Woordenschat (13)

De bachelor

De bachelor Show

De bachelor Show

De master

De master Show

De master Show

Het diploma

Het diploma Show

Het diploma Show

Het college

Het college Show

Het college Show

De cursus

De cursus Show

De cursus Show

Het tentamen

Het tentamen Show

Het tentamen Show

De stage

De stage Show

De stage Show

De stagiair

De stagiair Show

De stagiair Show

De vaardigheid

De vaardigheid Show

De vaardigheid Show

Afstuderen

Afstuderen Show

Afstuderen Show

Slagen

Slagen Show

Slagen Show

Zakken

Zakken Show

Zakken Show

Ontwikkelen

Ontwikkelen Show

Ontwikkelen Show

Zakken (zakken)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) zakte
(jij/je) zakte
(hij/zij/ze/het) zakte
(wij/we) zakten
(jullie) zakten
(zij/ze) zakten

Slagen (slagen)

Onvoltooid verleden tijd (OVT)


(ik) sloeg
(jij/je) sloeg
(hij/zij/ze/het) sloeg
(wij/we) sloegen
(jullie) sloegen
(zij/ze) sloegen