B1.19 - Seguro de saúde
B1.19 - Seguro de saúde

B1.19 - Seguro de saúde - Vocabulário

ziekteverzekering


Vocabulário (21)

De behandeling Mostrar

O tratamento Mostrar

De therapie Mostrar

A terapia Mostrar

De polis Mostrar

A apólice Mostrar

De premie Mostrar

O prémio Mostrar

De zorgkosten Mostrar

Os custos de saúde Mostrar

De privacy Mostrar

A privacidade Mostrar

De behoefte Mostrar

A necessidade Mostrar

Allergisch Mostrar

Alérgico Mostrar

Medisch Mostrar

Médico Mostrar

Noodzakelijk Mostrar

Necessário Mostrar

Psychisch Mostrar

Psicológico Mostrar

Privé Mostrar

Privado Mostrar

Bepalen Mostrar

Determinar Mostrar

Vergelijken Mostrar

Comparar Mostrar

Verzekeren Mostrar

Segurar Mostrar

Vergoeden Mostrar

Reembolsar Mostrar

Beschermen Mostrar

Proteger Mostrar

Opzeggen Mostrar

Cancelar Mostrar

Lijden Mostrar

Sofrer Mostrar

Vrezen Mostrar

Recear Mostrar

Hangen Mostrar

Pender Mostrar

Spreken (falar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gesproken
(jij/je) hebt gesproken
(hij/zij/ze/het) heeft gesproken
(wij/we) hebben gesproken
(jullie) hebben gesproken
(zij/ze) hebben gesproken

Opzeggen (cancelar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb opgezegd
(jij/je) hebt opgezegd
(hij/zij/ze/het) heeft opgezegd
(wij/we) hebben opgezegd
(jullie) hebben opgezegd
(zij/ze) hebben opgezegd

Vergelijken (comparar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb vergeleken
(jij/je) hebt vergeleken
(hij/zij/ze/het) heeft vergeleken
(wij/we) hebben vergeleken
(jullie) hebben vergeleken
(zij/ze) hebben vergeleken