Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering

Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering


Spelling verandert in de verleden tijd bij werkwoorden zoals reizen, hoeven, bakken, slagen.

OVT met klankverschuiving: wat gebeurt er precies?

Sommige regelmatige werkwoorden veranderen in de OVT een letter in de stam (klankverschuiving). De uitgang blijft vervolgens gewoon regelmatig: -de/-den of -te/-ten.

  • reizen → reisde, reisden
  • leven → leefde, leefden
  • klagen → klaagde, klaagden
  • bakken → bakte, bakten

Stap 1: maak de stam (dit is waar de spelling verandert)

  1. Neem het hele werkwoord: reizen, leven, klagen, bakken.
  2. Haal -en eraf → je krijgt de stam: reis, lev, klag, bakk.
  3. Pas nu de spellingregels toe (zie stap 2).

Stap 2: de 3 spellingproblemen die hier vaak misgaan

A) v/z worden f/s aan het eind van de stam

  • leven → stam lev → aan het einde wordt v → fleef → leefde(n)
  • reizen → stam reiz → aan het einde wordt z → sreis → reisde(n)

Let op: je hoort /v/ en /z/ vaak nog wel, maar je schrijft in de stam f en s.

B) lange klinker blijft lang (aa/ee/oo/uu)

  • klagen → stam klag → je moet de a lang houden → klaag → klaagde(n)

Controle: in een open lettergreep (kla-gen) is de klinker lang, dus in de stam schrijf je vaak dubbel: klaag.

C) dubbele medeklinker: haal er één weg

  • bakken → stam bakk → dubbele kk kan niet aan het eind → bak → bakte(n)

Stap 3: kies de juiste OVT-uitgang (-de of -te)

Nu pas kies je de uitgang. Gebruik ’t kofschip (of soft ketchup):

  • Eindigt de stam op t, k, f, s, ch, p-te/-ten
  • Anders → -de/-den
Werkwoord Stam (na spelling) Laatste letter OVT
reizen reis s reisde(n)
leven leef f leefde(n)
klagen klaag g klaagde(n)
bakken bak k bakte(n)

Snelle zelfcheck: zie je deze 4 typische fouten?

  • reizen: reizde / reistereisde
  • leven: levde / leefteleefde
  • klagen: klagdeklaagde
  • bakken: bakkte / bakdebakte

Mini-hulp: zo hoor je vaak wat je moet schrijven

  • Hoor je aan het eind een korte, harde klank (k, f, s)? Dan zie je vaak -te/-ten of een stam met f/s.
  • Twijfel je tussen klagde en klaagde? Denk aan het heden: ik klaag (lange aa) → klaagde.
  1. Er zijn regelmatige werkwoorden die in de onvoltooid verleden tijd (OVT) een klankverandering krijgen door de regels van de klankverschuiving, maar ze blijven wél regelmatig vervoegd.
  2. Eindigt de stam op een -s, maar eindigt het hele werkwoord op -zen, dan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: reizen→reisde(n).
  3. Eindigt de stam op een -f, maar eindigt het hele werkwoord op -ven, dan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: leven→leefde(n).
  4. Als er een medeklinker aan het eind van de stam staat en er een klinker aan het eind van de lettergreep staat in de stam, dan veranderen we de klinker. Bijvoorbeeld: klagen→ klaagde.
  5. Als de stam op twee medeklinkers eindigt die hetzelfde zijn, haal er dan één weg. Bijvoorbeeld: bakken → bakte
 ReizenLevenKlagenBakken
ikreisdeleefdeklaagdebakte
jij, jereisdeleefdeklaagdebakte
hij, zij, hetreisdeleefdeklaagdebakte
wij, wereisdenleefdenklaagdenbakten
julliereisdenleefdenklaagdenbakten
zij, zereisdenleefdenklaagdenbakten

Oefening 1: Meerkeuze

Instructie: Kies het juiste antwoord

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

1. Gisteren ____ ik met de trein naar Amsterdam om het nieuws op televisie te bekijken.


2. Vroeger ____ mijn opa zonder internet en luisterde hij elke avond naar het nieuws op de radio.


3. Na het verslag ____ de presentator over de slechte verbinding met de zender.


4. Tijdens het programma ____ we gisteren appeltaart en lazen we ondertussen het nieuws op internet.


Oefening 2: Herschrijf de zinnen

Instructie: Zet de zin in de onvoltooid verleden tijd (OVT). Let op de spelling bij reizen (reisde/reisden), leven (leefde/leefden), klagen (klaagde/klaagden) en bakken (bakte/bakten).

Je correcties ophalen... Sluit deze pagina nog niet.

Toon/verberg hints
  1. Ik reis elke maand voor mijn werk naar Brussel.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Ik reisde elke maand voor mijn werk naar Brussel.
  2. We leven nu in een drukke wijk, dichtbij het station.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    We leefden in een drukke wijk, dichtbij het station.
  3. Mijn collega klaagt vaak over de lange vergaderingen.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Mijn collega klaagde vaak over de lange vergaderingen.
  4. Jullie bakken op zaterdag broodjes voor het buurtfeest.
    ⇒ ______________________________________________________________________________________________________________ Voorbeeld
    Jullie bakten op zaterdag broodjes voor het buurtfeest.

Geschreven door

Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage

Profile Picture

Kato De Paepe

Zakendoen en talen

KdG University of Applied Sciences and Arts Antwerp

University_Logo

Laatst bijgewerkt:

donderdag, 07/05/2026 22:53