Spelling verandert in de verleden tijd bij werkwoorden zoals reizen, hoeven, bakken, slagen.
- Er zijn regelmatige werkwoorden die in de onvoltooid verleden tijd (OVT) een klankverandering krijgen door de regels van de klankverschuiving, maar ze blijven wél regelmatig vervoegd.
- Eindigt de stam op een -s, maar eindigt het hele werkwoord op -zen, dan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: reizen→reisde(n).
- Eindigt de stam op een -f, maar eindigt het hele werkwoord op -ven, dan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: leven→leefde(n).
- Als er een medeklinker aan het eind van de stam staat en er een klinker aan het eind van de lettergreep staat in de stam, dan veranderen we de klinker. Bijvoorbeeld: klagen→ klaagde.
- Als de stam op twee medeklinkers eindigt die hetzelfde zijn, haal er dan één weg. Bijvoorbeeld: bakken → bakte.
| Reizen | Leven | Klagen | Bakken | |
|---|---|---|---|---|
| ik | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| jij, je | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| hij, zij, het | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| wij, we | reisden | leefden | klaagden | bakten |
| jullie | reisden | leefden | klaagden | bakten |
| zij, ze | reisden | leefden | klaagden | bakten |
Oefening 1: Meerkeuze
Instructie: Kies het juiste antwoord
1. Gisteravond bekeek ik het late nieuws en ___ ik in gedachten terug naar mijn eerste jaar in Nederland.
2. Vorige week ___ veel mensen in de wijk in onzekerheid na het bericht op de lokale zender.
3. Veel mensen ___ online over het nieuwe programma op die zender.
4. Tijdens de uitzending ___ we samen een appeltaart terwijl we het nieuws bekeken.
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke zin de juiste verleden tijd van het werkwoord.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd (OVT). Let op de juiste spelling van de werkwoorden (zoals: reizen, leven, klagen, bakken, slagen, hoeven).
-
Ik reis elke dag met de trein naar mijn werk.⇒ _______________________________________________ ExampleIk reisde elke dag met de trein naar mijn werk.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij leefden gezond en aten veel groente en fruit.
-
De buurman klaagt elke avond over het lawaai in de straat.⇒ _______________________________________________ ExampleDe buurman klaagde elke avond over het lawaai in de straat.
-
De bakker bakt op zondag altijd vers brood voor de buurt.⇒ _______________________________________________ ExampleDe bakker bakte op zondag altijd vers brood voor de buurt.
Oefening 4: Grammatica in actie
Instructie: Vertel elkaar wat gister op het nieuws gebeurde en hoe mensen reageerden.
- Welk televisieprogramma of welke zender bekeek je gisteravond, en waarom?
- Welk nieuwsbericht vond je belangrijk of zorgelijk, en waarom was je bezorgd?
- De presentator vertelde een kort verslag.
- Ik bekeek het nieuws op internet en reageerde.
- Veel mensen klaagden op de website van de zender gisteravond.
- Ik bekeek het nieuws en de presentator vertelde...
- Veel mensen klaagden online; anderen reageerden positief.
- Gister reisde of leefde ik anders door dat nieuws.