In deze les leer je het gebruik van de onvoltooid verleden tijd bij regelmatige werkwoorden met klankverandering, zoals reizen, horen, reageren en bekijken, toegepast in gesprekken over het nieuws op radio en televisie.
Luister- en leesmateriaal
Oefen woordenschat in context met echte materialen.
Woordenschat (12) Delen Gekopieerd!
Oefeningen Delen Gekopieerd!
Deze oefeningen kunnen tijdens conversatielessen samen gedaan worden of als huiswerk.
Oefening 1: Vertaal en gebruik in een zin
Instructie: Kies een woord, vertaal het en gebruik het woord in een zin of dialoog.
1
Het verslag
Het verslag
2
De presentatrice
De presentatrice
3
De reactie
De reactie
4
Het nieuws
Het nieuws
5
Het programma
Het programma
Oefening 2: Gespreksoefening
Instructie:
- Beschrijf wat er op het nieuws is gebeurd. (Beschrijf wat er op het nieuws is gebeurd.)
- Beschrijf de verschillende media typen die je ziet. (Beschrijf de verschillende mediatypen die je ziet.)
- Lees of kijk je regelmatig het nieuws? (Lees of kijk je regelmatig het nieuws?)
Richtlijnen tijdens het lesgeven +/- 10 minuten
Voorbeeldzinnen:
In Luxemburg heeft de regering een vergadering gehad. Een vrouw heeft een toespraak gehouden. |
Er was een grote protest in Parijs. Bussen en auto's konden niet meer rijden. |
Ik zie korte video's en foto's over het nieuws op sociale media. |
Ik zie het nieuws op de televisie. |
Ik lees het nieuws op een website. |
Ik kijk elke avond naar het nieuws. |
... |
Oefening 3: Gesprekskaarten
Instructie: Kies een situatie en oefen het gesprek met je docent of medestudenten.
Oefening 4: Meerkeuze
Instructie: Kies de juiste oplossing
1. Gisteren ___ ik naar het nieuws op de nationale zender.
2. De presentator ___ snel op de vragen van het publiek.
3. Vorige week ___ we naar Amsterdam voor een vergadering.
4. Zij ___ niet lang te wachten op het laatste nieuws.
Oefening 5: Heb je het nieuws gehoord?
Instructie:
Werkwoordschema's
Reizen - Reizen
Onvoltooid verleden tijd
- ik reisde
- jij reisde
- hij, zij, het reisde
- wij reisden
- jullie reisden
- zij reisden
Horen - Horen
Onvoltooid verleden tijd
- ik hoorde
- jij hoorde
- hij, zij, het hoorde
- wij hoorden
- jullie hoorden
- zij hoorden
Veranderen - Veranderen
Onvoltooid verleden tijd
- ik veranderde
- jij veranderde
- hij, zij, het veranderde
- wij veranderden
- jullie veranderden
- zij veranderden
Reageren - Reageren
Onvoltooid verleden tijd
- ik reageerde
- jij reageerde
- hij, zij, het reageerde
- wij reageerden
- jullie reageerden
- zij reageerden
Bekijken - Bekijken
Onvoltooid verleden tijd
- ik bekeek
- jij bekeek
- hij, zij, het bekeek
- wij bekeken
- jullie bekeken
- zij bekeken
Leggen - Leggen
Onvoltooid verleden tijd
- ik legde
- jij legde
- hij, zij, het legde
- wij legden
- jullie legden
- zij legden
Oefening 6: Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Instructie: Vul het juiste woord in.
Grammatica: Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Toon vertaling Toon antwoordenverhuisde, reisde, hoefde, pakte, vreesde, stopte, slaagde
Grammatica Delen Gekopieerd!
We geven toe dat het niet het meest opwindende is, maar het is absoluut essentieel (en we beloven dat het zich zal terugbetalen)!
A2.10.2 Grammatica
Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Werkwoordsvervoegingstabellen voor deze les Delen Gekopieerd!
Veranderen veranderen Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) veranderde | (ik) veranderde |
(jij) veranderde/verandertest | (jij) veranderde/verandertest |
(hij/zij/het) veranderde | (hij/zij/het) veranderde |
(wij) verand Erden | (wij) verand Erden |
(jullie) veranderden | (jullie) veranderden |
(zij) veranderden | (zij) veranderden |
Reageren reageren Delen Gekopieerd!
Onvoltooid verleden tijd (OVT)
Nederlands | Nederlands |
---|---|
(ik) reageerde | (ik) reageerde |
(jij) reageerde/reageerde | (jij) reageerde/reageerde |
(hij/zij/het) reageerde | (hij/zij/het) reageerde |
(wij) reageerden | (wij) reageerden |
(jullie) reageerden | (jullie) reageerden |
(zij) reageerden | (zij) reageerden |
Zie je geen vooruitgang als je alleen studeert? Bestudeer dit materiaal met een gecertificeerde docent!
Wil je vandaag Nederlands oefenen? Dat kan! Neem vandaag nog contact op met een van onze docenten.
Lesoverzicht: Het Onvoltooid Verleden Tijd met Regelmatige Werkwoorden en Klankverandering
In deze les leer je hoe je de onvoltooid verleden tijd (ovt) gebruikt bij regelmatige werkwoorden die een klankverandering ondergaan. Dit is handig om over nieuws en gebeurtenissen uit het verleden te praten, bijvoorbeeld wat je gisteren op televisie of radio hoorde.
Wat leer je in deze les?
- Het correct vervoegen van regelmatige werkwoorden in de verleden tijd met aandacht voor klankveranderingen.
- Veelgebruikte werkwoorden in nieuwscontexten, zoals reizen, horen, veranderen, reageren, bekijken en leggen.
- Het voeren van korte gesprekken (dialogen) over recent nieuws op de radio, televisie en op het werk.
Voorbeeld van de verleden tijd vervoegingen
Hier zijn enkele handige vervoegingen uit de les:
- Reizen: ik reisde, wij reisden
- Horen: ik hoorde, wij hoorden
- Veranderen: ik veranderde, wij veranderden
- Reageren: ik reageerde, wij reageerden
- Bekijken: ik bekeek, wij bekeken
- Leggen: ik legde, wij legden
Belangrijke woorden en zinnen voor het bespreken van nieuws
De les bevat praktische dialogen om over het nieuws te praten, bijvoorbeeld:
- "Heb je het nieuws van gisteren op de radio gehoord?"
- "Wat heb jij laatst op het nieuws gezien?"
- "Ja, er was een groot ongeluk op de snelweg."
Deze zinnen helpen je om jouw mening en informatie te delen over actuele gebeurtenissen in gesprekssituaties.
Handige verschillen tussen Nederlands en je instructietaal (Nederlands)
Aangezien je les Nederlands krijgt in het Nederlands, zijn er geen vertalingen toegevoegd. Let wel op enkele specifieke aspecten van de Nederlandse verleden tijd:
- Regelmatige werkwoorden in het ovt krijgen vaak een -de of -te uitgang, afhankelijk van de laatste klank van de stam.
- Klankveranderingen zoals de verdubbeling van medeklinkers of verandering van g naar k komen voor (bijvoorbeeld legde vs. lachte).
- De persoonsvorm verandert alleen in het enkelvoud en meervoud (bijv. ik reisde, wij reisden).
Gebruik deze kennis om vloeiender en natuurlijker over het verleden te spreken, vooral bij het beschrijven van nieuws en recente gebeurtenissen.