Oefening 1: Taalonderdompeling
Instructie: Bekijk de video en beantwoord de bijbehorende vragen.
| Woord |
|---|
| Het zwembad |
| Het probleem |
| De verkeerde kamer |
| De sleutels |
| De kamer inspecteren |
| Heel ouderwets |
| Het probleem oplossen |
1. Wat gebeurde er eerst met de kamer?
2. Hoe losten ze het probleem met de kamer op?
3. Hoe lang blijven ze in deze kamer slapen?
4. Wat doen ze nadat ze de kamer accepteren?
Oefening 2: Dialoog
Instructie: Lees de dialoog en beantwoord de vragen.
Op hotel
| 1. | Hij: | Zullen we het dit weekend gezellig maken? |
| 2. | Zij: | Goed idee! |
| 3. | Hij: | Oké, dan zien we elkaar maandag weer op het werk. |
| 4. | Zij: | Wat ben jij grappig. Hmm, misschien kunnen we naar een hotel gaan? |
| 5. | Hij: | Wil je dat echt? De vorige keer hadden we zoveel problemen. |
| 6. | Zij: | Ja, dat is waar. Bij het inchecken bleek er geen kamer vrij te zijn. |
| 7. | Hij: | De receptie was uiteindelijk wel heel behulpzaam. |
| 8. | Zij: | Ja, we kregen voor dezelfde prijs een suite met balkon en uitzicht op zee. |
| 9. | Hij: | Daarna kregen we wel de verkeerde sleutel mee en moesten we terug naar de ingang. |
| 10. | Zij: | En toen dat opgelost was, was er heel veel lawaai van onze buren. |
| 11. | Hij: | En toen we het meldden bij de receptie, kregen we koptelefoons als oplossing. |
| 12. | Zij: | Dat was me wat. Laten we dit weekend maar gewoon gezellig thuisblijven. |
1. Waar gaat het gesprek over?
2. Wat was het eerste probleem in het hotel de vorige keer?