In deze les oefen je gesprekken over het uitnodigen van vrienden, plannen van spelletjesavond en praten over avondactiviteiten, met kernwoorden als uitnodigen, schenken en meenemen in de onvoltooid toekomende tijd.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Het bordspel
Het bordspel
2
Welkom
Welkom
3
Schenken
Schenken
4
Gezellig
Gezellig
5
Kaartspelletjes spelen
Kaartspelletjes spelen
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Zie je je vrienden vaak? Wat voor activiteiten doe je graag samen? (Zie je je vrienden vaak? Welke activiteiten doe je graag samen?)
- Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen? (Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen?)
- Ben je ooit op reis geweest met je vrienden? Vertel ons erover! (Ben je ooit op reis geweest met je vrienden? Vertel ons erover!)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ik zie mijn vrienden elke week. Meestal ontmoeten we elkaar voor koffie en praten we. |
Ik zie mijn vrienden maar één of twee keer per maand. Dan gaan we meestal uit eten en spelen we samen spelletjes. |
Ik ga liever uit als ik mijn vrienden zie. |
Ik hou van het spelen van bordspellen, dus wanneer ik mijn vrienden zie, spelen we samen ludo. |
Met mijn vriend Juán speel ik altijd schaak. |
Vorig jaar ging ik met twee van mijn vrienden op reis naar Innsbruck. We gingen wandelen en bezochten de stad. Het weer was geweldig! |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Als je tijd hebt, ____ ik je uitnodigen voor het feestje.
2. Als het borreltijd is, ____ we wat drankjes schenken.
3. Als je vrienden uit Nederland komen, ____ ik hen uitnodigen.
4. Als we een spelletjesavond organiseren, ____ we het bordspel gebruiken.
Oefening 5: Vrienden bezoeken
Instructie:
Werkwoordschema's
Uitnodigen - Uitnodigen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal uitnodigen
- jij zult uitnodigen
- hij/zij/het zal uitnodigen
- wij zullen uitnodigen
- jullie zullen uitnodigen
- zij zullen uitnodigen
Schenken - Schenken
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal schenken
- jij zult schenken
- hij/zij/het zal schenken
- wij zullen schenken
- jullie zullen schenken
- zij zullen schenken
Meenemen - Meenemen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal meenemen
- jij zult meenemen
- hij/zij/het zal meenemen
- wij zullen meenemen
- jullie zullen meenemen
- zij zullen meenemen
Spelen - Spelen
Onvoltooid toekomende tijd
- ik zal spelen
- jij zult spelen
- hij/zij/het zal spelen
- wij zullen spelen
- jullie zullen spelen
- zij zullen spelen
Oefening 6: De reële voorwaarde
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: De reële voorwaarde
Toon vertaling Toon antwoordenroep, uitnodigt, schenk, kom, zal, zullen
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Uitnodigen uitnodigen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal uitnodigen | (ik) zal uitnodigen |
(jij) zal uitnodigen / zult uitnodigen | (jij) zal uitnodigen / zult uitnodigen |
(hij/zij/het) zal uitnodigen | (hij/zij/het) zal uitnodigen |
(wij) zullen uitnodigen | (wij) zullen uitnodigen |
(jullie) zullen uitnodigen | (jullie) zullen uitnodigen |
(zij) zullen uitnodigen | (zij) zullen uitnodigen |
Schenken schenken Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal schenken | (ik) zal schenken |
(jij) zult schenken / zal schenken | (jij) zult schenken / zal schenken |
(hij/zij/het) zal schenken | (hij/zij/het) zal schenken |
(wij) zullen schenken | (wij) zullen schenken |
(jullie) zullen schenken | (jullie) zullen schenken |
(zij) zullen schenken | (zij) zullen schenken |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Vrienden Bezoeken en Uitnodigen
In deze les leer je hoe je op natuurlijke en vriendelijke wijze een vriend uitnodigt voor een etentje of een spelletjesavond. Daarnaast oefen je gesprekken waarin je anderen ontvangt en praat over avondactiviteiten in Nederland. De inhoud is geschikt voor niveau A2, gericht op praktische communicatie met de nadruk op reële voorwaarde (als-zin) in het Nederlands.
Hoofdonderwerpen van deze les
- Uitnodigen voor sociale bijeenkomsten zoals etentjes en spelletjesavonden.
- Verkennen van mogelijke avondactiviteiten en hierover praten met vrienden.
- Gebruik van de onvoltooid toekomende tijd (zal/zullen + infinitief) om toekomstplannen en afspraken te bespreken.
Belangrijke taalstructuren en vocabulaire
Een centraal grammaticaal thema is de reële voorwaarde in combinatie met de onvoltooid toekomende tijd, bijvoorbeeld:
- Als het regent, blijven we binnen.
- Als je om zeven uur komt, hebben we genoeg tijd.
Daarnaast oefen je met veelgebruikte werkwoorden in deze tijd, zoals uitnodigen, schenken, meenemen en spelen.
Praktische voorbeeldzinnen
- Hoi, heb je zin om zaterdag bij mij te komen eten?
- Als het mooi weer is, kunnen we in de tuin spelen.
- Moeten we iets meenemen? Nee hoor, ik zorg voor alles.
- Als het koud is, blijven we binnen en kijken we een film.
Over de instructietaal en het Nederlands
Omdat de instructietaal Nederlands is, worden geen vertalingen toegevoegd. Er zijn weinig verschillen tussen instructietaal en de te leren taal. Belangrijk is dat je vooral let op de correcte toepassing van werkwoordstijden en de context waarin je uitnodigingen en plannen maakt. Het gebruik van als in voorwaardelijke zinnen komt vaak terug en is essentieel voor goede communicatie.
Voorbeelden van handige uitdrukkingen:
Vriend uitnodigen: "Wil je vrijdagavond bij mij komen eten?"
Plannen maken: "Als mijn collega op tijd weg is, kan ik wat vroeger beginnen met koken."
Bevestigen: "Als je tijd hebt, kan je wat snacks meenemen."