Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo.

(Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo. (Bijvoeglijke (relatieve) bijzinnen voegen informatie toe over een zelfstandig naamwoord.))

Wanneer kies je que, el/la/los/las que of lo que?

  • que = meest neutraal: “die/dat/wie” in een betrekkelijke bijzin.
  • el/la/los/las que = “degene die / datgene dat” (met geslacht + getal), vaak na een voorzetsel (de, a, con, en…).
  • lo que = “wat / datgene wat” zonder zelfstandig naamwoord als antecedent (je verwijst naar een idee, een hele zin, of iets algemeens).
Je verwijst naar… Vorm Mini-check
een concreet zelfstandig naamwoord que / el/la/los/las que Kun je het woord ervoor aanwijzen? → ja
een hele situatie / “het feit dat…” lo que Kun je er een zelfstandig naamwoord bij zetten? → nee
een persoon (formeel/precies) quien/quienes Gaat het echt om mensen? → ja

De kern: antecedent wél of niet uitgesproken

  • Met antecedent (staat erbij): je koppelt extra info aan een woord.
    • La molécula de la que hablamos contiene oxígeno.

    • El investigador al que entrevistaron trabaja con virus.

  • Zonder antecedent (staat niet erbij): je verwijst naar “datgene wat…”.
    • Lo que observamos en el microscopio es sorprendente.

    • Quien investiga el nitrógeno debe calcular con precisión.

Voorzetsel + betrekkelijk: de valkuil die bijna iedereen maakt

In het Spaans blijft een voorzetsel meestal staan vóór het betrekkelijk voornaamwoord.

  • Hablamos de la molécula → La molécula de la que hablamos…

  • Trabajan en un laboratorio → El laboratorio en el que trabajan…

  • Entrevistaron a un investigador → El investigador al que entrevistaron…

Zelfcheck: zet de bijzin even terug naar een gewone zin. Hoor je daar de/a/en/con? Dan moet dat voorzetsel ook in de relatieve constructie.

el/la/los/las que: overeenkomst (concordantie) in één blik

Deze vormen gedragen zich als “degene(n) die” en passen zich aan aan het antecedent.

Antecedent Relatief Voorbeeld
el laboratorio el que

El laboratorio en el que se analiza el nitrógeno…

la molécula la que

La molécula de la que hablamos…

los datos los que

Los datos con los que trabajamos son fiables.

las muestras las que

Las muestras en las que detectamos el error…

lo que: niet “het” maar “wat / datgene wat”

  • Lo que verwijst naar iets abstracts: een observatie, resultaat, beslissing, hele boodschap.

  • Typisch: lo que + werkwoord (geen zelfstandig naamwoord ervoor).

  • Lo que decidimos en la reunión afecta al proyecto.

  • La molécula lo que observamos… → La molécula que observamos…

Extra info tussen komma’s: vaak alleen que

  • Gebruik komma’s als het om bijinformatie gaat (niet essentieel om te weten wélk ding/persoon).

  • Dan staat er vaak simpelweg que.

El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología.

quien/quienes: alleen voor personen (en meestal formeler)

  • quien (enkelvoud) en quienes (meervoud) gebruik je voor mensen.

  • Met antecedent zie je het vaak in een iets formelere stijl, en regelmatig na een voorzetsel: de/a/con + quien.

  • El astrónomo, de quien aprendimos mucho, lidera el equipo.

  • Quienes trabajan con nuevas tecnologías desarrollan avances importantes.

Indicativo of subjuntivo in de relatieve bijzin: bekend of (nog) onbekend

  • Indicativo als je het antecedent ziet als bekend/bestaand/specifiek.

  • Subjuntivo als je zoekt naar iets onbekends, hypothetisch of niet zeker bestaand.

Situatie Werkwoord Voorbeeld
je hebt het over een concrete persoon die je kent indicativo

Conozco al científico a quien entrevistaron sobre el virus.

je zoekt een type persoon/molecuul (nog niet geïdentificeerd) subjuntivo

Buscamos una molécula de la que se pueda extraer información genética.

Snelle beslisroute (30 seconden) + zelfcheck

  1. Gaat het over mensen?quien/quienes (zeker als er een voorzetsel staat of je formeler wilt klinken).

  2. Is er geen zelfstandig naamwoord antecedent?lo que.

  3. Staat er een voorzetsel in de ‘basiszin’? → zet het ervoor: de/en/con/a + el/la/los/las que (of quien bij personen).

  4. Bekend of onbekend antecedent? → indicativo vs. subjuntivo in de bijzin.

  • Check 1: klopt de combinatie a + … bij een persoon als lijdend voorwerp? (bijv. al que, a quien)

  • Check 2: klopt de concordantie? (la ↔ la que, los ↔ los que…)

  1. El que / la que / los que / las que / lo que ⇒ concuerdan en género y numero con el antecedente (El que / la que / los que / las que / lo que ⇒ komen in geslacht en getal overeen met het antecedent)
  2. Quien / quienes ⇒ se usan con personas (Quien / quienes ⇒ worden gebruikt voor personen)
Estructura (Structuur)Uso (Gebruik)Ejemplos (Voorbeelden)
El que / la que / los que / las que / lo que Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent)La molécula de la que hablamos contiene oxígeno. (Het molecuul waarover we praten bevat zuurstof.)
Con antecedente no expreso (Met een niet-expliciet antecedent)Lo que observamos en el microscopio es sorprendente. (Wat we in de microscoop waarnemen is verrassend.)
Información extra (entre comas)  (Extra informatie (tussen komma’s) )El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología. (Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in technologie gebruikt.)
Objeto directo de persona (con “a”) (Lijdend voorwerp van een persoon (met “a”))El investigador al que entrevistaron trabaja con virus. (De onderzoeker die ze hebben geïnterviewd werkt met virussen.)
Quien / quienes

Con antecedente expreso (Met een expliciet antecedent)

El astrónomo, de quien aprendimos mucho, estudia nuevas especies. (De astronoom, van wie we veel hebben geleerd, bestudeert nieuwe soorten.)
Sin antecedente expreso (Zonder expliciet antecedent)

Quien investiga el nitrógeno debe calcular con precisión. (Wie stikstof onderzoekt, moet nauwkeurig rekenen.)

Quienes trabajan con nuevas tecnologías desarrollan avances importantes. (Wie met nieuwe technologieën werkt, ontwikkelt belangrijke vooruitgangen.)

Uitzonderingen!

  1. El indicativo se usa cuando el antecedente es conocido, específico, existente. ⇒ Conozco al científico a quien entrevistaron sobre el virus. (De indicativo wordt gebruikt wanneer het antecedent bekend, specifiek en bestaand is. ⇒ Ik ken de wetenschapper die ze over het virus hebben geïnterviewd.)
  2. El subjuntivo se usa cuando el antecedente es desconocido, inexistente, hipotético. ⇒ Buscamos una molécula de la que se pueda extraer información genética. (De subjuntivo wordt gebruikt wanneer het antecedent onbekend, niet-bestaand of hypothetisch is. ⇒ We zoeken een molecuul waaruit genetische informatie kan worden gehaald.)

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. El artículo resume los datos del microscopio ____ resultaron más fiables durante el experimento.

Het artikel vat de gegevens van de microscoop ____ tijdens het experiment het meest betrouwbaar bleken te zijn.

2. Buscamos un laboratorio ____ se pueda analizar el nitrógeno sin contaminar la muestra.

We zoeken een laboratorium ____ stikstof geanalyseerd kan worden zonder het monster te contamineren.

3. El investigador ____ entrevistaron sobre el virus trabaja ahora en un hospital de Madrid.

De onderzoeker ____ ze over het virus hebben geïnterviewd, werkt nu in een ziekenhuis in Madrid.

4. ____ trabajan con nuevas tecnologías tienen que calcular con precisión antes de publicar resultados.

____ met nieuwe technologieën werken, moeten nauwkeurig rekenen voordat ze resultaten publiceren.

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf door de twee zinnen te verbinden in één zin met een betrekkelijke bijzin, gebruikend het juiste betrekkelijke voornaamwoord (el que/la que/los que/las que/lo que of quien/quienes) en de benodigde voorzetsel; kies de indicatief of de conjunctief afhankelijk van of het antecedent bekend is of niet.

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (a quien) Conozco al investigador. Entrevistaron al investigador sobre el virus.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Conozco al investigador a quien entrevistaron sobre el virus.
    (Ik ken de onderzoeker die over het virus werd geïnterviewd.)
  2. La molécula es estable. Hablamos de la molécula en la reunión.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    La molécula de la que hablamos en la reunión es estable.
    (De molecuul waarover we tijdens de vergadering spraken, is stabiel.)
  3. Lo observamos en el microscopio. Fue sorprendente para todo el equipo.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Lo que observamos en el microscopio fue sorprendente para todo el equipo.
    (Wat we onder de microscoop zagen, was verrassend voor het hele team.)
  4. El aluminio se utiliza en tecnología. El aluminio es un material muy ligero.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    El aluminio, que es un material muy ligero, se utiliza en tecnología.
    (Aluminium, dat een zeer licht materiaal is, wordt in de technologie gebruikt.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: Onderhandel prioriteiten van het rapport met behulp van relatieve zinnen om personen en bevindingen te beschrijven.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En el laboratorio, preparáis un informe sobre un avance tecnológico reciente.
(In het laboratorium bereiden jullie een rapport voor over een recente technologische doorbraak.)

Bespreek
  • ¿Qué objeto de estudio vais a presentar y por qué es relevante? (Welk onderzoeksobject gaan jullie presenteren en waarom is het relevant?)
  • ¿Qué resultados destacaríais del microscopio y qué significan para el público no especialista? Explicad con ejemplo(s). (2–3 frases) ¿A quién entrevistaríais para validar el informe y qué aportaría esa persona? (uno o dos argumentos) ¿Qué nueva tecnología os interesa probar y qué avances esperáis conseguir? (Welke resultaten zouden jullie uit de microscoop benadrukken en wat betekenen die voor een niet‑gespecialiseerd publiek? Leg uit met voorbeeld(en). (2–3 zinnen))

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • La molécula de la que hablamos contiene información genética útil. (Het molecuul waarover we spreken bevat bruikbare genetische informatie.)
  • El investigador a quien consultemos trabaja con virus y células. (De onderzoeker aan wie we advies vragen werkt met virussen en cellen.)
  • Lo que observamos en el microscopio afecta al objeto de estudio biológico. (Wat we in de microscoop zien beïnvloedt het biologische onderzoeksobject.)

Gebruik in gesprek
  • el que/la que/los que/las que + indicativo o subjuntivo (die/degenen die + indicatief of conjunctief)
  • lo que + verbo (wat + werkwoord)
  • a quien/quienes + verbo (aan wie / wie + werkwoord)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

zaterdag, 11/04/2026 16:07