A2.2 - Je bagage inpakken
A2.2 - Je bagage inpakken

A2.2 - Je bagage inpakken - Oefeningen

Je koffer inpakken


Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

de koffer — de valies
inpakken — in de koffer doen
meenemen — bij je hebben
uitpakken — uit de koffer halen

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Bagageregels voor je zakenreis (Schiphol)

Vul de lege plekken in: zonnebril, meenemen, bagage, ondergoed, rugzak, koffer

(Bagageregels voor je zakenreis (Schiphol))

Ga je deze week voor werk op reis? Controleer je voordat je naar Schiphol vertrekt. In je handbagage mag je geen grote flessen . Doe shampoo en gel in kleine flesjes en stop deze samen in een doorzichtige zak. In je kun je meer spullen doen, maar zorg dat de koffer niet te zwaar is.

Tip: rol je kleding op, dan past er meer in. Neem één handdoek en genoeg mee. Laat grote verpakkingen thuis en bewaar je in een hoesje. Controleer of je of handtas onder de stoel in het vliegtuig past.

  1. Welke drie dingen kun je volgens de tekst doen om problemen bij de bagagecontrole te voorkomen?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Morgen ga ik twee dagen naar Brussel voor mijn werk. Vanavond pak ik mijn bagage. In mijn koffer stop ik ondergoed en een handdoek. In mijn rugzak doe ik mijn laptop en oplader. Mijn handtas blijft klein, want ik wil die als handbagage meenemen. Ik neem ook een zonnebril en een pet mee. Een bikini neem ik niet mee.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Voor de zakenreis ___ ik alleen handbagage mee.


2. ___ jij ook een laptop in je rugzak mee naar het vliegtuig?


3. Wij ___ geen shampoo mee, want dat is niet toegestaan in handbagage.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik neem meestal ... mee. / In mijn koffer zit(ten) ... / Kunt u mij uitleggen wat de regels zijn?

  1. Je gaat drie dagen op zakenreis naar Rotterdam. Welke spullen stop je in je koffer en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Op Schiphol zegt een medewerker dat je handbagage te zwaar is. Wat doe je en wat zeg je tegen de medewerker?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie