In het Nederlands gebruik je in sommige gevallen geen lidwoord.
| Gebruik | Voorbeelden |
|---|---|
| Meervoud | Daar lopen kinderen. |
| Namen van personen | Zijn naam is Piet Jansen. |
| Namen van landen, eilanden, provincies, steden en dorpen | Ik woon in Amsterdam. |
| Vaste uitdrukkingen | op straat op school per jaar |
| Maanden en dagen | In juli ga ik op vakantie. |
| Niet-telbare zelfstandige naamwoorden | Zij drinkt water. |
| Beroepen | Mijn vader is agent. |
| Nationaliteiten zonder lidwoord | John is Engelsman. |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
1. Op zakenreis neem ik altijd ____ mee en ik stop sokken in mijn rugzak.
2. In ____ vlieg ik naar Spanje, dus ik pak ook een zonnebril in.
3. Mijn collega ____ reist alleen met handbagage voor deze vlucht.
4. Op het vliegveld zie ik vaak ____ met koffers en rugzakken.
Oefening 2: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen zonder lidwoord (de/het/een) waar dat in het Nederlands normaal is (bijvoorbeeld bij meervoud, namen, maanden/dagen, niet-telbare woorden, beroepen, nationaliteiten en vaste uitdrukkingen).
Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.
Toon/verberg hints-
Ik zie de kinderen spelen in het park.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIk zie kinderen spelen in het park.
-
Morgen is het maandag, dus ik werk thuis.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldMorgen is maandag, dus ik werk thuis.
-
In de juli gaan we naar Spanje.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldIn juli gaan we naar Spanje.
-
Hij drinkt het water na het sporten.⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ VoorbeeldHij drinkt water na het sporten.