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en muchos dispositivos.
    (Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in veel apparaten gebruikt.)

Oefening 3: Meerkeuze

Instructie: Kies in elk geval de juiste optie.

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1.
Onjuist: omdat het geen bekend antecedent is, moet de subjuntivo («se pueda»/«se puedan») worden gebruikt, niet de indicativo; bovendien ontbreekt de congruentie tussen «se» en «datos» (beter: «se puedan extraer datos»).
2.
Onjuist: «quien» wordt met personen gebruikt; voor zaken (zoals «informe») moet je «que» gebruiken. Vervang «quien» door «que».

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

zondag, 24/05/2026 00:18