A2.10.2 - Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Spelling verandert in de verleden tijd bij werkwoorden zoals reizen, hoeven, bakken, slagen.
- Er zijn regelmatige werkwoorden die in de onvoltooid verleden tijd (OVT) een klankverandering krijgen door de regels van de klankverschuiving, maar ze blijven wél regelmatig vervoegd.
- Eindigt de stam op een -s, maar eindigt het hele werkwoord op -zen, kan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: reizen→reisde(n).
- Eindigt de stam op een -f, maar eindigt het hele werkwoord op -ven, kan komt er -den achter. Bijvoorbeeld: leven→leefde(n).
- Als er een medeklinker aan het eind van de stam staat en er een klinker aan het eind van de lettergreep staat in de stam, dan veranderen we de klinker. Bijvoorbeeld: klagen→ klaagde.
- Als de stam op twee medeklinkers eindigt die hetzelfde zijn, haal er dan een weg. Bijvoorbeeld: bakken → bakte
| Reizen (Reizen) | Leven (Leven) | Klagen (Klagen) | Bakken (Bakken) | |
|---|---|---|---|---|
| ik | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| jij, je | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| hij, zij, het | reisde | leefde | klaagde | bakte |
| wij, we | reisden | leefden | klaagden | bakten |
| jullie | reisden | leefden | klaagden | bakten |
| zij, ze | reisden | leefden | klaagden | bakten |
Oefening 1: Onvoltooid verleden tijd: regelmatige werkwoorden met klankverandering
Instructie: Vul het juiste woord in.
verhuisde, reisde, hoefde, pakte, vreesde, stopte, slaagde
Oefening 2: Meerkeuze
Instructie: Kies in elke zin de juiste verleden tijd van het werkwoord.
Oefening 3: Herschrijf de zinnen
Instructie: Herschrijf de zinnen in de onvoltooid verleden tijd (OVT). Let op de juiste spelling van de werkwoorden (zoals: reizen, leven, klagen, bakken, slagen, hoeven).
-
Ik reis elke dag met de trein naar mijn werk.⇒ _______________________________________________ ExampleIk reisde elke dag met de trein naar mijn werk.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleWij leefden gezond en aten veel groente en fruit.
-
De buurman klaagt elke avond over het lawaai in de straat.⇒ _______________________________________________ ExampleDe buurman klaagde elke avond over het lawaai in de straat.
-
De bakker bakt op zondag altijd vers brood voor de buurt.⇒ _______________________________________________ ExampleDe bakker bakte op zondag altijd vers brood voor de buurt.
-
⇒ _______________________________________________ ExampleJullie hoefden gisteren niet te werken; het kantoor was dicht.
-
Ik slaag elk jaar voor al mijn cursussen Nederlands.⇒ _______________________________________________ ExampleIk slaagde elk jaar voor al mijn cursussen Nederlands.
Pas deze grammatica toe tijdens echte gesprekken!
Deze grammatica-oefeningen maken deel uit van onze conversatiecursussen. Vind een leraar en oefen dit onderwerp tijdens echte gesprekken!
- Implementeert ERK-, DELE-examen en Cervantes-richtlijnen
- Ondersteund door de universiteit van Siegen
Geschreven door
Deze inhoud is ontworpen en beoordeeld door het coLanguage pedagogisch team. Over coLanguage