Vocabulário (20)
Opgroeien (crescer)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben opgegroeid |
| (jij/je) bent opgegroeid |
| (hij/zij/ze/het) is opgegroeid |
| (wij/we) zijn opgegroeid |
| (jullie) zijn opgegroeid |
| (zij/ze) zijn opgegroeid |
Scheiden van (separar)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) ben gescheiden van |
| (jij/je) bent gescheiden van |
| (hij/zij/ze/het) is gescheiden van |
| (wij/we) zijn gescheiden van |
| (jullie) zijn gescheiden van |
| (zij/ze) zijn gescheiden van |