B1.18 - Anatomia
B1.18 - Anatomia

B1.18 - Anatomia - Vocabulário

anatomie


Vocabulário (20)

Het bloed Mostrar

O sangue Mostrar

De ziekte Mostrar

A doença Mostrar

De spier Mostrar

O músculo Mostrar

Het bot Mostrar

O osso Mostrar

De long Mostrar

O pulmão Mostrar

De hersenen Mostrar

O cérebro Mostrar

Het hart Mostrar

O coração Mostrar

De bloeddruk meten Mostrar

Medir a pressão arterial Mostrar

De temperatuur meten Mostrar

Medir a temperatura Mostrar

Iemand onderzoeken Mostrar

Examinar alguém Mostrar

Zich laten vaccineren Mostrar

Vacinar-se Mostrar

Diep in- en uitademen Mostrar

Inspirar e expirar profundamente Mostrar

Pijn ervaren in Mostrar

Sentir dor em Mostrar

Gevoelig zijn Mostrar

Ser sensível Mostrar

Schelen aan Mostrar

Ter problemas em Mostrar

Lijden aan Mostrar

Sofrer de Mostrar

Mankeren aan Mostrar

Faltar em Mostrar

Sterven aan Mostrar

Morrer de Mostrar

Verlossen van Mostrar

Libertar de Mostrar

Zich herstellen van Mostrar

Recuperar-se de Mostrar

Lijden aan (sofrer)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb geleden aan
(jij/je) hebt geleden aan
(hij/zij/ze/het) heeft geleden aan
(wij/we) hebben geleden aan
(jullie) hebben geleden aan
(zij/ze) hebben geleden aan

Zich laten vaccineren (vacinar-se)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb me laten vaccineren
(jij/je) hebt je laten vaccineren
(hij/zij/ze/het) heeft zich laten vaccineren
(wij/we) hebben ons laten vaccineren
(jullie) hebben je laten vaccineren
(zij/ze) hebben zich laten vaccineren