oegwoorden verbinden zinnen of woorden, zoals en, maar, als, dat, om en meer.

1. Overzicht: drie soorten voegwoorden

  • Nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, want
  • Onderschikkende voegwoorden: o.a. als, dat, of, omdat
  • Voegwoord + te + infinitief: om te, zonder te

Het belangrijkste verschil gaat over de plek van het werkwoord in de zin.

  • Bij nevenschikkend: werkwoord op tweede plaats.
  • Bij onderschikkend: werkwoord helemaal achteraan in de bijzin.
  • Bij om / zonder + te: te + infinitief direct achter elkaar.

2. Nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, want

Deze voegwoorden verbinden twee hoofdzinnen of twee zinsdelen die gelijkwaardig zijn.

  • Hoofdzin 1 + nevenschikkend voegwoord + hoofdzin 2
  • In allebei de hoofdzinnen: werkwoord op plaats 2.
Voegwoord Functie Voorbeeld
en optellen Ik ga met pensioen en ik geniet van mijn vrije tijd.
maar contrast Ik mag met pensioen, maar ik wil dit nog niet.
of keuze Wil je straks naar het strand of naar het zwembad?
want reden Ik ga met pensioen, want ik heb lang gewerkt.

Let op de structuur:

  • Zin 1: Onderwerp – werkwoord – …
  • Voegwoord: en/maar/of/want
  • Zin 2: Onderwerp – werkwoord – …

Dus niet:

Ik ga met pensioen en geniet ik van mijn vrije tijd.

maar:

Ik ga met pensioen en ik geniet van mijn vrije tijd.


3. Onderschikkende voegwoorden: als, dat, of, omdat

Deze voegwoorden beginnen een bijzin. Een bijzin kan niet zelfstandig staan.

  • Hoofdzin + onderschikkend voegwoord + bijzin
  • In de bijzin staat het werkwoord helemaal achteraan.
Voegwoord Betekenis Voorbeeld
als tijd / voorwaarde Wat ga je doen als je met pensioen bent?
dat inhoud (na: zeggen, denken, hopen, vinden…) Ik hoop dat ik volgend jaar met pensioen kan gaan.
of indirecte vraag Ik vraag hem of hij vrijwilligerswerk doet.
omdat reden Ik stop met werken omdat ik 67 jaar ben.

Typisch patroon:

  • Hoofdzin: Onderwerp – werkwoord – …
  • Bijzin: voegwoord – onderwerp – … – werkwoord (laatst)

Voorbeeld:

  • Goed: Ik hoop dat ik in 2027 met pensioen kan gaan.
  • Fout: Ik hoop dat ik kan in 2027 met pensioen gaan.

4. Hoofdzin + bijzin: wat gebeurt er met de werkwoorden?

Veel cursisten vinden de combinatie hoofdzin + bijzin lastig. Twee schema’s helpen:

  1. Hoofdzin eerst, dan bijzin

    • Hoofdzin: werkwoord op plaats 2.
    • Bijzin: werkwoord helemaal achteraan.

    Voorbeeld

    Ik ga minder werken, omdat ik meer vrije tijd wil.

  2. Bijzin eerst, dan hoofdzin

    • In de bijzin: werkwoord achteraan.
    • Daarna komt de hoofdzin, maar het werkwoord komt direct na de bijzin op plek 1 van de hoofdzin.

    Voorbeeld

    Als ik met pensioen ben, ga ik meer reizen.

Je ziet:

  • In de bijzin: als ik met pensioen benben (werkwoord) staat achteraan.
  • In de hoofdzin daarna: ga ik meer reizenga staat direct na de komma, dus op plek 1 van de hoofdzin.

5. Om / zonder + te + infinitief

Met om en zonder kun je kort een doel of een gevolg zonder iets uitdrukken.

  • om + te + infinitief = doel
  • zonder + te + infinitief = iets doen, maar je mist iets
Constructie Voorbeeld Betekenis
om te + infinitief Piet gaat met pensioen om te rusten. Zijn doel = rusten.
zonder te + infinitief Zij gaat niet met pensioen zonder te weten hoeveel geld ze krijgt. Ze wil niet in onzekerheid zijn.

Belangrijke vormregel

  • om/zonder + te + hele werkwoord

Dus:

  • Goed: om te sparen, zonder te werken.
  • Fout: om sparen te, om te spa.

6. Nevenschikkend of onderschikkend? Een snelle beslis-hulp

Twijfel je welk voegwoord en welke woordvolgorde je nodig hebt? Gebruik deze vragen.

  1. Verbind ik twee complete zinnen?

    • Beide delen kunnen los staan als zin.
    • Dan gebruik je meestal en, maar, of, want.

    Voorbeeld:

    • Ik ben 67 jaar. Ik ga met pensioen.
    • → Ik ben 67 jaar en ik ga met pensioen.
  2. Leg ik uit wanneer, waarom of wat iemand denkt/zegt?

    • Dan heb je een bijzin nodig.
    • Gebruik bijvoorbeeld als, omdat, dat, of.
    • Zet in die bijzin het werkwoord helemaal achteraan.

    Voorbeelden:

    • Ik vertel mijn collega dat ik volgend jaar met pensioen ga.
    • We kijken of we na ons pensioen in een kleiner huis gaan wonen.
  3. Wil ik kort een doel uitdrukken?

    • Gebruik om te + infinitief.

    Voorbeeld:

    Ik werk nog één jaar om extra geld te sparen.


7. Veelgemaakte fouten (en hoe je ze zelf corrigeert)

  1. Fout: extra inversie na een nevenschikkend voegwoord

    Cursisten maken na en/maar/of/want soms per ongeluk een vraagzin.

    Ik ga met pensioen en geniet ik van mijn vrije tijd.

    Check jezelf:

    • Heb ik na en/maar/of/want weer gewoon onderwerp + werkwoord?
    • Zo niet: herschrijf.
  2. Fout: werkwoord te vroeg in de bijzin

    Ik hoop dat ik kan volgend jaar met pensioen gaan.

    Zelf verbeteren:

    • Schrijf eerst de hele bijzin zonder de werkwoorden.
    • Zet daarna alle werkwoorden achteraan, samen.

    Bijvoorbeeld:

    • Ik hoop dat ik volgend jaar met pensioen …
    • Werkwoorden: kan gaan → achteraan: Ik hoop dat ik volgend jaar met pensioen kan gaan.
  3. Fout: om / zonder zonder te

    Hij spaart geld om later rustig wonen.

    Goed: Hij spaart geld om later rustig te wonen.

    Check jezelf:

    • Staat er altijd te tussen om/zonder en het werkwoord?
    • Is dat werkwoord de infinitief (hele vorm)?

8. Zelfcheck: kan ik dit al?

Beantwoord voor jezelf deze vragen. Als je overal “ja” zegt, heb je de grammatica onder controle.

  1. Kan ik uitleggen wat het verschil is tussen:

    • en, maar, of, want (nevenschikkend)
    • als, dat, of, omdat (onderschikkend)
  2. Kan ik bij elke zin met en/maar/of/want het werkwoord op plaats 2 zetten in beide delen?

  3. Kan ik in een zin met als/dat/of/omdat in de bijzin alle werkwoorden achteraan zetten?

  4. Kan ik een doel formuleren met om te + infinitief en iets zonder met zonder te + infinitief?

  5. Kan ik zelf fouten herkennen zoals:

    • … en ga ik … (als het geen vraag is)
    • … omdat ik kan niet … (werkwoord niet achteraan)
    • … om te spa. (infinitief niet volledig)

Als iets nog niet helemaal duidelijk is, kies dan één voegwoord (bijvoorbeeld omdat of dat) en maak zelf vijf korte zinnen. Controleer daarna bewust de plek van het werkwoord.

  1. Bij nevenschikkende voegwoorden staat het werkwoord op de tweede plaats.
  2. Bij onderschikkende voegwoorden komt het werkwoord helemaal achteraan.
CategorieVoegwoordenVoorbeeldzin
Nevenschikkende voegwoordenen
maar
of
want
Ik ga met pensioen en ik geniet van mijn vrije tijd.
Ik mag met pensioen, maar ik wil dit nog niet.
Wil je straks naar het strand of zwembad?
Ik ga met pensioen want ik heb lang gewerkt.
Onderschikkende voegwoordenals
dat
of
omdat
Wat ga je doen als je met pensioen bent?
Ik hoop dat ik gauw op pensioen mag.
Ik vraag hem of hij vrijwilligerswerk doet.
Ik ga men pensioen omdat ik oud ben.
Voegwoorden + te + infinitiefom
zonder
Piet gaat met pensioen om te rusten.
Je kan niet met pensioen zonder een risico te nemen.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. Je kunt drie dagen per week werken ___ daarnaast vrijwilligerswerk doen.


2. Ik ga niet elke dag naar de stad, ___ ik vind het daar te druk.


3. We willen naar een kleiner huis verhuizen ___ we met pensioen zijn.


4. Ik wil graag twee dagen per week helpen ___ na mijn pensioen iets nuttigs te doen.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met betrekking tot nevenschikkende en onderschikkende voegwoorden.

1.
De negatie staat hier verkeerd; de woordvolgorde is onjuist door het extra woord achter het werkwoord.
Fout: het werkwoord moet direct na het onderwerp staan bij nevenschikkende voegwoorden.
2.
Foutieve woordvolgorde bij onderschikkende voegwoorden; het werkwoord hoort helemaal achteraan.
Bij het onderschikkende voegwoord 'dat' hoort het werkwoord achteraan te staan, niet direct na het onderwerp.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen. Verbind de zinnen of delen met het gegeven voegwoord (en, maar, of, want, als, dat, of, omdat, om, zonder) en pas de woordvolgorde aan als dat nodig is.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (maar) Ik wil met pensioen. Ik werk nu nog fulltime.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik wil met pensioen, maar ik werk nog steeds fulltime.
  2. Hint Hint (of) Ga je na je pensioen reizen? Ga je vrijwilligerswerk doen?
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ga je na je pensioen reizen of vrijwilligerswerk doen?
  3. Hint Hint (want) Ik ga minder werken. Ik wil meer tijd met mijn kleinkinderen.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik ga minder werken, want ik wil meer tijd met mijn kleinkinderen doorbrengen.
  4. Hint Hint (omdat) Ik stop met werken. Ik ben 67 jaar.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Ik stop met werken omdat ik 67 jaar ben.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Voer een kort gesprek en besluit samen een plan voor na het pensioen.

Situatie
Je collega wil over drie jaar met pensioen en vraagt jouw advies.

Bespreek
  • Wat ga je doen als je met pensioen bent en waarom?
  • Wil je vrijwilligerswerk doen of meer vrije tijd hebben — wat kies je?','Welke mogelijkheden zie je, maar welke risico's vind je te groot?','Wat is een goed doel om van je pensioen te genieten en waarom?"

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Ik beslis dat ik vrijwilligerswerk ga doen omdat ik mensen wil helpen.
  • Ik wil met pensioen gaan om meer van mijn vrije tijd te genieten.
  • Er is een risico als ik geen goede pensioenuitkering heb.

Gebruik in gesprek
  • nevenschikkende voegwoorden: en, maar, of, want
  • onderschikkende voegwoorden: als, dat, of, omdat
  • om / zonder + te + infinitief

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 05:18