De gebiedende wijs gebruikt de volgorde werkwoord, onderwerp, rest, met voorbeelden als Ga zitten, Doe het raam open.
- Negatief: Werkwoord + (onderwerp) + niet/geen + rest.
- Bij 'u' en 'jullie': onderwerp op 2e plaats verplicht.
| 1e plaats (1e plaats) Werkwoord (Werkwoord) | 2e plaats (2e plaats) Onderwerp (nderwerp) | 3e plaats (3e plaats) Rest (Rest) |
|---|---|---|
| Werk | - | samen! |
| Gaat | u | naar binnen! |
| Helpen | jullie | mij! |
Uitzonderingen!
- Er is vaak geen onderwerp in affirmatieve zinnen met 'jij'.
Oefening 1: Woordvolgorde in gebiedende wijs
Instructie: Vul het juiste woord in.
Help, Doen, Helpen, Communiceer, Blijft, Houd, Ga
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke groep de correcte gebiedende wijszin.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de gebiedende wijs (bevel). Let op de volgorde: werkwoord – (onderwerp) – rest. Gebruik bij ontkenningen: werkwoord – (onderwerp) – niet/geen – rest. Voorbeeld: Jij maakt de deur open. → Maak de deur open! / Jullie maken de deur niet open. → Maak de deur niet open!
-
Jij gaat nu naar binnen.
-
U maakt het rapport vandaag af.
-
Jullie praten niet zo hard in de vergaderruimte.
-
Jij helpt je collega met de presentatie.
-
U zet de computer niet uit.
-
Jullie sturen geen lange e-mails.