1. Taalonderdompeling

2. Woordenschat (11)

De tandenborstel

De tandenborstel Show

Tandenborstel Show

De tandpasta

De tandpasta Show

Tandpasta Show

De shampoo

De shampoo Show

Shampoo Show

De zeep

De zeep Show

Zeep Show

De gel

De gel Show

Gel Show

De zalf

De zalf Show

Zalf Show

De deodorant

De deodorant Show

Deodorant Show

De parfum

De parfum Show

Parfum Show

De tanden poetsen

De tanden poetsen Show

Tanden poetsen Show

De handen wassen

De handen wassen Show

Handen wassen Show

Allergisch zijn

Allergisch zijn Show

Allergisch zijn Show

4. Oefeningen

Oefening 1: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie

WhatsApp: Je krijgt een WhatsApp van je Nederlandse buurvrouw die voor jullie beiden naar de drogist gaat en vraagt wat jij nodig hebt; antwoord met wat je wil kopen en hoe je je dagelijkse hygiëneroutine doet.


Hoi [naam],

Ik ga straks naar de drogist (Etos / Kruidvat). Heb jij nog tandenborstels, tandpasta of zeep nodig?

Ik neem ook shampoo en deodorant voor mezelf mee. Gebruik jij gel of parfum? En ben je misschien ergens allergisch voor?

Stuur me even een bericht voordat ik wegga.

Groet,
Marieke


Hoi [naam],

Ik ga straks naar de drogist (Etos / Kruidvat). Heb jij nog tandenborstels, tandpasta of zeep nodig?

Ik neem ook shampoo en deodorant voor mezelf mee. Gebruik jij gel of parfum? En ben je misschien ergens allergisch voor?

Stuur me even een bericht voordat ik wegga.

Groet,
Marieke


Begrijp de tekst:

  1. Wat gaat Marieke kopen in de drogist en wat vraagt ze aan jou?

  2. Waarom vraagt Marieke of jij ergens allergisch voor bent?

Nuttige zinnen:

  1. Hoi Marieke, bedankt voor je bericht.

  2. Ik heb nodig: …

  3. Voordat ik ga werken / slapen, …

Hoi Marieke, bedankt voor je bericht.

Ik heb nieuwe tandpasta en een zachte tandenborstel nodig. Wil je ook een milde zeep voor mij meenemen? Ik gebruik geen parfum, maar wel deodorant. Ik ben een beetje allergisch voor sterke parfum, dus graag zonder sterke geur.

Voordat ik ga werken, was ik mijn handen en poets ik mijn tanden. ’s Avonds, nadat ik heb gedoucht, gebruik ik soms zalf als mijn huid droog is.

Laat maar weten hoeveel ik je moet betalen.
Groet,
[je naam]

Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Voordat ik naar mijn werk ga, ___ ik mij altijd, maar nu gebruik ik een elektrische scheerapparaat.


2. Nadat ik mij vanochtend had geschoren, ___ ik mijn gezicht met een milde zeep ___ .


3. Als ik na het sporten naar huis kom, ___ ik mij altijd goed ___ met shampoo en zeep.


4. Wanneer ik een belangrijke afspraak heb, ___ ik mij vroeger extra zorgvuldig en gebruik ik daarna deodorant en parfum.


Oefening 3: Gesprekskaarten

Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 4: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

  1. Kunt u kort beschrijven hoe uw ochtendroutine eruitziet voor uw persoonlijke hygiëne? Noem twee dingen die u doet.

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Stel: u heeft een afspraak bij de huisarts. Hoe vertelt u welke verzorgingsproducten u gebruikt voor uw huid of haar? Noem één voorbeeld.

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. U bent in een drogist (bijvoorbeeld Etos of Kruidvat). Hoe vraagt u aan de medewerker om een product voor een gevoelige huid of bij een allergie?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Welke verzorgingsproducten vindt u belangrijk om elke dag te gebruiken en waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 5: Schrijfopdracht

Instructie: Schrijf 5 of 6 zinnen over jouw eigen hygiëneroutine op een werkdag: wat je ’s ochtends, overdag en ’s avonds doet, voordat je gaat slapen.

Nuttige uitdrukkingen:

Voordat ik naar mijn werk ga, … / Na het werk … / Als ik ga slapen, … / Ik gebruik meestal … omdat …

Oefening 6: Gespreksoefening

Instructie:

  1. Welke hygiëneproducten gebruik je dagelijks? (Welke hygiëneproducten gebruik je dagelijks?)
  2. Beschrijf je ochtend- of avondroutine. (Beschrijf je ochtend- of avondroutine.)

Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten

Voorbeeldzinnen:

Ik gebruik mijn tandenborstel drie keer per dag.

Ik douche om de dag, dan gebruik ik mijn shampoo.

Ik gebruik nooit crème.

Nadat ik wakker word en opsta, poets ik mijn tanden.

Voordat ik mijn haar borstel, neem ik meestal een douche.

Dan gebruik ik crème om mijn huid te beschermen.

...