Tijd uitdrukkingen situeren gebeurtenissen in de tijd zoals deze week, gisteren, een tijd geleden.

1. Waar gaat dit over?

  • Je leert tijdsuitdrukkingen gebruiken: deze week, gisteren, vandaag, een tijd geleden.
  • Je koppelt ze aan de juiste werkwoordstijd: onvoltooid verleden tijd (OVT) of voltooid tegenwoordige tijd (VTT).
  • Doel: je kunt vanzelf kiezen tussen zinnen als:
    Gisteren wandelde ik …
    Vandaag heb ik gewandeld …

2. De kern: welke tijd hoort bij welke tijdsuitdrukking?

Tijdsuitdrukking Typische tijd Voorbeeld
deze week meestal VTT Deze week heb ik drie keer gesport.
vandaag meestal VTT Vandaag heb ik een krachttraining gedaan.
gisteren meestal OVT Gisteren wandelde ik in het park.
een tijd geleden meestal OVT Een tijd geleden deed ik elke dag oefeningen.

Samenvattende vuistregel

  • Huidige periode (de week / dag loopt nog): gebruik meestal VTT (heb/ben + voltooid deelwoord).
  • Afgelopen, afgesloten moment: gebruik meestal OVT (speelde, liep, deed).

3. Wanneer precies VTT en wanneer OVT?

a. Voltooid tegenwoordige tijd (VTT)

  • Vorm: heb/hebben/ben/zijn + voltooid deelwoord.
    Voorbeelden: heb gewerkt, heb gesport, ben begonnen.
  • Gebruik bij een lopende periode:
    • deze week → de week is nog niet voorbij.
    • vandaag → de dag is nog bezig.
  • Je benadrukt: het resultaat is er nu.
    • Vandaag heb ik gesport, dus ik voel me fit.
    • Deze week heb ik weinig geslapen, ik ben moe.

b. Onvoltooid verleden tijd (OVT)

  • Vorm: stalwerkwoorden (werkwoord + -te / -de) of onregelmatige vormen.
    Voorbeelden: wandelde, werkte, deed, ging, kwam.
  • Gebruik bij een afgesloten moment in het verleden:
    • gisteren → die dag is voorbij.
    • een tijd geleden → een periode die helemaal achter je ligt.
  • Je vertelt wat er toen gebeurde, zonder verband met nu.
    • Gisteren wandelde ik in het park.
    • Een tijd geleden werkte ik minder achter de computer.

4. Tijdsuitdrukkingen één voor één (met typische fouten)

1. "Deze week"

  • Gaat over de huidige week.
  • Typisch met VTT.
    • Deze week heb ik drie keer gesport.
    • Deze week heb ik lange dagen op kantoor gemaakt.
  • Fout om er een afgesloten verleden van te maken:
    • Deze week speelde ik elke dag buiten.Deze week heb ik elke dag buiten gespeeld.
    • Deze week had ik hard gewerkt.Deze week heb ik hard gewerkt.

2. "Vandaag"

  • Gaat over deze dag, meestal nog bezig.
  • Ook hier meestal VTT.
    • Vandaag heb ik een krachttraining gedaan.
    • Vandaag heb ik veel achter de computer gezeten.
  • OVT is mogelijk, maar klinkt snel alsof de dag al "ver weg" is.
    • Vandaag liep ik naar de sportschool.Vandaag ben ik naar de sportschool gelopen.

3. "Gisteren"

  • Afgesloten dag in het verleden.
  • Typisch met OVT.
    • Gisteren wandelde ik in het park.
    • Gisteren werkte ik tot laat.
  • Let op combinatie met frequentie:
    • Gisteren heb ik iedere dag getraind.Gisteren heb ik getraind. of Ik heb iedere dag getraind.
  • Let op het voltooid deelwoord in de VTT:
    • Gisteren heb ik hardlopen.Gisteren heb ik hardgelopen.

4. "Een tijd geleden"

  • Betekent: onbepaalde tijd in het verleden (een paar weken, maanden of jaren).
  • Typisch met OVT.
  • Je beschrijft een vroegere gewoonte of situatie.
    • Een tijd geleden deed ik dagelijks yoga.
    • Een tijd geleden werkte ik niet aan mijn conditie.
  • Vermijd VTT:
    • Een tijd geleden heb ik begonnen met sporten.Een tijd geleden bégon ik met sporten.

5. Snelle beslis-hulp: VTT of OVT?

Stap 1 – Kijk naar de tijdsuitdrukking

  • Deze week / Vandaag → meestal VTT.
  • Gisteren / Een tijd geleden → meestal OVT.

Stap 2 – Stel jezelf deze vragen

  1. Is deze periode nog bezig?
    • Ja → kies VTT.
      Voorbeeld: Deze week heb ik weinig geslapen.
    • Nee → grote kans op OVT.
      Voorbeeld: Vorige week sliep ik elke nacht slecht.
  2. Wil ik een link met nu leggen (resultaat, ervaring)?
    • Ja → VTT (ik heb gedaan).
    • Alleen vertellen wat toen gebeurde → OVT (ik deed).

6. Veelgemaakte combinatiefouten

  • Fout 1: afgesloten tijd + VTT
    • Gisteren heb ik iedere dag getraind.
    • Oplossing: kies óf een punt (gisteren) óf een periode (iedere dag), niet allebei.
      • Gisteren heb ik getraind.
      • Ik heb de afgelopen week iedere dag getraind.
  • Fout 2: "deze week" / "vandaag" met OVT
    • Vandaag liep ik naar de sportschool.
    • Beter: Vandaag ben ik naar de sportschool gelopen.
  • Fout 3: verkeerd voltooid deelwoord
    • Ik heb hardlopen.Ik heb hardgelopen.
    • Ik heb begonnen.Ik ben begonnen.

7. Zelfcheck: snap ik het?

Beantwoord voor jezelf deze vragen. Als je overal "ja" zegt, beheers je dit onderwerp goed.

  1. Kan ik uitleggen wanneer ik VTT gebruik en wanneer OVT, zonder in het Nederlands naar regels te kijken?
  2. Kan ik bij deze week en vandaag spontaan een zin maken in de VTT?
  3. Kan ik bij gisteren en een tijd geleden spontaan een zin maken in de OVT?
  4. Herken ik fouten zoals Gisteren heb ik iedere dag getraind en kan ik ze verbeteren?
  5. Kan ik over mijn eigen leven kort vertellen:
    • Wat heb ik deze week gedaan?
    • Wat deed ik een tijd geleden regelmatig?

Tip voor gesprekstraining

  • Schrijf voor jezelf 3 zinnen met deze week of vandaag (VTT).
  • Schrijf 3 zinnen met gisteren of een tijd geleden (OVT).
  • Gebruik deze zinnen actief in de volgende conversatieles.
  1. Deze tijdsuitdrukkingen kunnen gepaard gaan met de onvoltooid verleden tijd of de voltooid tegenwoordige tijd.
  2. 'Een tijd geleden' = onbepaalde tijd in het verleden.
TijdsuitdrukkingVoorbeeldzin
deze weekWe hebben deze week in het zwembad getraind.
gisterenZe rende gisteren een lange afstand.
een tijd geledenEen tijd geleden deed ik elke dag oefeningen.
vandaagVandaag heb ik een krachttraining gedaan.

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

1. _____ geef ik een extra yogales voor mensen met een druk kantoorleven.


2. _____ heb ik na het werk een uur in het zwembad getraind.


3. _____ deed ik elke ochtend oefeningen voordat ik naar kantoor ging.


4. _____ heb ik krachttraining gedaan omdat ik mijn conditie wil verbeteren.


Oefening 2: Meerkeuze

Instructie: Kies de juiste zin met de correcte tijdsuitdrukking en juiste tijdsvorm.

1.
De verleden tijd 'had gewerkt' past niet goed bij 'deze week', dat meestal met voltooid tegenwoordige tijd wordt gebruikt.
Bij 'deze week' hoort meestal de voltooid tegenwoordige tijd, niet de onvoltooid verleden tijd.
2.
'Hardlopen' is hier fout gebruikt; er moet een voltooid deelwoord volgen bij 'heb' in de voltooid tegenwoordige tijd.
'Iedere dag' past niet bij 'gisteren', en de combinatie met voltooid tegenwoordige tijd klopt hier niet.

Oefening 3: Herschrijf de zinnen

Instructie: Herschrijf de zinnen. Gebruik een passende tijdsbepaling (deze week, gisteren, vandaag, een tijd geleden) en pas de werkwoordstijd aan als dat nodig is.

Toon/verberg hints
  1. Hint Hint (gisteren) Ik maak elke dag een wandeling in het park.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Gisteren maakte ik een wandeling in het park.
  2. Hint Hint (deze week) Ik train vaak in de sportschool.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Deze week heb ik in de sportschool getraind.
  3. Hint Hint (een tijd geleden) Ik doe nu geen krachttraining meer.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Een tijd geleden deed ik nog wel krachttraining.
  4. Hint Hint (vandaag) Ik eet nu mijn ontbijt.
    ⇒ _______________________________________________ Example
    Vandaag heb ik een gezond ontbijt gegeten.

Oefening 4: Grammatica in actie

Instructie: Vertel elkaar kort wat je deze week en vroeger aan training deed.

Situatie
Je bespreekt met een collega jullie sport- en oefenroutine van deze week en vroeger.

Bespreek
  • Wat heb je deze week gedaan om fit te blijven?
  • Wat deed je een tijd geleden om je conditie te verbeteren? Is dat nu anders? Waarom? (kort)

Nuttige woorden en uitdrukkingen
  • Deze week heb ik in het zwembad getraind.
  • Gisteren heb ik krachttraining met gewichten gedaan.
  • Een tijd geleden deed ik elke dag yoga-oefeningen voor mijn conditie.

Gebruik in gesprek
  • deze week + voltooid tegenwoordige tijd
  • gisteren + voltooid tegenwoordige tijd
  • een tijd geleden + onvoltooid verleden tijd

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 05/03/2026 17:50