Oefening 1: Een woord matchen

Instructie: Koppel de items die een verwante betekenis hebben.

het natuurgebied — het beschermde gebied
de route — de wandelweg
de top — het hoogste punt
omhoog — naar boven

Oefening 2: Examenvoorbereiding

Instructie: Lees de tekst, vul de lege plekken in met de ontbrekende woorden en beantwoord de vragen hieronder


Uitnodiging: Zondagwandeling op de Utrechtse Heuvelrug

Vul de lege plekken in: meer, wandelreis, omhoog, natuurgebied, gemakkelijk, route, Heuvelrug, wandelschoenen, bos, beschrijf

(Uitnodiging: zondagwandeling op de Utrechtse Heuvelrug)

Aanstaande zondag wil ik een rustige wandeling maken op de Utrechtse . Het ligt niet ver van de stad en de trein stopt vlakbij de ingang. De loopt eerst door het en daarna een stukje langs een klein . Op sommige delen lopen we een beetje , maar het pad is en niet te lang.

Ik nodig collega’s en vrienden uit om mee te gaan. We starten om tien uur bij de parkeerplaats naast het bezoekerscentrum. Neem je en een jas mee, want het kan fris zijn. Na de wandeling drinken we koffie met taart op een terras in het dorp. Als je mee wilt, stuur mij dan een bericht en kort of je liever een korte of een langere maakt.

  1. Waar verzamelen de deelnemers en welke spullen worden genoemd om mee te nemen?

Oefening 3: Luistervaardigheid

Instructie: Luister naar het audiofragment en geef aan of de volgende uitspraken waar of onwaar zijn.

Zondag wil ik met twee collega’s een wandeling maken in een natuurgebied bij de rivier. De route is volgens mij gemakkelijk en niet te lang, ongeveer anderhalf uur stappen. We lopen eerst door het bos en daarna een stukje omhoog naar een top, maar het is geen berg. Neem je wandelschoenen mee, want na regen kan het pad nat zijn. Na afloop drinken we koffie bij het meer.
Waar Onwaar

Oefening 4: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste oplossing

1. Morgen op de berg zal ik me ___ en even niet aan mijn werk denken.


2. In het natuurgebied zal jij je tijdens de lange wandeling vanzelf ___.


3. Gisteren in het bos ___ ik drie uur omhoog en omlaag zonder pauze.


Oefening 5: Gesprekskaarten

Instructie: Oefen het gesprek met je docent of medestudenten.

Oefening 6: Discussievragen

Instructie: Beantwoord de vragen met het vocabulaire uit dit hoofdstuk.

Nuttige uitdrukkingen:

Om te beginnen ga ik meestal… / In dit natuurgebied vind ik vooral … mooi. / Eerst lopen we …, daarna omhoog/omlaag of we pauzeren bij …

  1. Wat doe je graag op zondagmiddag: blijf je thuis of maak je liever een wandeling? Waarom?

    __________________________________________________________________________________________________________

  2. Kun je een plek in Nederland beschrijven waar je vaak wandelt of fietst? Wat vind je daar mooi?

    __________________________________________________________________________________________________________

  3. Je nodigt een collega uit voor een korte wandeling na het werk. Wat zeg je tegen hem of haar?

    __________________________________________________________________________________________________________

  4. Je plant een dagje in een natuurgebied. Hoe ziet jouw ideale route eruit en met wie ga je?

    __________________________________________________________________________________________________________

Oefening 7: Correspondentie schrijven

Instructie: Schrijf een antwoord op het volgende bericht dat passend is voor de situatie


Hoi! 😊

Heb je zondag zin in een wandeling? Ik wil graag naar Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. We kunnen door het bos lopen en een route van ongeveer 8 km doen. Het is niet te moeilijk, maar er zitten wel een paar stukken omhoog en omlaag.

Kun jij om 10:30 bij station Driebergen-Zeist? Neem je wandelschoenen mee. Groetjes, Noor


Hoi! 😊

Heb je zondag zin in een wandeling? Ik wil graag naar Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. We kunnen door het bos lopen en een route van ongeveer 8 km doen. Het is niet te moeilijk, maar er zitten wel een paar stukken omhoog en omlaag.

Kun jij om 10:30 bij station Driebergen-Zeist zijn? Neem je wandelschoenen mee. Groetjes, Noor


Nuttige zinnen:

  1. Leuk idee, zondag kan ik wel.

  2. Zullen we afspreken bij ... om ...?

  3. Is de route voor jou gemakkelijk of wil je iets korter?

Hoi Noor, leuk idee! Zondag kan ik. 10:30 bij station Driebergen-Zeist is prima. Ik neem mijn wandelschoenen mee. Zullen we een route van ongeveer 7–8 km doen door het bos? Als het te veel omhoog en omlaag is, kunnen we een kortere route kiezen. Neem jij iets te drinken mee? Dan neem ik wat te eten mee. Tot zondag!