Leer hoe je plannen voor je eigen bedrijf bespreekt en advies vraagt met handige bijwoorden zoals binnenkort, misschien, graag, pas en anders. Oefen praktische zinnen over starten, investeren en de administratie regelen.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (15) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
De collega
De collega
2
De verantwoordelijkheid
De verantwoordelijkheid
3
Het bedrijf
Het bedrijf
4
Investeren
Investeren
5
De administratie
De administratie
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Heb je een eigen bedrijf? Heb je een partner? (Heeft u een eigen bedrijf? Heeft u een partner?)
- Heb je ooit een idee gehad voor je eigen bedrijf? (Heb je ooit een idee gehad voor je eigen bedrijf?)
- Welke twijfels had je? (Welke twijfels had je?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
Ik run mijn eigen bedrijf niet. Het is te veel verantwoordelijkheid voor mij. |
Ik run een kledingwinkel in de stad. Ik heb een partner en het gaat geweldig. |
Toen ik begin twintig was, wilde ik een koffiezaak openen. |
Ik heb nooit een idee gehad voor mijn eigen bedrijf. Ik werk liever voor iemand anders. |
Ik besloot tegen mijn eigen bedrijf omdat het minder vermoeiend is. |
Ik denk er nog steeds over na om mijn eigen bedrijf te starten. Het is echter minder veilig, dat is de reden waarom ik het nog niet heb gedaan. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Binnenkort ____ mijn eigen bedrijf beginnen.
2. Ik ____ samen met mijn collega’s om de administratie te regelen.
3. Misschien ____ volgende maand investeren in marketing.
4. Als ik extra kosten heb, ____ anders de boekhouding aanpakken.
Oefening 5: Plannen voor mijn eigen bedrijf
Instructie:
Werkwoordschema's
Werken - Werken
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
- ik zal werken
- jij zult werken
- hij/zij/het zal werken
- wij zullen werken
- jullie zullen werken
- zij zullen werken
Beginnen - Beginnen
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
- ik zal beginnen
- jij zult beginnen
- hij/zij/het zal beginnen
- wij zullen beginnen
- jullie zullen beginnen
- zij zullen beginnen
Investeren - Investeren
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
- ik zal investeren
- jij zult investeren
- hij/zij/het zal investeren
- wij zullen investeren
- jullie zullen investeren
- zij zullen investeren
Zullen - Zullen
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
- ik zal
- jij zult
- hij/zij/het zal
- wij zullen
- jullie zullen
- zij zullen
Oefening 6: Bijwoorden: binnenkort, pas, misschien, graag, anders
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Bijwoorden: binnenkort, pas, misschien, graag, anders
Toon vertaling Toon antwoordenbinnenkort, graag, Misschien, Binnenkort, Pas
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.33.2 Grammatica
Bijwoorden: binnenkort, pas, misschien, graag, anders
Bijwoorden: binnenkort, pas, misschien, graag, anders
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Werken werken Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal gewerkt hebben / zal werken hebben | (ik) zal gewerkt hebben / zal werken hebben |
(jij) zult gewerkt hebben / zult werken hebben | (jij) zult gewerkt hebben / zult werken hebben |
(hij/zij/het) zal gewerkt hebben / zal werken hebben | (hij/zij/het) zal gewerkt hebben / zal werken hebben |
(wij) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben | (wij) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben |
(jullie) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben | (jullie) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben |
(zij) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben | (zij) zullen gewerkt hebben / zullen werken hebben |
Beginnen beginnen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal begonnen zijn | (ik) zal begonnen zijn |
(jij) zal/zult begonnen zijn | (jij) zal/zult begonnen zijn |
(hij/zij/het) zal begonnen zijn | (hij/zij/het) zal begonnen zijn |
(wij) zullen begonnen zijn | (wij) zullen begonnen zijn |
(jullie) zullen begonnen zijn | (jullie) zullen begonnen zijn |
(zij) zullen begonnen zijn | (zij) zullen begonnen zijn |
Investeren investeren Delen Gekopieerd!
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) zal investeren/zal gaan investeren | (ik) zal investeren/zal gaan investeren |
(jij) zult investeren/zult gaan investeren | (jij) zult investeren/zult gaan investeren |
(hij/zij/het) zal investeren/zal gaan investeren | (hij/zij/het) zal investeren/zal gaan investeren |
(wij) zullen investeren/zullen gaan investeren | (wij) zullen investeren/zullen gaan investeren |
(jullie) zullen investeren/zullen gaan investeren | (jullie) zullen investeren/zullen gaan investeren |
(zij) zullen investeren/zullen gaan investeren | (zij) zullen investeren/zullen gaan investeren |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Mijn eigen bedrijf starten
Deze les is bedoeld voor A2-leerlingen Nederlands die willen leren hoe ze over het starten van een eigen bedrijf kunnen praten. Je oefent vooral met het bespreken van plannen, het geven en vragen om advies, en het spreken over dagelijkse taken zoals de boekhouding. De les gebruikt praktische en alledaagse situaties die passen bij zelfstandig ondernemers (ZZP'ers).
Belangrijkste inhoud en vaardigheden
- Gespreksvaardigheden: Dialogen oefenen rond het plannen van een bedrijf, het bespreken van de boekhouding en het vragen van advies.
- Gebruik van bijwoorden: Woorden zoals binnenkort, pas, misschien, graag en anders worden veelvuldig gebruikt om intenties, voorkeuren en voorwaarden uit te drukken.
- Werkwoordstijd: Focus op de onvoltooid toekomende tijd (zal/zullen + infinitief), essentieel om toekomstige acties te beschrijven.
Voorbeelden van nuttige woorden en zinnen
- Ik wil binnenkort mijn eigen bedrijf beginnen. – Drukt een toekomstige intentie uit.
- Misschien neem ik een lening. – Drukt onzekerheid of mogelijkheid uit.
- Ik werk graag nauwkeurig. – Uit een voorkeur of gewoonte.
- Anders wordt het te veel werk alleen. – Geeft een alternatief aan.
Werkwoordentiijd Onvoltooid Toekomende Tijd (OTTk)
Deze les besteedt uitgebreide aandacht aan de OTTk, met belangrijke werkwoorden als werken, beginnen, investeren en natuurlijk zullen. Het gebruik is altijd met een persoonsvorm van zal/zullen gevolgd door een infinitief. Bijvoorbeeld:
- Ik zal werken aan mijn project.
- We zullen beginnen met de administratie.
Taaladvies en verschillen
Omdat de instructietaal en de doeltaal beide Nederlands zijn, richten we ons vooral op verduidelijking van gebruik en betekenis zonder vertalingen. Belangrijk hierbij is het goed begrijpen van bijwoorden die een nuance toevoegen aan uitspraken over tijd, voorkeur of mogelijkheden. Let op het gebruik van pas, dat soms kan aangeven dat iets net gedaan is of juist nog nauwelijks gebeurt.
Enkele handige uitdrukkingen en woordcombinaties die helpen in zakelijke en alledaagse gesprekken:
- binnenkort: drukt uit dat iets snel gaat gebeuren.
- pas: geeft aan dat iets net is gebeurd of juist alleen dan geldt.
- misschien: geeft een mogelijkheid aan.
- graag: drukt een wens of voorkeur uit.
- anders: gebruikt om een alternatief of mogelijke negatieve consequentie aan te geven.
Samenvatting
Deze les helpt je stap voor stap om met vertrouwen over het opstarten van een eigen bedrijf te praten. Je leert woorden en uitdrukkingen die je kunt gebruiken om plannen te bespreken, samen te werken, en adviezen te geven of te vragen. De focus op de toekomstvorm zorgt ervoor dat je duidelijk kunt uitdrukken wat je van plan bent te doen. Zo ben je goed voorbereid op gesprekken in een professionele context.