Woordenschat (13)
Volgen (volgen)
Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)
| (ik) heb gevolgd |
| (jij/je) hebt gevolgd |
| (hij/zij/ze/het) heeft gevolgd |
| (wij/we) hebben gevolgd |
| (jullie) hebben gevolgd |
| (zij/ze) hebben gevolgd |
Weten (weten)
Onvoltooid tegenwoordige tijd (OTT)
| (ik) weet |
| (jij/je) weet |
| (hij/zij/ze/het) weet |
| (wij/we) weten |
| (jullie) weten |
| (zij/ze) weten |