A2.6.1 - Problemen op hotel
Problemen op hotel
Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Herken de aangegeven woordenschat in de video.
| Woord |
|---|
| Het zwembad |
| Het probleem |
| De verkeerde kamer |
| De sleutels |
| De kamer inspecteren |
| Heel ouderwets |
| Het probleem oplossen |
| Dit is volgens mij onze kamer. |
| We zaten eerst in een verkeerde kamer, maar dat was geen probleem. |
| We kregen andere sleutels en nu slapen we hier één nacht. |
| Morgen gaan we heel vroeg weg, na een rit van vijf uur. |
| Deze kamer is heel oud vergeleken met de rest, maar jullie kamer is groter dan die van ons. |
| We accepteren het, het is maar voor één nacht en daarna gaan we nog even naar het zwembad. |
Begripsvragen:
-
Waarom was het geen groot probleem dat ze eerst in een verkeerde kamer zaten?
(Waarom was het geen groot probleem dat ze eerst in een verkeerde kamer zaten?)
-
Hoe lang moesten ze rijden voordat ze bij het hotel kwamen?
(Hoe lang moesten ze rijden voordat ze bij het hotel waren?)
-
Wat doen ze nog voordat ze weggaan uit het hotel?
(Wat doen ze nog voordat ze uit het hotel vertrekken?)
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Op hotel
| 1. | Hij: | Zullen we het dit weekend gezellig maken? |
| 2. | Zij: | Goed idee! |
| 3. | Hij: | Oké, dan zien we elkaar maandag weer op het werk. |
| 4. | Zij: | Wat ben jij grappig. Hmm, misschien kunnen we naar een hotel gaan? |
| 5. | Hij: | Wil je dat echt? De vorige keer hadden we zoveel problemen. |
| 6. | Zij: | Ja, dat is waar. Bij het inchecken bleek er geen kamer vrij te zijn. |
| 7. | Hij: | De receptie was uiteindelijk wel heel behulpzaam. |
| 8. | Zij: | Ja, we kregen voor dezelfde prijs een suite met balkon en uitzicht op zee. |
| 9. | Hij: | Daarna kregen we wel de verkeerde sleutel mee en moesten we terug naar de ingang. |
| 10. | Zij: | En toen dat opgelost was, was er heel veel lawaai van onze buren. |
| 11. | Hij: | En toen we het meldden bij de receptie, kregen we koptelefoons als oplossing. |
| 12. | Zij: | Dat was me wat. Laten we dit weekend maar gewoon gezellig thuisblijven. |
1. Waar gaat het gesprek over?
2. Wat was het eerste probleem in het hotel de vorige keer?
Oefening 3: Openingsvragen voor gesprekken
Instructie: Beantwoord de vragen en corrigeer ze met je leraar.
-
U komt ’s avonds laat aan in een hotel voor uw werk en de receptie is even leeg. Wat zegt u wanneer de receptionist terugkomt?
__________________________________________________________________________________________________________
-
De volgende ochtend is er veel lawaai op uw verdieping en u moet werken. Hoe meldt u dit bij de receptie?
__________________________________________________________________________________________________________
-
U wilt één nacht langer blijven en vraagt om een kamer met beter uitzicht. Hoe vraagt u dat bij de receptie?
__________________________________________________________________________________________________________
-
De sleutel van uw kamer werkt niet. Hoe legt u het probleem uit bij de receptie of bij de ingang?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefen deze dialoog met een echte leraar!
Deze dialoog maakt deel uit van ons leermateriaal. Tijdens onze conversatielessen oefen je de situaties met een docent en andere studenten.
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen