Oefening 1: Een woord matchen
Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.
Oefening 2: Examenvoorbereiding
Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder
Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen
Vul de lege plekken in: periode, regering, stempas, stemmen, minister-president, verkiezingen, stemmen, parlement, regeert, identiteitsbewijs
(Nieuwsbrief van de gemeente: Tweede Kamerverkiezingen)
Volgende maand zijn er voor de Tweede Kamer. In Nederland kiest het volk het . U kunt op verschillende politieke partijen. De partij met de meeste vormt meestal samen met andere partijen de . De regering het land, met de als leider.
U heeft een van de gemeente gekregen. Neem uw stempas en mee naar het stembureau. Op de stempas staat het adres van uw stembureau en de waarin u kunt stemmen. In het stemhokje vult u één vakje rood in. U heeft dan gestemd. De uitslag wordt dezelfde avond op televisie en op internet bekendgemaakt.
-
Waarom gaat u naar het stembureau in deze tekst?
Oefening 3: Luistervaardigheid
Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.
| Waar | Onwaar | |
|---|---|---|
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ ik voor het eerst voor de gemeenteraad.
2. Toen ik in België woonde, ___ ik niet voor de Tweede Kamer.
3. Tijdens de laatste verkiezingen ___ veel jongeren op een nieuwe partij.
Oefening 5: Gesprekskaarten
Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 6: Discussievragen
Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.
Nuttige uitdrukkingen:
Vroeger was de regering… maar nu is… / Tijdens de laatste verkiezingen heb ik… gedaan. / In die periode was de koning/de regering belangrijk omdat…
-
Kunt u kort vertellen hoe de regering in uw land vroeger werkte en hoe dat nu is? Wat is hetzelfde gebleven en wat is veranderd?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Beschrijf wanneer u voor het eerst stemde of waarom u toen niet stemde. Wat vond u van die ervaring?
__________________________________________________________________________________________________________
-
In Nederland hebben we een koning en een minister-president. Wat deed de koning vroeger in uw land of in Nederland, en wat doet hij nu?
__________________________________________________________________________________________________________
-
Kunt u een periode noemen waarin er verkiezingen waren in uw land of in Nederland? Wat gebeurde er toen in het land en in uw directe omgeving?
__________________________________________________________________________________________________________
Oefening 7: Correspondentie schrijven
Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie
Onderwerp: Samen naar het stembureau?
Hoi buurman/buurvrouw,
Volgende week woensdag zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad. Ik ga rond 19.00 uur naar het stembureau in de basisschool op de hoek. Heb jij al een stempas gekregen? Ga jij ook stemmen? Misschien kunnen we samen lopen.
Laat je het even weten?
Groetjes,
Marieke
Onderwerp: Samen naar het stembureau?
Hoi buurman/buurvrouw,
Volgende week woensdag zijn er verkiezingen voor de gemeenteraad. Ik ga rond 19.00 uur naar het stembureau in de basisschool op de hoek. Heb jij al een stempas gekregen? Ga jij ook stemmen? Misschien kunnen we samen lopen.
Laat je het even weten?
Groetjes,
Marieke
Nuttige zinnen:
-
Bedankt voor je e-mail.
-
Ik heb (nog) geen stempas gekregen, want…
-
Ik kan wel/niet mee om 19.00 uur, omdat…
Bedankt voor je e-mail. Ik heb nog geen stempas gekregen, want ik mag nog niet stemmen in Nederland. Ik woon hier pas twee jaar en ik heb nog geen Nederlands paspoort.
Ik vind verkiezingen wel belangrijk. Ik loop graag even met je mee naar het stembureau om te kijken hoe het gaat, maar ik kan zelf niet stemmen.
Groetjes,
[Je naam]