Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

in de mode — hip
vintage — uit een vroeger tijdperk
het merk — de naam op het label
ik heb het aangedaan — ik heb het aangetrokken

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Kledingadvies op kantoor: wat trek je aan?

Vul de lege plekken in: paskamer, sokken, dragen, passen, omkleden, kaartje, outfit, ruilen

(Kledingadvies op kantoor: wat trek je aan?)

Voor een bijeenkomst met een klant geldt bij ons: ‘netjes, maar niet te formeel’. Kies liever rustige kleuren en een eenvoudige . Een donkere spijkerbroek kan, als hij netjes is. Een trui of blouse zonder grote teksten past meestal goed. Sneakers zijn toegestaan, maar ze moeten schoon zijn. Twijfel je? Neem een extra shirt mee zodat je je snel .

Let ook op comfort: je zit veel en loopt door het gebouw. In de winter zijn laagjes handig. Nieuwe kleding kun je het beste eerst in de . Let erop of de broek niet te strak zit en of je bij je schoenen passen. Bewaar het bonnetje: in veel winkels kun je binnen 14 dagen als het eraan zit.

  1. Welke kleding wordt aangeraden voor een klantbijeenkomst en waarom?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Morgen geef ik een presentatie op werk en ik wil er netjes uitzien. In de winkel zoek ik een outfit die in de mode is, maar niet te hip. In de paskamer pas ik een vintage jasje van een bekend merk. Het jasje zit goed, maar de broek is te strak. Ik doe de broek weer uit en kies een andere. Thuis leg ik alvast mijn sokken en onderbroek klaar.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Ik ___ deze jas in de paskamer ___, maar hij was te klein.


2. Gisteren ___ ik een nette outfit naar mijn werk.


3. Vanmorgen ___ ik een hippe trui ___ voor de vergadering.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Gisteren droeg ik ... / Ik had ... aan. / Ik vind deze stijl ... omdat ... / Voor mijn werk kies ik meestal ...; dat past bij ...

  1. Wat is jouw favoriete outfit voor een normale werkdag en waarom kies je die?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Kun je kort jouw outfit van gisteren beschrijven en vond je die in de mode of eerder ouderwets?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hoi! Morgen is het teamuitje na het werk. We gaan eerst iets drinken en daarna bowlen.

Ik twijfel nog over mijn outfit. Het is casual, maar ik wil er wel netjes uitzien. Neem jij een spijkerbroek mee of doe je iets anders aan? En weet je of er een dresscode is?

Groet,
Sanne


Hoi! Morgen is het teamuitje na het werk. We gaan eerst iets drinken en daarna bowlen.

Ik twijfel nog over mijn outfit. Het is casual, maar ik wil er wel netjes uitzien. Neem jij een spijkerbroek mee of doe je iets anders aan? En weet je of er een dresscode is?

Groet,
Sanne


Nuttige zinnen:

  1. Ik doe morgen waarschijnlijk ... aan, met ...

  2. Mijn favoriete outfit is ..., omdat ...

  3. Weet jij of er een dresscode is? Anders kan ik ... meenemen.

Hoi Sanne, ik ga morgen casual maar netjes. Ik doe een donkere spijkerbroek aan met een wit overhemd en mijn favoriete sneakers. Ik neem ook een net jasje mee voor het geval het chiquer is. Ik weet geen dresscode; ik vraag het zo aan Mark en laat het je weten. Tot morgen!