Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

de auteur — de schrijver
de boekwinkel — de boekenwinkel
lenen — tijdelijk meenemen
uitlenen — aan iemand geven om te gebruiken

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Bibliotheek: lid worden en boeken lenen

Vul de lege plekken in: sprookjes, lenen, gedichten, roman, auteur, catalogus, verhalen, stil, lenen, lenen

(Bibliotheek: lid worden en boeken lenen)

Welkom bij Bibliotheek Centrum. U kunt zich gratis inschrijven met een geldig identiteitsbewijs. Daarna krijgt u een pas en kunt u direct boeken . Nieuwe leden mogen maximaal zes boeken tegelijk . De leentijd is drie weken. U kunt ook e-books via de app.

Zoekt u een boek van een bepaalde of een in een bepaald genre? Vraag het aan de balie of zoek in de . In de leeszaal is het ; telefoongesprekken zijn daar niet toegestaan. Tip: tijdens de Boekenweek staan er extra tafels met Nederlandstalige , en korte .

  1. Welke documenten heb je nodig om lid te worden en wat gebeurt er daarna?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Ik was vandaag in de bibliotheek om een nieuwe pas te krijgen. Bij de balie liet ik mijn identiteitsbewijs zien en vulde een formulier in. Daarna vroeg ik naar een roman van een bekende schrijfster. De medewerker zocht in de computer en zei dat het boek nu uitgeleend is. Ik kan het volgende week ophalen. In de leeszaal was het stil, dus ik las daar een kort gedicht.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Als ik meer tijd had, zou ik elke week een roman ___.


2. Als u een bibliotheekpas had, zou u vandaag dit sprookje kunnen ___.


3. Als ik dit gedicht beter begreep, zou ik het hardop ___.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Ik zoek een boek van ... / Kunt u mij daarmee helpen? / Ik vond het verhaal (niet) interessant, omdat ...

  1. U bent in de bibliotheek en zoekt een boek van een specifieke auteur. Wat zegt u tegen de medewerker?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Vertel kort over een boek, sprookje of gedicht dat u laatst las: waar ging het over en vond u het leuk?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie