Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

de tandenborstel — de borstel voor tanden
de tandpasta — de pasta voor tanden
de deodorant — middel tegen zweet
de handen wassen — je handen schoonmaken

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Aankondiging: nieuwe regels in de kleedkamer

Vul de lege plekken in: parfum, zalf, shampoo, zeep, allergisch, scheren, deodorant, handen

(Aankondiging: nieuwe regels in de kleedkamer)

Vanaf maandag gelden er nieuwe afspraken in de kleedkamers van Sportcentrum West. Was altijd je als je binnenkomt of nadat je naar het toilet bent geweest. Douchen mag, maar gebruik je eigen en ; het sportcentrum plaatst geen gedeelde flessen meer.

Krijg je een droge of rode huid? Vraag bij de balie naar een neutrale . Let ook op met sterke of , vooral als je bent. Wil je je , doe dat het liefst thuis voordat je gaat sporten, zodat de wastafels schoon blijven en anderen minder hoeven te wachten.

  1. Welke producten mag je niet delen in de kleedkamer en wat vraagt het sportcentrum daarvoor?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Ik was net bij de drogist omdat ik bijna geen voorraad meer had. Ik kocht een nieuwe tandenborstel en tandpasta, want ik wil twee keer per dag mijn tanden poetsen. Ook nam ik shampoo en zeep mee. Voor mijn droge handen kocht ik een zalf. Ik wilde ook deodorant, maar ik ben allergisch voor één soort, dus ik vroeg om een variant zonder parfum.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Voordat ik naar mijn werk ging, ___ ik me snel.


2. Nadat ik me ___ ___, doe ik deodorant op.


3. Gisteren ___ ik me voordat ik naar de winkel ging.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Voordat ik naar mijn werk ga, ... / Nadat ik mijn tanden heb gepoetst, ... / Als ik allergisch ben, dan vermijd ik ...

  1. Welke verzorgingsproducten gebruik je elke dag en wat doe je eerst en daarna in je ochtendroutine?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Je bent in de drogist en zoekt een deodorant die goed werkt maar niet te sterk ruikt. Wat vraag je aan de medewerker en welke eigenschappen wil je?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie