B1.19 - Seguro de salud
B1.19 - Seguro de salud

B1.19 - Seguro de salud - Vocabulario

ziekteverzekering


Vocabulario (22)

De behandeling Mostrar

El tratamiento Mostrar

De therapie Mostrar

La terapia Mostrar

De zorgkosten Mostrar

Los costes de atención médica Mostrar

De polis Mostrar

La póliza Mostrar

De premie Mostrar

La prima Mostrar

De privacy Mostrar

La privacidad Mostrar

De behoefte Mostrar

La necesidad Mostrar

Allergisch Mostrar

Alérgico Mostrar

Medisch Mostrar

Médico Mostrar

Noodzakelijk Mostrar

Necesario Mostrar

Psychisch Mostrar

Psíquico Mostrar

Privé Mostrar

Privado Mostrar

Verzekeren Mostrar

Asegurar Mostrar

Vergoeden Mostrar

Reembolsar Mostrar

Vergelijken Mostrar

Comparar Mostrar

Bepalen Mostrar

Determinar Mostrar

Opzeggen Mostrar

Cancelar Mostrar

Beschermen Mostrar

Proteger Mostrar

Lijden Mostrar

Sufrir Mostrar

Hangen Mostrar

Colgar Mostrar

Vrezen Mostrar

Temer Mostrar

Bepalen Mostrar

Determinar Mostrar

Spreken (hablar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb gesproken
(jij/je) hebt gesproken
(hij/zij/ze/het) heeft gesproken
(wij/we) hebben gesproken
(jullie) hebben gesproken
(zij/ze) hebben gesproken

Opzeggen (cancelar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb opgezegd
(jij/je) hebt opgezegd
(hij/zij/ze/het) heeft opgezegd
(wij/we) hebben opgezegd
(jullie) hebben opgezegd
(zij/ze) hebben opgezegd

Vergelijken (comparar)

Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)


(ik) heb vergeleken
(jij/je) hebt vergeleken
(hij/zij/ze/het) heeft vergeleken
(wij/we) hebben vergeleken
(jullie) hebben vergeleken
(zij/ze) hebben vergeleken