Vocabolario (21)

Het bloed Mostra

Il sangue Mostra

De ziekte Mostra

La malattia Mostra

De long Mostra

Il polmone Mostra

Het hart Mostra

Il cuore Mostra

De hersenen Mostra

Il cervello Mostra

De spier Mostra

Il muscolo Mostra

Het bot Mostra

L'osso Mostra

De bloeddruk meten Mostra

Misurare la pressione sanguigna Mostra

De temperatuur meten Mostra

Misurare la temperatura Mostra

Iemand onderzoeken Mostra

Visitare qualcuno Mostra

Zich laten vaccineren Mostra

Farsi vaccinare Mostra

Diep in- en uitademen Mostra

Inspirare ed espirare profondamente Mostra

Pijn ervaren in Mostra

Provare dolore a Mostra

Gevoelig zijn Mostra

Essere sensibile Mostra

Schelen aan Mostra

Star male di Mostra

Lijden aan Mostra

Soffrire di Mostra

Mankeren aan Mostra

Essere carente di Mostra

Sterven aan Mostra

Morire di Mostra

Verlossen van Mostra

Liberare da Mostra

Wennen aan Mostra

Abituarsi a Mostra

Zich herstellen van Mostra

Riprendersi da Mostra

Lijden aan (soffrire)

Voltooid verleden tijd (VVT)


(ik) heb geleden aan
(jij/je) hebt geleden aan
(hij/zij/ze/het) heeft geleden aan
(wij/we) hebben geleden aan
(jullie) hebben geleden aan
(zij/ze) hebben geleden aan

Zich laten vaccineren (vaccinarsi)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb me laten vaccineren
(jij/je) hebt je laten vaccineren
(hij/zij/ze/het) heeft zich laten vaccineren
(wij/we) hebben ons laten vaccineren
(jullie) hebben je laten vaccineren
(zij/ze) hebben zich laten vaccineren