Woordenschat (13)
Zich vervelen (zich vervelen)
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) verveel me |
| (jij/je) verveelt je |
| (hij/zij/ze/het) verveelt zich |
| (wij/we) vervelen ons |
| (jullie) vervelen je |
| (zij/ze) vervelen zich |
Genieten (genieten)
Onvoltooid toekomende tijd (OTTk)
| (ik) zal genieten |
| (jij/je) zult genieten |
| (hij/zij/ze/het) zal genieten |
| (wij/we) zullen genieten |
| (jullie) zullen genieten |
| (zij/ze) zullen genieten |