1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (15)

De bos bloemen Show

Een bos bloemen Show

De borrel Show

De borrel Show

Het bordspel Show

Het bordspel Show

Het diner Show

Het diner Show

De spelletjesavond Show

De spelletjesavond Show

Het schaakspel Show

Het schaakspel Show

De vriend Show

De vriend Show

De vriendin Show

De vriendin Show

Een feestje geven Show

Een feestje geven Show

Uitgaan Show

Uitgaan Show

Uitnodigen Show

Uitnodigen Show

Kaartspelletjes spelen Show

Kaartspelletjes spelen Show

Schenken Show

Schenken Show

Gezellig Show

Gezellig Show

Welkom Show

Welkom Show

3. Grammatica

Belangrijk werkwoord

Uitnodigen (uitnodigen)

Belangrijk werkwoord

Schenken (schenken)

4. Oefeningen

Oefening 1: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Uitnodiging voor een spelletjesavond

Woorden om te gebruiken: borrel, gezellig, bordspel, diner, vriend, kaartspelletjes, spelletjesavond, vriendin, welkom, schenken

(Uitnodiging voor een spelletjesavond)

Beste buren,

Volgende zaterdag geven wij een kleine bij ons thuis. We beginnen om 19.30 uur met een en een eenvoudig . Daarna willen we samen spelen en misschien ook een zoals Dixit of Catan. Als u wilt komen, stuur dan even een berichtje. U mag natuurlijk een of meenemen. Als u geen alcohol drinkt, we graag thee of fris. Wilt u iets delen, zoals een salade of een toetje? Dan wordt het extra . We wonen op de derde verdieping, links van de lift. U bent van harte !

Hartelijke groet,

Jeroen en Charlotte

  1. Wanneer begint de avond en wat doen de buren eerst?

  2. Wat kunnen de gasten meenemen om de avond extra gezellig te maken?

  3. Zou jij naar deze avond gaan? Waarom wel of niet?

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Als jij tijd hebt vrijdagavond, zal ik je vrienden bij mij thuis ___ voor een spelletjesavond.


2. Als iedereen komt, zullen we ook mijn Duitse collega ___, zodat hij nieuwe mensen leert kennen.


3. Als jij vanavond op tijd bent, zal ik een goede wijn ___ bij het diner.


4. Als mijn vrienden nog dorst hebben, zal ik straks nog een keer koffie ___ in de woonkamer.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Reageer op de situatie

Instructie: Oefen in tweetallen of met je docent.

1. Je wilt een goede collega bij jou thuis uitnodigen voor een etentje op vrijdagavond. Je belt of stuurt een appje en legt kort uit wat je gaat doen. (Gebruik: De uitnodiging, Het diner, gezellig)

Met deze uitnodiging wil ik  

Voorbeeld:

Met deze uitnodiging wil ik je graag vragen om vrijdag bij mij thuis te komen eten. We maken een simpel diner en het wordt heel gezellig.

2. Je beste vriend(in) komt voor het eerst bij jou thuis op bezoek. Je doet de deur open en heet hem/haar hartelijk welkom. (Gebruik: Welkom, binnenkomen, gezellig)

Welkom, kom  

Voorbeeld:

Welkom, kom binnen! Hang je jas maar daar. Ga lekker zitten, wil je iets drinken? Het is zo gezellig dat je er bent.

3. Je geeft een spelletjesavond bij jou thuis. Een vriendin vraagt wat jullie gaan doen. Leg kort uit welke spelletjes je wilt spelen. (Gebruik: De spelletjesavond, Het bordspel, kaartspelletjes spelen)

Voor de spelletjesavond wil ik  

Voorbeeld:

Voor de spelletjesavond wil ik eerst een bordspel doen en daarna misschien kaartspelletjes spelen. Als we nog tijd hebben, kunnen we ook een schaakspel proberen.

4. Je gaat op bezoek bij vrienden die net zijn verhuisd. Je neemt iets kleins mee. Leg uit wat je meeneemt en waarom. (Gebruik: De bos bloemen, schenken, feestje geven)

Ik neem een bos bloemen  

Voorbeeld:

Ik neem een bos bloemen mee, omdat jullie een nieuw huis hebben. Ik wil jullie dat graag schenken als klein cadeautje, omdat jullie vandaag een feestje geven.

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf vijf of zes zinnen over een avond bij jou thuis met vrienden: wat je doet, wat je eet en drinkt, en wie je uitnodigt.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik nodig je uit voor… / We beginnen om… / Neem alsjeblieft … mee. / Het wordt heel gezellig bij mij thuis.

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Stel je voor dat je je vrienden uitnodigt voor een van deze activiteiten en maak een dialoog. (Stel je voor dat je je vrienden uitnodigt voor een van deze activiteiten en maak het gesprek.)
  2. Zie je je vrienden vaak? Wat voor activiteiten doe je graag samen? (Zie je je vrienden vaak? Welke activiteiten doe je graag samen?)
  3. Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen? (Heb je liever feestjes of een bordspelavond samen?)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ik zie mijn vrienden elke week. Meestal ontmoeten we elkaar voor koffie en praten we.

Ik zie mijn vrienden maar één of twee keer per maand. Dan gaan we meestal uit eten en spelen we samen spelletjes.

Ik ga liever uit als ik mijn vrienden zie.

Ik hou van het spelen van bordspellen, dus wanneer ik mijn vrienden zie, spelen we samen ludo.

Met mijn vriend Juán speel ik altijd schaak.

Vorig jaar ging ik met twee van mijn vrienden op reis naar Innsbruck. We gingen wandelen en bezochten de stad. Het weer was geweldig!

...