B1.37 - Estado civil
B1.37 - Estado civil

B1.37 - Estado civil - Vocabulario

Burgerlijke staat


Vocabulario (20)

Het verleden Mostrar

El pasado Mostrar

De inwoner Mostrar

El residente Mostrar

De huwelijksakte Mostrar

El acta de matrimonio Mostrar

De scheiding Mostrar

El divorcio Mostrar

De notaris Mostrar

El notario Mostrar

De nationale ID-kaart Mostrar

La tarjeta de identificación nacional Mostrar

Het visum Mostrar

El visado Mostrar

De weduwnaar Mostrar

El viudo Mostrar

Getrouwd Mostrar

Casado Mostrar

Wettelijk samenwonen Mostrar

Cohabitación legal Mostrar

Opgroeien Mostrar

Crecer Mostrar

Ontgroeien aan Mostrar

Superar (dejar atrás) Mostrar

Trouwen met Mostrar

Casarse con Mostrar

Het heteroseksuele huwelijk Mostrar

El matrimonio heterosexual Mostrar

Het homoseksuele huwelijk Mostrar

El matrimonio homosexual Mostrar

Het geregistreerd partnerschap Mostrar

La pareja registrada Mostrar

Scheiden van Mostrar

Separarse de Mostrar

Zich scheiden Mostrar

Divorciarse Mostrar

Lijken op Mostrar

Parecerse a Mostrar

Opgroeien (crecer)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben opgegroeid
(jij/je) bent opgegroeid
(hij/zij/ze/het) is opgegroeid
(wij/we) zijn opgegroeid
(jullie) zijn opgegroeid
(zij/ze) zijn opgegroeid

Scheiden van (divorciarse)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) ben van elkaar gescheiden
(jij/je) bent van elkaar gescheiden
(hij/zij/ze/het) is van elkaar gescheiden
(wij/we) zijn van elkaar gescheiden
(jullie) zijn van elkaar gescheiden
(zij/ze) zijn van elkaar gescheiden