Las subordinadas adjetivas añaden información sobre un sustantivo.

(Bijvoeglijke bijzinnen voegen informatie toe over een zelfstandig naamwoord.)

Wat je hier leert: relatieve bijzinnen (B2) kiezen zonder twijfelen

Je wil extra info toevoegen over een zelfstandig naamwoord (antecedent):

  • het onderzoek
  • de methode
  • het lab
  • de onderzoeker

Dan kies je een relatief voornaamwoord (que / quien / donde / con el que …) dat past bij:

  • persoon vs. zaak/plek
  • welk voorzetsel de werkwoordelijke uitdrukking “vraagt” (con/en/de/por…)
  • bestaat het antecedent echt/specifiek? (indicativo vs. subjuntivo)

Stap-voor-stap keuzehulp (snelle beslisboom)

  1. 1) Is het een plek?

    • donde (neutraal, vaakst)
    • en el que / en la que / en los que / en las que (formeler)
  2. 2) Is het beweging door/naar/tot/van een plek?

    • por donde = langs/door waar je passeert
    • hacia donde = richting waarheen
    • hasta donde = tot waar (limiet)
    • desde donde = van waar (startpunt)
  3. 3) Is het een persoon?

    • quien / quienes (vooral na een voorzetsel: de/a/con…)
    • que kan ook bij personen, maar niet als je per se “met wie/van wie…” moet uitdrukken (dan heb je het voorzetsel nodig).
  4. 4) Heb je een voorzetsel nodig bij een zaak?

    • Gebruik: prep + el/la/los/las que
    • Voorbeeld: con el que, en la que, de los que

De kern: het voorzetsel komt uit de logica van de zin

Stel jezelf deze vraag: hoe hoort het werkwoord of de uitdrukking te combineren?

Je bedoelt Spaanse combinatie Voorbeeld
werken met een methode trabajar con

El método con el que trabajamos es eficaz.

studeren aan/in een universiteit estudiar en

La universidad en la que estudié biología es reconocida.

praten over iemand hablar de

La investigadora de quien te hablé trabaja aquí.

Tip: Als je in je hoofd “met/over/in/van…” zegt, dan moet dat meestal ook in het Spaans zichtbaar zijn: con/en/de/por…

Wanneer volstaat que (en wanneer niet)?

  • Gebruik que als je geen voorzetsel nodig hebt.

    Ej.: El estudio que demuestra la hipótesis es reciente.

  • Gebruik niet alleen que als er een voorzetsel nodig is.

    El método que trabajamos → El método con el que trabajamos.

    La investigadora que te hablé → La investigadora de quien te hablé.

Plek: donde vs. en el que (stijlkeuze)

  • donde = natuurlijk, algemeen, zeer frequent.

    Ej.: El laboratorio donde investigamos es moderno.

  • en el que / en la que… = formeler/zakelijker (rapport, presentatie).

    Ej.: El laboratorio en el que investigamos es moderno.

Let op: in deze les kies je ofwel donde ofwel en + artículo + que. Vermijd “mixen” zoals en donde (tenzij je docent het expliciet aanleert in een andere context).

Beweging + plek: precies kiezen (por/hacia/hasta/desde)

Verschuiving Betekenis Voorbeeld
por donde route/passage

La ruta por donde transportan las muestras debe mantenerse estable.

hacia donde richting

Avanzamos hacia donde estaba la salida de emergencia.

hasta donde limiet/eindpunt

Caminamos hasta donde estaba el observatorio.

desde donde startpunt

Explicó el proceso desde donde se recogieron las muestras.

Indicativo of subjuntivo? Check het antecedent (bestaat het?)

  • Antecedent is reëel en concreet → meestal indicativo.

    Ej.: Tenemos un microscopio que permite observar células vivas.

  • Antecedent bestaat niet / is niet specifiek → vaak subjuntivo.

    Ej.: Buscamos un microscopio que permita observar células vivas sin dañarlas.

Zelfcheck: Kun je het object “aanwijzen” of is het een wens/zoektocht/ideaal?

  • aanwijsbaar → indicativo
  • gezocht/ongekend → subjuntivo

Uitleggend (tussen komma’s) vs. bepalend (zonder komma’s)

  • Zonder komma’s = informatie die nodig is om te identificeren over wie/wat je praat.

    Ej.: La científica que dirige el proyecto presentará los resultados. (welke? die ene)

  • Met komma’s = extra detail, niet essentieel.

    Ej.: La científica, que es experta en genética, publicó el estudio. (extra info)

Zonder expliciet antecedent: el que / la que / los que / las que

Je bedoelt “degene(n) die…”, vaak als onderwerp:

  • El que presentó los datos es Juan.

  • Los que llegaron tarde no pudieron entrar.

Zelfcheck: Kun je er “degene(n)” voor zetten in het Nederlands? Dan zit je goed.

Snelle checklist vóór je een keuze aanklikt

  1. Wat is het antecedent? (persoon / zaak / plek)

  2. Welk voorzetsel hoort erbij? (con/en/de/por…)

  3. Beweging? → por/hacia/hasta/desde + donde

  4. Bestaat het echt/specifiek? → indicativo / subjuntivo

  5. Komma’s? → extra detail (uitleggend) of identificerend (bepalend)

  1. Als het antecedent echt/werkelijk is ⇒ indicatief.
  2. Als het antecedent niet bestaat of niet specifiek is ⇒ subjuntivo.
  3. Subordinada explicativa ⇒ frase con que, va entre comas y añade un detalle extra (La científica, que es experta en genética, publicó el estudio).
EstructuraUsoEjemplo correcto
QueRelativa básica (Basis-relatieve bijzin)El estudio que demuestra la hipótesis es reciente. (De studie die de hypothese aantoont, is recent.)
Con el que / Con la que / Con los que / Con las queRelación con cosa (Relatie met een zaak/voorwerp)El método con el que trabajamos es eficaz. (De methode waarmee we werken is effectief.)
DondeLugar (Plaats)El laboratorio donde investigamos es moderno. (Het laboratorium waar we onderzoek doen is modern.)
En el que / En la que / En los que / En las queLugar (forma más formal) (Plaats (formelere vorm))La universidad en la que estudié biología es reconocida. (De universiteit waar ik biologie heb gestudeerd, is erkend.)
Por donde / Hacia donde / Hasta donde / Desde dondeMovimiento (Beweging)Caminamos hasta donde estaba el observatorio. (We liepen tot waar het observatorium was.)
El que / La que / Los que / Las queSin antecedente expreso (Zonder expliciet antecedent)El que presentó los datos es Juan. (Degene die de gegevens presenteerde is Juan.)
Quien / QuienesPersona (Persoon)La investigadora de quien te hablé trabaja aquí. (De onderzoekster over wie ik je vertelde werkt hier.)

Uitzonderingen!

  1. Con movimiento ⇒ por donde indica paso, hacia donde dirección, hasta donde límite y desde donde origen.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Buscamos un microscopio ____ permita observar células vivas sin dañarlas.

We zoeken een microscoop ____ het toelaat levende cellen te observeren zonder ze te beschadigen.)

2. La universidad ____ hice el máster en biología tiene un laboratorio puntero.

De universiteit ____ ik mijn master in biologie heb gedaan, heeft een toonaangevend laboratorium.)

3. El software ____ analizamos los datos del ensayo clínico se ha actualizado esta semana.

De software ____ we de gegevens van de klinische proef analyseren, is deze week bijgewerkt.)

4. La ruta ____ transportan las muestras biológicas debe mantenerse a temperatura constante.

De route ____ de biologische monsters worden vervoerd, moet op constante temperatuur worden gehouden.)

Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf elke zin door de informatie in één zin samen te voegen met de juiste betrekkelijke bijzin of betrekkelijke uitdrukking (que / con el que / en el que / donde / de quien / desde donde … hasta donde).

Vertaling tonen/verbergen Toon/verberg hints
  1. Hemos leído un artículo. El artículo explica cómo detectar noticias falsas.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Hemos leído un artículo que explica cómo detectar noticias falsas.
    (Hemos leído un artículo que explica cómo detectar noticias falsas.)
  2. Hint Hint (con el que) Trabajamos con un software de análisis de datos. Con este software generamos informes en tiempo real.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Trabajamos con un software con el que generamos informes en tiempo real.
    (Trabajamos con un software con el que generamos informes en tiempo real.)
  3. Hint Hint (en el que) Visitamos el centro de investigación. En este centro de investigación se están probando nuevas vacunas.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Visitamos el centro de investigación en el que se están probando nuevas vacunas.
    (Visitamos el centro de investigación en el que se están probando nuevas vacunas.)
  4. Hint Hint (donde) El auditorio está en la tercera planta. En el auditorio se celebrará la conferencia.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    El auditorio donde se celebrará la conferencia está en la tercera planta.
    (El auditorio donde se celebrará la conferencia está en la tercera planta.)

Oefening 3: Grammatica in actie

Instructie: In tweetallen, stel de beste oplossing voor en verdedig die tegenover het comité.

Vertaling tonen/verbergen
Situatie
En tu centro presentáis un avance tecnológico basado en una investigación reciente.
(In jullie centrum presenteren jullie een technologische doorbraak gebaseerd op recent onderzoek.)

Bespreek
  • ¿Qué objeto de estudio elegiríais y por qué? Dad razones concretas. (Welk onderzoeksonderwerp zouden jullie kiezen en waarom? Geef concrete redenen.)
  • Describid el laboratorio en el que trabajaríais y los métodos con los que mediríais resultados. (Beschrijf het laboratorium waarin jullie zouden werken en de methoden waarmee jullie de resultaten zouden meten.)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • La especie que estudiamos muestra resistencia al virus. (De soort die we bestuderen vertoont weerstand tegen het virus.)
  • La célula en la que observamos el cambio se ve mejor con el microscopio. (De cel waarin we de verandering observeerden is met de microscoop beter zichtbaar.)
  • El método con el que calculamos con precisión usa nuevas tecnologías. (De methode waarmee we nauwkeurig berekenen maakt gebruik van nieuwe technologieën.)

Gebruik in gesprek
  • que (die)
  • en el que / donde (waarin / waar)
  • con el que (waarmee)

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Alessia Amoroso

Master in Talen, Culturen en Communicatie

Università degli Studi di Modena e Reggio Emilia

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 16:55