Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Korte informatie: 112 bellen bij spoed
Vul de lege plekken in: Bel, noodnummer, hulp, brand, brandweer, hulp, u, belde, u
(Korte informatie: 112 bellen bij spoed)
112 is het in Nederland. Je belt 112 bij direct gevaar of als elke minuut telt, bijvoorbeeld bij , een ernstig ongeluk of als iemand ineens niet goed kan praten of bewegen. De centralist vraagt altijd: waar bent , wat is er gebeurd en wie heeft nodig? Blijf rustig en geef een duidelijk adres door. Twijfelt ? toch.
Gisteren ging bij ons op kantoor het brandalarm af. We roken rook in de keuken en iemand direct 112. De kwam snel en controleerde het gebouw. Uiteindelijk bleek het geen grote brand: een apparaat was te heet geworden. Omdat we meteen belden, kwam er snel en bleef iedereen veilig.
-
Wanneer moet je in Nederland 112 bellen en welke informatie vraagt de centralist?
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ de verpleegkundige mij op de spoedeisende hulp.
2. Vorige week ___ ik met mijn buurman naar het ziekenhuis omdat hij een noodgeval had.
3. Toen ik rook in het trappenhuis rook, ___ ik meteen het noodnummer 112.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Er was een ongeluk; ik belde meteen 112. / Ik zag dat iemand gewond was en vroeg om een ambulance. / Gisteren gebeurde er iets en ik gaf mijn naam en locatie door.
-
Je ziet ’s avonds een ongeluk op straat en iemand is gewond. Wat doe je en wat zeg je kort als je 112 belt?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Heb je ooit een noodgeval meegemaakt of bijna meegemaakt? Vertel kort wat er gebeurde en welke hulpdienst je belde of zou hebben gebeld.
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Hoi, met Mark van 3B. Ik rook net een brand-lucht in het trappenhuis. Ik zie geen vlammen, maar het ruikt sterk bij de meterkast op de begane grond. Ik twijfel: moeten we 112 bellen? Kun jij even meekijken? Ik ben nu bij mijn deur en hoor ook een piepje.
Hoi, met Mark van 3B. Ik ruik net een brand-lucht in het trappenhuis. Ik zie geen vlammen, maar het ruikt het sterkst bij de meterkast op de begane grond. Ik twijfel: moeten we 112 bellen? Kun jij even komen kijken? Ik sta nu bij mijn deur en hoor ook een piepje.
Nuttige zinnen:
-
Ik denk dat we nu het noodnummer 112 moeten bellen, want…
-
Kun jij intussen…? Ik ga…
-
Gisteren rook ik ook even iets, maar nu is het sterker.