Bespreek een nieuwsbericht dat je op televisie hebt gezien of op de radio hebt gehoord.
Tijduitdrukkingen voor recente gebeurtenissen.
Leer de populaire mediastations in je gastland kennen.
Woordenschat
Leer de belangrijkste woorden en werkwoorden die je voor deze les nodig hebt.
Activiteit: TV-programma's
Een koppel discussieert op een vrijdagavond over welk programma ze zullen kijken op RTL Z
Grammatica: Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Spelling verandert in de verleden tijd bij werkwoorden zoals reizen, hoeven, bakken, slagen.
Oefeningen
Pas in de praktijk toe wat je hebt geleerd.
In het klaslokaal
Spreken
Oefen spreken met je docent!