Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo.
(Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo. (Bijvoeglijke (relatieve) bijzinnen voegen informatie toe over een zelfstandig naamwoord.))
- El que / la que / los que / las que / lo que ⇒ concuerdan en género y numero con el antecedente (El que / la que / los que / las que / lo que ⇒ komen in geslacht en getal overeen met het antecedent)
- Quien / quienes ⇒ se usan con personas (Quien / quienes ⇒ worden gebruikt voor personen)
| Estructura (Structuur) | Uso (Gebruik) | Ejemplos (Voorbeelden) |
| El que / la que / los que / las que / lo que | Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent) | La molécula de la que hablamos contiene oxígeno. (Het molecuul waarover we praten bevat zuurstof.) |
| Con antecedente no expreso (Met een niet-expliciet antecedent) | Lo que observamos en el microscopio es sorprendente. (Wat we in de microscoop waarnemen is verrassend.) | |
| Información extra (entre comas) (Extra informatie (tussen komma’s) ) | El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología. (Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in technologie gebruikt.) | |
| Objeto directo de persona (con “a”) (Lijdend voorwerp van een persoon (met “a”)) | El investigador al que entrevistaron trabaja con virus. (De onderzoeker die ze hebben geïnterviewd werkt met virussen.) | |
| Quien / quienes | Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent) | El astrónomo, de quien aprendimos mucho, estudia nuevas especies. (De astronoom, van wie we veel hebben geleerd, bestudeert nieuwe soorten.) |
| Sin antecedente expreso (Zonder expliciet antecedent) | Quien investiga el nitrógeno debe calcular con precisión. (Wie stikstof onderzoekt, moet nauwkeurig rekenen.) Quienes trabajan con nuevas tecnologías desarrollan avances importantes. (Wie met nieuwe technologieën werkt, ontwikkelt belangrijke vooruitgangen.) |
Uitzonderingen!
- El indicativo se usa cuando el antecedente es conocido, específico, existente. ⇒ Conozco al científico a quien entrevistaron sobre el virus. (De indicativo wordt gebruikt wanneer het antecedent bekend, specifiek en bestaand is. ⇒ Ik ken de wetenschapper die ze over het virus hebben geïnterviewd.)
- El subjuntivo se usa cuando el antecedente es desconocido, inexistente, hipotético. ⇒ Buscamos una molécula de la que se pueda extraer información genética. (De subjuntivo wordt gebruikt wanneer het antecedent onbekend, niet-bestaand of hypothetisch is. ⇒ We zoeken een molecuul waaruit genetische informatie kan worden gehaald.)
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. El artículo resume los datos del microscopio ____ resultaron más fiables durante el experimento.
Het artikel vat de gegevens van de microscoop ____ tijdens het experiment het meest betrouwbaar bleken te zijn.2. Buscamos un laboratorio ____ se pueda analizar el nitrógeno sin contaminar la muestra.
We zoeken een laboratorium ____ stikstof geanalyseerd kan worden zonder het monster te contamineren.3. El investigador ____ entrevistaron sobre el virus trabaja ahora en un hospital de Madrid.
De onderzoeker ____ ze over het virus hebben geïnterviewd, werkt nu in een ziekenhuis in Madrid.4. ____ trabajan con nuevas tecnologías tienen que calcular con precisión antes de publicar resultados.
____ met nieuwe technologieën werken, moeten nauwkeurig rekenen voordat ze resultaten publiceren.Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf door de twee zinnen te verbinden in één zin met een betrekkelijke bijzin, gebruikend het juiste betrekkelijke voornaamwoord (el que/la que/los que/las que/lo que of quien/quienes) en de benodigde voorzetsel; kies de indicatief of de conjunctief afhankelijk van of het antecedent bekend is of niet.
-
⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldConozco al investigador a quien entrevistaron sobre el virus.(Ik ken de onderzoeker die over het virus werd geïnterviewd.)
-
La molécula es estable. Hablamos de la molécula en la reunión.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldLa molécula de la que hablamos en la reunión es estable.(De molecuul waarover we tijdens de vergadering spraken, is stabiel.)
-
Lo observamos en el microscopio. Fue sorprendente para todo el equipo.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldLo que observamos en el microscopio fue sorprendente para todo el equipo.(Wat we onder de microscoop zagen, was verrassend voor het hele team.)
-
El aluminio se utiliza en tecnología. El aluminio es un material muy ligero.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldEl aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología.(Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in de technologie gebruikt.)
Oefening 3: Grammatica in actie
Instructie: Onderhandel prioriteiten van het rapport met behulp van relatieve zinnen om personen en bevindingen te beschrijven.
- ¿Qué objeto de estudio vais a presentar y por qué es relevante? (Welk onderzoeksobject gaan jullie presenteren en waarom is het relevant?)
- ¿Qué resultados destacaríais del microscopio y qué significan para el público no especialista? Explicad con ejemplo(s). (2–3 frases) ¿A quién entrevistaríais para validar el informe y qué aportaría esa persona? (uno o dos argumentos) ¿Qué nueva tecnología os interesa probar y qué avances esperáis conseguir? (Welke resultaten zouden jullie uit de microscoop benadrukken en wat betekenen die voor een niet‑gespecialiseerd publiek? Leg uit met voorbeeld(en). (2–3 zinnen))
- La molécula de la que hablamos contiene información genética útil. (Het molecuul waarover we spreken bevat bruikbare genetische informatie.)
- El investigador a quien consultemos trabaja con virus y células. (De onderzoeker aan wie we advies vragen werkt met virussen en cellen.)
- Lo que observamos en el microscopio afecta al objeto de estudio biológico. (Wat we in de microscoop zien beïnvloedt het biologische onderzoeksobject.)
- el que/la que/los que/las que + indicativo o subjuntivo (die/degenen die + indicatief of conjunctief)
- lo que + verbo (wat + werkwoord)
- a quien/quienes + verbo (aan wie / wie + werkwoord)