Hoe je vragen vormt met en zonder vraagwoord door juiste volgorde van werkwoord en onderwerp.
- Het vraagwoord staat altijd op de eerste plaats.
- De persoonsvorm volgt direct na het vraagwoord in vragende zinnen met een vraagwoord.
- De andere zinsdelen blijven in hun normale volgorde na persoonsvorm.
| Woordvolgorde | Voorbeeld | |
|---|---|---|
| Zonder vraagwoord | Persoonsvorm - Onderwerp - Tijd - Plaats - Lijdend voorwerp | Heeft de manager vandaag de vacature bekeken? (Heeft de manager vandaag de vacature bekeken?) |
| Met een vraagwoord | Vraagwoord - Persoonsvorm - Onderwerp - Tijd - Plaats - Lijdend voorwerp | Wanneer heeft de manager de vacature bekeken? (Wanneer heeft de manager de vacature bekeken?) |
Oefening 1: Vraagzin
Instructie: Vul het juiste woord in.
Wat, vindt, Waar, Heeft, gestuurd, Welk
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies de correcte vraagzin die past bij de juiste woordvolgorde van vraagzinnen met en zonder vraagwoord.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen als ja/nee-vragen of vragen met een vraagwoord. Let op de woordvolgorde: (vraagwoord) – persoonsvorm – onderwerp – tijd – plaats – andere zinsdelen.
-
U werkt morgen in het magazijn.
-
De manager belt de kandidaat vanmiddag in het kantoor.⇒ _______________________________________________ ExampleBelt de manager de kandidaat vanmiddag op kantoor?
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWanneer leest de werkgever vanavond thuis de motivatiebrief van de kandidaat?